Schriftlezing: Johannes 21:12-19

Broeders en zusters die de Heer Jezus liefheeft,

Bij deze preek volgen we het leven van een van de naaste leerlingen van Jezus, zijn naam is Simon Petrus, en tevens zal ik aan een aantal verzen en een gedeelte uit de Bijbel refereren. Degenen onder u die dit willen volgen en mee willen lezen, het is handig als u uw Bijbel binnen handbereik heeft.

Broeders en zusters, het verlies van onze dierbaren of te worden achtergelaten door iemand die we liefhebben, maakt ons verdrietig en stort ons in rouw. Ofschoon we heel goed beseffen dat ons leven op deze wereld tijdelijk is, immers vroeg of laat zullen we sterven. Maar het blijft een feit dat we nooit “voorbereid” zijn als iemand die ons dierbaar is, sterft. Vooral als we nog een “onvoltooid verleden” hebben met de persoon die ons achterlaat.

En dat was juist wat Simon Petrus, één van de leerlingen in de intieme kring van de Heer Jezus, heeft doorgemaakt. De dood van Jezus, zijn meester en Heer, maakte Simon Petrus niet alleen verdrietig, maar liet hem ook met een “onvoltooid verleden” achter. Wat zal dat zijn geweest, dat onvoltooide verleden? Er was een schuldgevoel (guilty feeling) en een diep berouw binnen in het hart van Petrus. Immers bij zijn laatste ontmoeting met de Heer Jezus voordat Jezus gekruisigd werd, heeft Petrus zijn meester verloochend. En niet één keer, maar maar liefst drie keer.

Simon Petrus die gezien was als de leider van de leerlingen in de intieme kring van Jezus, en werd beschouwd als “een ingewijde”. Had hij dan Jezus, zijn meester en Heer die een oneerlijk proces en de doodstraf kreeg, juist moeten verdedigen? Vooral omdat Petrus ooit Jezus beloofde in Johannes 13:37: “… Ik wil mijn leven voor u geven!” Hier concluderen we dat Petrus durfde zijn liefde en trouw te onderstrepen met een verklaring om Jezus tot aan zijn dood te volgen.

Wat zei Jezus daarop? Jezus zei: ‘Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, ik verzeker je: nog voor de haan kraait, zul jij mij driemaal verloochenen!’ Broeders en zusters, de laatste woorden voor Jezus’ dood gericht aan Petrus waren: “Steek je zwaard in de schede.”(Johannes 18:11). En de laatste woorden van Petrus over Jezus bevatten driemaal ontkenningen. Petrus ontkende dat hij Jezus kende en een hechte relatie had met de Heer Jezus.

Zelfs als we het evangelie van Marcus lezen, in Marcus 14:71 staat: “Toen begon Petrus te vloeken en hij riep: ‘God weet dat ik die man niet ken!’” Broeders en zusters, het mag duidelijk zijn dat door deze ontkenning van Petrus, de goede verstandhouding tussen Jezus en Petrus tot dusver, “schade” opliep, en wel voor beide partijen. We kunnen ons voorstellen hoe de gevoelens van Jezus op dat moment waren. Erg teleurgesteld, verdrietig en diepbedroefd moest Hij dan zijn, te weten dat de persoon die Hem verloochende, iemand was die tot dusver tot Zijn intieme kring behoorde.

Aan de andere kant, wanneer we ons in de positie van Petrus verplaatsen, wat kunnen we ons schuldig voelen en spijt hebben. Het geloof van Petrus hield geen stand bij een bedreiging. Hij durfde niet om zijn liefde en trouw die hij Jezus ooit beloofd had te tonen. Het tegenovergestelde, hij koos juist voor zijn eigen veiligheid in plaats van zijn leven voor Jezus te geven.

In de toestand van deze beschadigde relatie, was het contact tussen Petrus en Jezus op een abrupte manier beëindigd door de dood van Jezus aan het kruis. Maar er bleef een “onvoltooid verleden” tussen beiden achter. En hoe ontwikkelde zich hun relatie, na de opstanding van Jezus? Eerst willen we het geloofsleven van Petrus, of de relatie tussen Petrus en Jezus, volgen. We zijn dankbaar omdat de vier evangeliën in de Bijbel veel hebben vermeld over de relatie en gesprekken tussen Petrus en Jezus.

Broeders en zusters die de Heer Jezus liefheeft, het geloofsleven van een mens, kent in het algemeen voorspoedige en minder voorspoedige momenten. De ups and downs. Er is een moment dat ons geloof, namelijk onze relatie met de Heer, een hoogtepunt kent, en er is ook een moment van een dieptepunt. Zo was het ook met de relatie tussen Petrus en Jezus.

De eerste ontmoeting of het begin van de vriendschappelijke relatie tussen Petrus en Jezus, begon met de uitnodiging van Jezus om hem te volgen. In het evangelie van Marcus, in Marcus 1:17, zei Jezus tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal jullie vissers van mensen maken’. Deze passage staat ook in het evangelie van Lucas. In Lucas 5:1-11, in een gesprek of dialoog waarbij Petrus blijkbaar de uitnodiging van Jezus weigerde, zo zei hij in vers 8: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens’.

Waarom weigerde Petrus en liet hij Jezus van hem weggaan? De reden was duidelijk broeders en zusters, immers Petrus wist wie hij was. Hij voelde zich onwaardig omdat hij een slecht mens was. Terwijl Jezus geen gewoon mens was. Petrus had al gehoord over Zijn ontzagwekkende leer en ook de wonderen die Jezus verrichtte. Maar wat was het antwoord van Jezus aan Simon Petrus? ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ (Lucas 5:10). Vanaf dat moment lieten Petrus en zijn vrienden alles achter en gingen met Jezus mee.

Na ongeveer drie jaar met Jezus samen op te trekken, zouden er vele vrolijke en minder vrolijke ervaringen zijn die Petrus meemaakte, waaronder het kennen wie Jezus was. Op het hoogtepunt van hun relatie, heeft Petrus een grote bekentenis gedaan. Toen Jezus in Caesarea Filippi arriveerde, vroeg hij aan zijn leerlingen, ‘Wat zeggen mensen over Mij, de Mensenzoon?’… ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Waarna Petrus spontaan antwoordde, ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God!’(Matteüs 16:16).

Broeders en zusters, kennelijk kon Petrus de identiteit van Jezus treffend vaststellen, en zeggen wie Jezus is. Jezus is de Messias, de Zoon van de levende God. Een doorsneemens zag Jezus als Johannes de Doper, anderen zeiden Elia, weer anderen zeiden een andere profeet van vroeger. Maar Petrus kende Jezus veel dieper. Jezus is de door God gezalfde, de Messias, de Zoon van God.

Nadat Petrus een buitengewone bekentenis over Jezus heeft gedaan, stond er dat Jezus begon zijn leerlingen te vertellen over zijn missie op aarde, wat er met hem moest gebeuren. “Dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.” (Matteüs 16:21).

Broeders en zusters, wat was de respons van de leerlingen bij het horen van deze verklaring? Kennelijk was het Petrus die meteen reageerde op Jezus’ verklaring. Laten we Matteüs 16:22 bestuderen. Wat was de actie en wat zei Petrus toen? Petrus nam hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’

De respons van Petrus was echt buitengewoon, nietwaar? Hij durfde te protesteren en Jezus, zijn meester, terecht te wijzen en gebruikte de naam van God. Uiteraard was zijn bedoeling goed, hij probeerde Jezus namelijk te redden. Petrus wilde op dat moment zijn liefde en trouw aan Jezus tonen. Maar Jezus gaf hem een schokkend antwoord, ‘Ga terug, achter mij, Satan!’ (Matteüs 16:23).

We zien hier dat Jezus in het protest van Petrus de stem van satan herkende. Een vraag voor ons is dan, hoe kon Petrus dat doen, nota bene de leerling die tot de intieme kring van Jezus behoorde, terwijl hij nog maar net een buitengewone bekentenis had gedaan over Jezus, maar satan kon hem gebruiken om Gods missie te dwarsbomen. Uiteraard was dat wel mogelijk.

Broeders en zusters, zoals in 1 Petrus 5:8 staat: “Wees waakzaam, wees op uw hoede want uw vijand, de duivel, zwerft rond als brullende leeuw, op zoek naar een prooi.” Dus wij allemaal, volgelingen van Jezus, worden gewaarschuwd om waakzaam te blijven voor de verleiding van de duivel. Net als Petrus, ofschoon we vinden dat we de Heer nabij zijn, maar als we niet waakzaam zijn, kunnen we in de zonde vallen en kan de duivel ons gebruiken.

 

Broeders en zusters die de Heer Jezus liefheeft,

Wat is dan vervolgens het dieptepunt in het geloofsleven van Petrus? Uiteraard zijn verloochening van Jezus. Mogelijk vermoedde Petrus zelf helemaal niet dat hij ooit Jezus, zijn meester en Heer, tot drie keer toe zou verloochenen. Vooral in beschouwing genomen dat Jezus eerder over Petrus zei dat hij, Petrus, “de rots was.” (Matteüs 16:18). Zoals een rots zal hij zeker stevig standhouden. Anderen kunnen omvallen, maar hij niet. Maar wat gebeurde er vervolgens? Bij een confrontatie met slechts een aantal mensen, heeft Petrus gefaald. Tot drie keer toe heeft hij Jezus, zijn Heer, verloochend. Dat was het dieptepunt in het geloofsleven van Petrus.

Maar wie had gedacht, dat Petrus zich spoedig daarop zou kunnen herstellen van zijn 'val'? Broeders en zusters, op het moment van de derde verloochening van Petrus, gebeurde er wat. In Lucas 22:61-62 staat: “De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul jij mij driemaal verloochenen.’” Toen liep Petrus weg en hij huilde van verdriet.

Broeders en zusters, daarnet is verteld dat toen de Heer Jezus voor de derde keer werd verloochend, Hij de gelegenheid had zich om te draaien en Petrus aan te kijken. Och, hoe zou dat voelen in zo’n situatie? Er straalde beslist iets uit de blik van Jezus dat het hart van Petrus brak, daarom stond geschreven dat Petrus wegliep en huilde van verdriet. Maar dat was dan weer anders met Judas Iskariot, Petrus liep weg maar heeft zichzelf niet opgehangen.

Broeders en zusters, de blik van Jezus was geen spottende blik, maar er straalde iets uit waardoor Petrus in tranen uitbarstte. Zijn ziel huilde. Een man zal immers niet zo snel huilen.

Echter broeders en zusters, juist hier was het keerpunt (turning point), waaruit de rehabilitatie van Petrus na zijn val was begonnen. Hij herinnerde zich de uitspraak van Jezus. Hij zag het gezicht van Jezus. Er was een andere gebeurtenis die bijdroeg aan de rehabilitatie van Petrus. Dat was toen bij Jezus’ graf, bij zijn opstanding. Toen verscheen de engel aan Maria Magdalena en de andere vrouwen, en liet het hun aan de andere leerlingen vertellen. In Marcus 16:7 staat: ”Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: ‘Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd’”. Petrus werd hier namelijk specifiek genoemd.

Waarom werd Petrus specifiek genoemd? We zien hier dat de Heer Jezus nog met hem te doen had. Petrus werd niet vergeten noch “gedumpt”. Dat was geen toeval dat Jezus zijn belofte die door zijn engel was doorgegeven vervulde. Hij verscheen aan Petrus en zijn andere leerlingen bij het meer van Galilea (Johannes 21:1-23). Jezus kwam Petrus tegemoet om te zeggen dat hij een onvoltooid verleden met Petrus had willen afronden.

Broeders en zusters, onze perikoop van vandaag, beschrijft hoe Jezus opnieuw een kans aan Petrus wilde geven om zijn leven opnieuw te ordenen, of om de woorden van predikant Julianto Simanjuntak te gebruiken: zijn leven te regenereren. Jezus’ daad was een pastorale bediening, waarbij Jezus zijn liefde toonde om Petrus te begeleiden van zijn gevoelens van falen en schuldgevoelens af te komen. Jezus bood vergeving aan voordat Petrus werd uitgezonden om Gods missie uit te voeren. Hierdoor kon hij eerst vrede sluiten met zijn Heer, en ook vrede sluiten met zichzelf en zijn medemensen.

Broeders en zusters, onze perikoop van vandaag gaat ook over het afsluiten van het donkere verleden van Petrus. Voor Petrus was het nodig om korte metten te maken met zijn donkere verleden, opdat hij niet voor eeuwig door schuldgevoel werd achtervolgd, dat zijn verdere bedieningen kon belemmeren. David W.F. Wong schreef in zijn boek “Journeys Beyond the Comfort Zone” (“Reistochten voorbij de comfortzone”) over vier gezonde tekenen van afronding:

  1. Ik weet dat ik ben vergeven.Petrus wist dat hij vergeven was toen Jezus hem, en de andere leerlingen uitnodigde: ‘Kom eet iets,’(vers 12). Jezus zou Petrus beslist niet uitnodigen om samen te eten wanneer hij Petrus nog niet zou hebben vergeven. Immers in die tijd was het delen van eten, en het samen eten een vriendschappelijke uiting en een teken van een gemeenschap.
  2. Ik weet waar mijn fout ligt. Petrus wist waar zijn fout was, toen Jezus vroeg: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’(vers 15). Deze vraag die Jezus tot drie keer stelde, herinnerde hem aan de pijnlijke gebeurtenissen en werkte op de tedere gevoelens van Petrus. Het woord “heb je mij lief” dat Jezus gebruikte in zijn eerste twee vragen, is in de oorspronkelijke taal: “agapao”, dit drukt een oprechte liefde uit, een liefde zonder iets terug te verwachten, net als de liefde van God voor de mens. Petrus wist dat hij had gefaald om zo’n liefde te hanteren. Het is niet vreemd als in het antwoord van Petrus op de vraag van Jezus, hij het woord “houden van” gebruikte van een lagere gradatie, namelijk “phileo”. Petrus wist en was zich bewust van waar zijn falen lag.
  3. Ik weet dat ik nog van nut ben. Petrus wist dat hij nog van nut kon zijn en door de Heer kon worden gebruikt, toen Jezus aan hem zei: “Weid mijn schapen” (verzen 15-17). Er lag nog een taak die door Petrus moest worden uitgevoerd en afgerond. Hij was niet als leerling “geschrapt”, maar kreeg juist een tweede kans om de Heer te dienen, en dat was de herder te worden over Gods lammeren.
  4. Ik weet hoe ik niet nog eens val. Petrus wist hoe hij moest zorgen dat hij niet opnieuw viel, toen Jezus zei: ‘Volg Mij’ (vers 19). Deze woorden van Jezus werden in vers 22 herhaald: ‘Maar jij moet mij volgen.’ Petrus heeft een waardevolle onderwijzing gekregen om God te dienen, hij moest zich blijven richten tot Jezus, opdat hij niet opnieuw faalde.

Broeders en zusters, Petrus is gerehabiliteerd ook al zag Jezus het slechtste in Petrus, maar Jezus vertrouwde op het beste in hem, en zond hem opnieuw.

 

Broeders en zusters die de Heer Jezus liefheeft,

Mogelijk hebben sommigen van ons, net als Petrus, een donker verleden gehad. Als we naar ons zondig bestaan kijken, voelen we ons ellendig en Hem geheel onwaardig. Maar wanneer we Zijn liefde ervaren, en ervaren hoe Hij ons omhelst en accepteert zoals we zijn, zullen we niet van Hem weglopen. Schuldgevoel zal geen relaties opbouwen, liefde zal dit wel doen. En vergeving helpt ons te rehabiliteren, om opnieuw te worden uitgezonden. God zegene ons allemaal.

AMEN.