Bijbellezing: Klaagliederen 3:19-23
 
Geliefde broeders en zusters in de Here Jezus,
Lee Strobel, een vroegere atheïst die dominee geworden is, heeft ooit een nationale survey in Amerika laten uitvoeren. Hij vroeg de Amerikanen, als ze de Here God slechts één vraag zouden mogen stellen, welke vraag dat dan zou zijn. Het vaakst voorkomende antwoord in de survey was de vraag “Waarom bestaat er lijden in deze wereld?”
 
Broeders en zusters, inderdaad is de realiteit van het lijden niets nieuws in het leven van de mens op deze wereld. In alle tijdperken en generaties, zijn mensen altijd geconfronteerd met lijden. In welke vorm dan ook: natuurrampen, ziekten, armoede, onrecht of het overlijden van geliefden. Je zou kunnen zeggen dat het lijden inherent is aan het leven van de mens op aarde. 
 
Echter, het lijden blijft een mysterie dat nooit helemaal opgelost zal worden, omdat lang niet al het lijden begrepen kan worden door de mens. Zoals werd ondervonden door een vader met de naam Harold Kushner. Hij moest zeer zwaar lijden ondergaan omdat zijn zoon genaamd Aäron, slechts drie jaar oud, onverwachts werd gediagnosticeerd met het progeriasyndroom, een zeldzame genetische ziekte die slechts bij 1 op de 8 miljoen levend geboren kinderen wordt vastgesteld.
 
Kinderen die geboren worden met progeria vertonen symptomen van versnelde veroudering. Dit kan bestaan uit vroege rimpels, grijs haar of kaalheid.
Mensen met progeria worden meestal niet ouder dan een tiener. We kunnen ons voorstellen hoe zwaar het moet zijn voor ouders die de werkelijkheid onder ogen moeten komen dat hun kind lijdt aan het progeriasyndroom. 
 
Harold Kushner vertelde over zijn twijfel en angst tijdens deze periode, toen hij met deze tragedie werd geconfronteerd. Het verhaal van zijn ervaringen en worsteling heeft hij opgeschreven in zijn boek getiteld “When Bad Things Happen to Good People”.
Het boek werd een bestseller en is al in vele talen vertaald en al tientallen keren herdrukt. Het is niet eenvoudig voor een mens om de waarheid te accepteren dat je zwaar lijden zult ervaren in je leven. Al helemaal wanneer je voelt dat je altijd veel goeds hebt gedaan en andere mensen hebt geholpen. Waarom dan? Hij voelde dat hem onrecht werd aangedaan. 
 
Broeders en zusters, wij zijn meestal gewend aan een bepaalde denkwijze over wat met rechtvaardigheid bedoeld wordt, namelijk dat “goede mensen beschermd en gezegend moeten worden. Slechte mensen moeten worden bestraft en moeten lijden.” Echter, in de realiteit van alledag gebeurt het vaak andersom: slechte mensen leven zichtbaar gelukkig en worden gezegend, terwijl goede en eerlijke mensen het moeilijk hebben en moeten lijden. 
 
Er wordt zoveel geleden door de mens op aarde, dat het vragen oproept, zoals over de rechtvaardigheid van God en Zijn rol in het lijden van de mens. De klassieke vraag die gesteld wordt luidt “Waarom laat God toe dat er lijden is?” of “Waarom moet juist ík dit verdragen?”
 
Inderdaad, vanaf het moment dat de mens te maken kreeg met het lijden, begon het probleem van de “Theodicee”, oftewel hoe kunnen wij de gerechtigheid en waarheid van God begrijpen, met name wanneer ons lijden en kwaad overkomt? Kunnen we nog in God geloven als een God die goed en soeverein is? Als God inderdaad almachtig en vol liefde is, waarom is er dan kwaad en lijden? 
 
Al eeuwenlang wordt de kwestie van het kwaad en lijden als wapen gebruikt door sceptici en atheïsten, als bewijs om de aanwezigheid van God af te wijzen. De logische formule die meestal wordt gebruikt gaat als volgt: 
 
Premisse 1: Als God almachtig is, dan kan Hij zeker kwaad en lijden voorkomen
Premisse 2: Als God liefde is, dan wil Hij zeker kwaad en lijden voorkomen
Gevolgtrekking: Als God almachtig is en liefde is, dan kan er geen kwaad of lijden meer bestaan
Premisse 3: Er is echter wel veel kwaad en lijden in deze wereld. 
Gevolgtrekking: Daarom is er geen God die almachtig is en liefde is. 
 
Broeders en zusters, hoe moeten we als christenen, als volgelingen van Christus, met dergelijke argumenten omgaan en tegelijkertijd reageren op het kwaad en lijden dat we in ons eigen leven meemaken? In het bijzonder, hoe moeten we omgaan met de Covid-19-pandemie, die ons al 6 maanden in de greep houdt? Als gevolg van deze gevaarlijke pandemie hebben veel mensen geleden en zijn ook al veel mensen overleden. 
 
Laten we uit onze perikoop uit Klaagliederen 3:19-24 leren over het lijden dat ooit werd ervaren door het volk van Juda, uit het zuiden van Israël. Het gehele volk van Juda ervoer groot lijden, omdat zij de gevangenen waren van de Babyloniërs. Zij moesten in ballingschap leven, in het land van een ander volk, ver van hun eigen land vandaan. Ze konden ook hun geloof in de tempel niet meer praktiseren, omdat Jeruzalem en de tempel waren vernietigd door de Babyloniërs. 
 
Voor de Israëlieten was hun tempel, het Huis van God, heilig en erg belangrijk. Het was niet alleen hun gebedshuis, maar vormde ook het centrum van het religieuze leven van de Joodse gemeenschap. Het Huis van God werd beschouwd als de residentie van hun God. Hun lijden, wat nog zwaarder op hen drukte omdat zij Gods uitverkoren volk waren, betekende dat ze onder de bezetting van een ander volk leefden. 
 
Vers 19 en 20 uit onze perikoop vertellen hoe zij zich voelden tijdens deze periode. Wanneer we deze perikoop bestuderen, dan raken we onder de indruk van de persoonlijke klaagliederen, die eigenlijk het lijden van een heel volk uitdrukken: “Denken aan mijn eenzaamheid en ellende, is bitter als gif.”
 
Hun eenzaamheid en ellende is zo diep dat er gesproken wordt van gif. Het woord dat in de Indonesische vertaling wordt gebruikt “Ipuh”, komt van een bekende boom, waarvan het sap giftig is. Dit sap werd meestal gebruikt om er giftige pijlen mee te maken.
We kunnen begrijpen dat diep lijden bij mensen een grote bitterheid kan veroorzaken en tot traumatische ervaringen kan leiden.
 
In vers 20 wordt gezegd “Mijn ziel moet er steeds weer aan denken en dan word ik zo depressief.” Diep lijden zal nooit worden vergeten, want het wordt ingebed in onze ziel. Hoe meer we lijden en we bittere ervaringen opdoen en herinneren, hoe zwaarder en depressiever ons leven wordt. We kunnen begrijpen dat in een dergelijke situatie het volk van Juda hopeloos was en geen enkele hoop meer had. Zoals in vers 18 staat geschreven: “Verdwenen is mijn hoop op de Heer.” Lijden kan iemand zo teleurstellen dat hij de Heer kwijtraakt. 
 
Lezen we echter vers 21, dan blijkt dat ze te midden van hun machteloosheid toch blijven hopen. Hoe kunnen ze deze hoop blijven houden? Omdat ze zich niet richten op hun ellende en het zware lijden dat ze meemaken, maar hun focus altijd stellen op de Heer. Wanneer ze erover nadenken dan blijkt dat in hun lijden Gods trouwe liefde nooit verandert en nooit eindigt. Gods goedheid en genade blijven in hun leven stromen en eindigen nooit. “Iedere morgen is nieuw, groot is Uw trouw!”
 
De schrijver van de Klaagliederen geeft een getuigenis dat de trouwe liefde en genade van God zich steeds vernieuwt en nooit zal eindigen. De Heer die liefde is, laat Zijn gemeente nooit in de steek. Gelijk aan zijn belofte, zal Hij altijd Zijn gemeente verzorgen, bijstaan en zegenen. De schrijver van de Klaagliederen voelt ook dat hij erg intiem en dicht bij de Heer leeft. De Heer is een deel van zijn leven geworden. Zo gaat het met mensen die in de Heer leven, zij kunnen op zichzelf vertrouwen en ook hun hoop vestigen op de Heer. 
 
Broeders en zusters, het sleutelwoord wanneer we met lijden te maken hebben is ‘hoop’. Mensen die geen hoop hebben of gestopt zijn met hopen zullen het lijden uiteindelijk niet kunnen volhouden. Om die reden moeten we nooit ophouden te hopen op God. Maar hoe kunnen we de hoop te midden van zwaar lijden vinden en vasthouden? De schrijver van de Klaagliederen leert ons dat we niet steeds aan het lijden dat we ondergaan moeten denken, maar aan de Levende Heer. We moeten ons blijven herinneren aan Zijn trouwe liefde, Zijn goedheid en Zijn genade in ons leven. 
 
Als we zijn zoals we nu zijn, is dat dan niet de liefde en genade van God? Laten we proberen ons een gebeurtenis of ervaring uit ons eigen verleden te herinneren waarin we ellende en lijden hebben meegemaakt. We voelden ons machteloos, niet in staat om iets te doen en wellicht begon ons geloof te wankelen, maar uiteindelijk zijn we dit toch allemaal te boven kunnen komen. Niet omdat wij zelf zo fantastisch zijn, maar alleen door de trouwe liefde en genade van God. 
 
Geliefde broeders en zusters in de Here Jezus, 
Terug naar onze vraag hoe we moeten reageren op claims die zeggen dat er geen almachtige en liefdevolle Heer is omdat de werkelijkheid in het leven wijst op het bestaan van het kwaad en lijden en dat dat ons ook kan treffen. Laten we gezamenlijk naar de volgende zaken kijken: 
1. God is niet de schepper van het kwaad en lijden. God heeft nooit het kwaad of het lijden voor de mens bereid. In Genesis 1:31 wordt gezegd “God bekeek alles dat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het goed was.” Kwaad en lijden verschenen pas nadat de mens in de zonde was gevallen. Adam en Eva kozen ervoor hun eigen vrije wil te gebruiken, die hen was gegeven, om niet gehoorzaam te hoeven zijn aan God. Zij wezen het plan dat God voor deze wereld had geschapen, af. Vanaf dat moment werd de aarde, die door God geschapen was, rommelig en verscheidene problemen dienden zich aan, zoals natuurrampen, het kwaad en lijden. 
 
2. Hoewel lijden niet prettig is, kan God het gebruiken voor ons bestwil. Broeders en zusters, het bestaan van lijden in de wereld wijst ons op onze grenzen als mens, omdat er geen mens is die zich aan het lijden kan onttrekken. We moeten dankbaar zijn dat we God hebben die om ons geeft, zoals gezegd is door de apostel Paulus in Romeinen 8:28, dat God overal de hand in heeft, om goedheid te doen toekomen voor hen die Hij liefheeft.  
 
Dat betekent dat we lijden zullen moeten doormaken in dit leven, maar de Heer zal ons geen lijden laten dragen dat ons vermogen te boven gaat. Wanneer wij zullen blijven vertrouwen op de Heer dan zal Hij handelen en ons in staat stellen om ons lijden te boven te komen. Misschien zullen sommigen twijfelen aan de macht van God omdat het lijden dat zij doormaken zo zwaar is. Bedenk dat hetgeen de mens het meest beangstigt, de dood, al door God verslagen is, zou al het andere lijden dan ook niet door Hem verslagen kunnen worden?
 
God kan ons lijden gebruiken om ons dichter bij Hem te brengen. Hij kan het ook gebruiken om ons karakter te vormen of om een getuigenis te kunnen worden voor anderen om tot Hem te komen. God is in staat om op verscheidene manieren iets goeds te laten voortkomen uit ons lijden, als wij op Hem vertrouwen en op Hem hopen. 
 
3. God deelt mee in ons lijden. Soms wanneer we lijden doormaken is het alsof God stil is en onze gebeden niet verhoort. Wij beginnen te twijfelen of God wel echt voor ons zorgt. Vertrouw er maar op dat God om ons geeft. Hij geeft niet alleen om ons, maar Hij deelt ook mee in ons lijden. De Goddelijke incarnatie die mens werd, in de Here Jezus en Zijn opoffering aan het kruis, vormt een concreet bewijs dat God meedeelt in het lijden van de mens.  
 
Harold Kushner zegt in zijn boek dat hoewel hij moest lijden vanwege het verlies van zijn geliefde kind, hij ook nog steeds kon getuigen dat de Heer de last met hem meedroeg, met hem meevoelde en samen met hem leed.  
 
4. Er komt een tijd dat het lijden op aarde zal stoppen en dat God het kwaad zal veroordelen. We horen vaak het argument dat als God echt almachtig is, Hij ook in staat is om al het kwaad en lijden af te schaffen, maar waarom doet Hij dat dan niet? Het antwoord is dat alleen omdat God dat nog niet gedaan heeft, dat niet betekent dat Hij niet bestaat. 
 
Het verhaal over deze wereld gaat nog altijd door en is nog niet voorbij. In de Bijbel wordt gezegd dat er een tijd komt waarin de aarde tot een einde zal komen en de Here Jezus een tweede maal zal komen om het kwaad te veroordelen en eeuwige rechtvaardigheid te stichten. Niemand weet wanneer dat zal gebeuren. We zullen op Zijn komst moeten wachten tot de laatste dag. Deze tijd van wachten is een goede gelegenheid die God ons mensen geeft om tot Hem te komen en ons te bekeren.
 
Geliefde broeders en zusters in de Here Jezus,
Wij zijn ervan overtuigd dat er een almachtige en liefdevolle God is, maar dat zolang we op deze aarde leven, we in zonde zijn vervallen, waardoor we ook nog steeds de werkelijkheid van het kwaad en lijden zullen ondervinden. Maar daar houdt het niet op. Wanneer we blijven geloven en hopen op de almachtige en liefdevolle God, dan zal Hij ingrijpen en alle kwaad en lijden verslaan. 
 
Broeders en zusters, wij weten niet wanneer deze pandemie beëindigd zal zijn. Laten we ons ondanks deze toestand niet terugtrekken en onze taak en roeping vergeten als volgelingen van Christus, alsook Zijn gemeente. We zullen de dreiging van kwaad en lijden nog moeten confronteren, maar we hoeven niet bang te zijn, omdat de Heer met ons is. Ik zal deze preek beëindigen met de woorden van George Müller, die bekend stond als heer van Gebed en Geloof, die ook een uiting waren van zijn geloof toen hij de moeilijkheden en het lijden in zijn eigen leven onder ogen moest zien:
 
 
“My eye is not on the density of the fog but on the living God who controls every circumstance in my life”.
“Mijn ogen zijn niet gericht op de dikte van de mist, maar op de Levende God die elke omstandigheid in mijn leven in handen houdt.” Broeders en zusters, laten wij het leven voortzetten, we weten niet wat er zal gebeuren. Laten we ook blijven vertrouwen en hopen op onze God die leeft en onze levens beheerst. De Heer zegene ons allemaal.
 
AMEN.