"Seorang anak bagaikan anak panah"

 

Bijbellezing: Spreuken 22:6

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

Wanneer u gevraagd wordt om een voorwerp te kiezen dat een kind symboliseert, wat zou u dan kiezen? Sommigen zeggen dat een kind is als een zaadje dat kan groeien,

anderen vergelijken een kind met een onbeschreven vel wit papier

En er zijn ook mensen die kinderen vergelijken met sponzen die gemakkelijk absorberen wat ze horen en zien.

Wij kunnen inderdaad uit een groot aantal voorwerpen kiezen als symbool van een kind.

Broeders en zuster, interessant is de mening van een opvoeder geboren in Libanon genaamd Kahlil Gibran, die een kind vergelijkt met een pijl.

Gibran deelt zijn mening door middel van een gedicht. Laten wij even luisteren en aandacht schenken aan dit gedicht:

 

‘Jullie kinderen zijn niet jullie kinderen.

Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens verlangen naar zichzelf.

Ze stammen van jullie, maar zijn niet jullie schepping.

En ook al zijn ze bij je, toch behoren ze je niet toe.

Je mag hun je liefde geven, maar niet je gedachten.

Want zij hebben hun eigen gedachten.

Je mag hun lichamen huisvesten maar niet hun zielen.

Want hun zielen wonen in het huis van morgen, dat je niet kunt bezoeken, zelfs niet in je dromen.

Je mag ernaar streven te worden als zij, maar maak ze nooit aan jou gelijk.

Want het leven gaat niet achterwaarts, laat staan dat het bij gisteren blijft dralen.

Jullie zijn de bogen van waaruit jullie kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.

De boogschutter ziet het teken op het pad van de oneindige en Hij buigt je met al Zijn kracht, opdat Zijn pijlen snel mogen gaan en ver.

Laat dit buigen en spannen van jou, door de hand van de Schutter, je verheugen!

Want zoals Hij houdt van de pijl die vliegt. Zo mint Hij óok de boog die sterk is en standvastig.’

 

Broeders en zusters, door middel van dit gedicht herinnert Gibran ons allen eraan dat wij niet alleen staan in de opvoeding van onze kinderen. Hij vergelijkt de ouder met een boog en het kind met een pijl, en God als de Schutter. Het beeld dat Gibran schetst herinnert ons eraan dat onze kinderen niet van ons ouders zijn, maar dat zij God toebehoren. Wij als ouders hebben ze alleen ter leen.

Als wij 10 ouders vragen, van wie zijn jullie kinderen, dan zullen 9 van de 10 waarschijnlijk antwoorden, de kinderen zijn van God. Maar in de praktijk is het vaak omgekeerd, 9 van de 10 ouders behandelen hun kinderen als hun eigendom. Geen van ons ontkomt aan deze verleiding.

Ieder ouder wil zijn kind liefhebben en opvoeden. Maar vele ouders hebben een verkeerd idee over hoe zij van hun kinderen moeten houden en opvoeden. Het woord opvoeden, educatie, komt van het Latijns ex (naar buiten) en ducare (brengen of leiden). Dus opvoeden betekent eigenlijk een kind naar buiten leiden of loslaten.

In werkelijkheid laten ouders hun kinderen juist niet los maar houden ze vast in een kooi van beïnvloeding en macht. Deze kooi is zichtbaar in verschillende aspecten van het leven.

Er zijn ouders die hun kinderen overmatig beschermen tegen problemen en uitdagingen. Bijvoorbeeld: een kind van 9 jaar kan al zelf naar school want school is vlak bij huis, maar het wordt nog steeds gebracht en gehaald. De ouders geven het kind niet de gelegenheid om problemen het hoofd te bieden en proberen het kind te beschermen tegen moeilijkheden en uitdagingen.

Er zijn ook ouders die altijd klaar staan om de problemen van hun kinderen over te nemen en op te lossen. Als ouders willen wij graag dat onze kinderen niet dezelfde problemen tegenkomen die wij vroeger hebben ervaren. Met als resultaat dat kinderen die op die manier zijn opgevoed, opgroeien tot kwetsbare kasplantjes zonder weerstand tegen weer, wind en stormen.

En er zijn ook ouders die hun kinderen ervan weerhouden hun eigen stijl, idealen en levensvisie te ontwikkelen. De ouders vinden dat zij het recht hebben de levens van hun kinderen in te richten en te bepalen wat volgens hun het beste is voor het kind, vanaf kleine dingen zoals voedsel, kleding, hobby’s tot aan de serieuze keuzes: school, werk, partners en de toekomstige carrière van het kind.

En dan zijn er ouders die de neiging hebben hun kind te ‘dwingen’ om bijvoorbeeld arts te worden. Misschien omdat de ouder zelf vroeger niet de kans kreeg om dokter te worden. Ofschoon het kind slim genoeg is om een artsenstudie te volgen, wil het eigenlijk muziek studeren en een loopbaan in de muziek ontwikkelen.

Heel belangrijk is ook het voorbeeld die ouders hun kinderen geven. Een ouder kan onbewust de tekortkomingen van echtgenoot of echtgenote met de kinderen bespreken. ‘Je vader is inderdaad lui of je moeder is lastig.’ Wat gebeurt er dan? Het kind zal heel gemakkelijk dit vooroordeel of sentiment jegens iemand overnemen, of kan een bepaalde levensoriëntatie van de ouders overnemen.

Broeders en zuster, laat ons even stil worden en nadenken over het volgende. Als wij ons kind zouden achterlaten bij een oppas of babysitter, wat zouden wij dan doen? Wij zouden natuurlijk heel wat instructies geven: wat gedaan moet worden, wat het kind graag heeft, wat het moet eten en om hoe laat, wanneer het naar bed moet en allerlei informatie die de oppas volgens ons moet weten. En wij hopen natuurlijk dat de oppas onze instructies opvolgt, niet?

Hetzelfde geldt voor onze relatie met onze kinderen. God heeft ons die kinderen gegeven om er op te passen. En Hij geeft het niet zomaar. Hij gaf er ook een ‘handleiding’ bij, wat volgens Hem goed is voor onze kinderen, wat zij leuk vinden, wat hun karaktereigenschappen zijn, en zelfs wat hun toekomst is. Dus onze taak, wij aan wie dit is  toevertrouwd, is hun opvoeden, grootbrengen en leiden volgens wat God voor hen wil, niet volgens wat wij denken dat goed of juist is!

Het niet erkennen van en gehoorzamen aan Gods ‘instructies’ met betrekking tot onze kinderen weerhoudt ons ervan ze op te voeden zoals het hoort. Zoals Kahlil Gibran beschreef is het God die de boogschutter is, en niet wij.

Broeders en zusters, we kunnen ons nu afvragen: ‘Hoe leren we Gods ‘handboek’ over onze kinderen kennen? De algemene richtlijnen staan in de Bijbel. Een daarvan is onze lezing van vandaag uit Spreuken 22:6. Veel ouders vragen: is Spreuken 22:6 te vertrouwen? Klopt het dat als we onze kinderen op jonge leeftijd goed opvoeden, ze daar de rest van hun leven niet van zullen afwijken? Als mijn kind op dit moment op het verkeerde pad inslaat, is dat dan mijn fout?

Veel ouders interpreteren Spreuken 22:6 verkeerd en raken uiteindelijk teleurgesteld en twijfelen aan Gods woord. We zullen teleurgesteld worden wanneer we dit vers als een ‘belofte’ beschouwen. Het is verkeerd om het woord ‘dan’ in de zin 'dan zal hij ook op zijn oude dag niet van dat pad afwijken' als een absolute garantie te beschouwen.

Eigenlijk is het boek Spreuken geen boek van beloften maar een boek met wijsheid. Wijsheid komt door observatie. De schrijver van Spreuken observeert ‘in algemeenheid’ oorzaak en gevolg voor volwassenen in wijsheid; als we de jongere generatie op het pad van wijsheid begeleiden, dan zal die wijsheid blijvend zijn en hen de weg wijzen.

We kunnen niet concluderen dat dit vers onjuist is vanwege ons falen, maar nemen dit vers eerder als een gids zodat we kunnen groeien in een diepere kennis van de waarheid van het opvoeden van kinderen. Er zijn verschillende dingen die we samen kunnen leren in het opvoeden van de kinderen die God ons heeft toevertrouwd:

1. VOED ZE OP

Voeden we onze kinderen op? Of vullen we hun hersenen alleen maar met kennis en trainen we hun niet in de toepassing van die kennis? Oefenen we met hen,  werken we samen met hen? Geven we duidelijke instructies? Corrigeren we hen op een goede manier zonder geneigd te zijn ze te veroordelen? Geven we bevestiging geven als ze het juiste doen?

2. JONGEREN

Het woord 'kind' in dit vers is eigenlijk niet alleen bedoeld voor kleine kinderen, maar ook voor 'jongeren' die nog niet verstandig of ervaren zijn. De belangrijkste periode bij de voorbereiding van kinderen op het maatschappelijk leven is de overgangsperiode van de kindertijd naar de volwassenheid (13-19 jaar).

En het is juist in deze periode dat ouders hun opvoedingstaken vaak verwaarlozen, hetzij omdat ze het druk hebben met werk, of omdat ze vinden dat hun kinderen nu groot  genoeg zijn, dat ze hun taak hebben volbracht toen die nog jong waren, of omdat ze overweldigd werden door moeilijk acceptabel gedrag. Stoppen we op een bepaalde leeftijd met het opvoeden van onze kinderen omdat we vinden dat het voldoende is?

3. VOLGENS HET PAD DAT BIJ HEN PAST

In het boek Spreuken staan veel vergelijkingen tussen ‘de weg van de rechtvaardigen’ en ‘de weg van de goddelozen’, ‘de weg van wijsheid’ en ‘de weg van de dwaasheid’. Leren we jonge kinderen verstandige beslissingen te nemen? Staan we toe dat de wereld en onwetendheid de beslissingen van onze kinderen beïnvloeden en sturen?

Zelfs als we de drie dingen hierboven hebben gedaan, is de volgende vraag: Zijn we ons er volledig van bewust dat onze kinderen God toebehoren en dat hun hele leven onder Gods controle staat? Het is natuurlijk waar dat kinderen uiteindelijk hun eigen beslissingen nemen en hun eigen weg gaan.

Het is waar dat geloofsbeslissingen buiten de macht en controle van ouders liggen, maar de vraag is: hebben ouders Gods mandaat op verantwoorde wijze uitgevoerd? Christelijke ouders zijn niet geroepen om ‘rechtvaardige kinderen te produceren’, maar om gehoorzaam een ouderlijke macht uit te oefenen die gerechtvaardigd is door de verlossing van Christus.

Broeders en zusters, vandaag zijn we getuige van de kinderdoop van Elsa Joy Julienne. Met deze kinderdoop omhelst God Elsa Joy Julienne als Zijn geliefd kind. Deze kinderdoop betekent huiswerk voor ouders Claudia Dinar Rosdiana Pakpahan en Christiaan Julienne, en ook voor ons allen als Gods familie van Elsa Joy Julienne. Laat ons allen onze taken uitvoeren als bogen in Gods hand en Elsa Joy Julienne verzorgen en opvoeden zoals God het wil.

We blijven ons vasthouden aan de waarheid en voeden de kinderen die ons zijn toevertrouwd op in Gods wijsheid, en geven een voorbeeld van een leven vol gehoorzaamheid aan God. En voor het uitvoeren van deze roeping zegent, sterkt en bekrachtigt God ons allemaal.

Amen.