"Berjalan bersama Tuhan yang bangkit"

 

Lucas 24:13-35 

Geliefde gemeente. Een van de gevolgen van de coronapandemie voor mij is dat mijn vrouw en ik met regelmaat een avondwandeling doen. Natuurlijk als er geen online activiteit is van de kerk. Van de hele dag thuis zijn heb je echt behoefte aan frisse wind en buiten lucht. Tijdens onze wandeling praten wij over van alles en nog wat. Wij genieten van onze quality time. De route van de wandeling verschilt per keer. Wij zorgen wel in ieder geval dat wij thuis zijn vóór de avondklok. Wandelen is gezond en goed voor onze gezondheid. Wandelen werkt ontspannend. Wij komen altijd verfrist thuis. Van harte aanbevolen dus!

In onze schriftlezing lezen we ook over twee mensen die aan het wandelen zijn. Wat is hun route? Ze lopen van Jeruzalem naar Emmaüs, een dorp, ongeveer elf kilometer verderop. Wie zijn ze? Het zijn twee mensen die horen bij de kring van de leerlingen rondom Jezus. Hiervoor, in vers 9, is het gegaan over de ‘elf discipelen en alle anderen’. Blijkbaar is er rondom die groep van elf discipelen (kleine kring) nog een kring (grote kring) van mensen die Jezus volgen. In Lucas 10:1 lezen we bijvoorbeeld over de 72 andere leerlingen van Jezus.

Deze twee mensen horen daar ook bij. Eén van hen heet Kleopas. En die ander? Vaak is gedacht dat het een vriend was van Kleopas. Dat kan, maar het kan net zo goed zijn vrouw zijn geweest.

Maar waarom verlaten ze Jeruzalem? In feite is dat heel vreemd! Jezus heeft verschillende keren aangekondigd dat Hij in Jeruzalem zou worden gevangengenomen en gekruisigd, en dat Hij op de derde dag zou opstaan. Nu is het die derde dag. En wat doen deze twee leerlingen op die derde dag? Ze lopen weg! Vreemd, want het Paasfeest is ook nog in volle gang, het Joodse Paasfeest, dat duurt een week! Alle pelgrims bleven een week lang in de stad, maar deze twee mensen gaan weg! Het is volledig onbegrijpelijk! Hebben ze dan in Emmaüs een dringende afspraak? Is er iets gebeurd waardoor ze wel weg moesten? Nou, blijkbaar niet, want als ze beseffen dat zij met Jezus Zelf gesproken hebben, dan vliegen ze terug naar Jeruzalem. Dan kan het dus wel! Nee, wat zorgt er nou voor dat deze mensen weglopen? Wat zorgt ervoor dat ze zich afzonderen van de rest?

De verklaring moeten we zoeken in vers 17, waar Jezus zegt: ‘Waarom ziet u er zo bedroefd uit?’ (HSV). Bij deze twee mensen is het verdriet zo groot, de teleurstelling over de dood van Jezus, het einde aan het veelbelovende leven, dat het bericht over de opstanding van Jezus niet binnenkomt. Het is verdriet, het is teleurstelling en het is ongeloof. Dat staat er ook, in vers 25. Daar zegt Jezus: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben?...’ Natuurlijk is het verdriet, natuurlijk is het teleurstelling, maar uiteindelijk is het ongeloof. Daarom trekken deze twee mensen zich terug. Ze zonderen zich af.

Misschien is dit ook wel uw, jouw verhaal. Dat u beheerst wordt door verdriet. Misschien ziet u dat uw hoop of verwachting vervlogen is. Of maakt u teleurstelling mee. Je bent teleurgesteld in mensen, omdat de opgebouwde relatie verbroken is. ‘Waarom komt hij/zij zijn/haar beloftes niet na?’ Je bent teleurgesteld in de situatie die anders is dan je dromen en idealen. Of misschien ook teleurgesteld in God. ‘Waarom maak ik deze tegenslag mee? Waarom loop ik alleen naar Emmaüs? Waar bent U God wanneer ik U nodig hebt?’. Misschien is uw geloof bekoeld. En dat u zich langzamerhand terug trekt uit de gemeenschap van broeders en zusters. Steeds minder de (online) kerkdienst volgen. Steeds minder meedoen met de (online) kerkelijke activiteiten.

Toch is dit niet het einde van het verhaal. Want opeens is er die derde Persoon. Een onbekende. Lucas laat het ons als lezers meteen weten: het is Jezus. Maar de twee leerlingen hebben dat niet door. Ze zien het niet. Ze hebben het niet in de gaten.

Waarom doet Jezus dit? Waarom loopt Hij mee, de verkeerde kant op? Dat zou je toch niet verwachten? Je zou denken: Jezus houdt ze tegen! Hij zegt: ‘Stop, stop! Jullie moeten terug!’ Maar nee, Jezus loopt mee! Hij loopt mee op een foute wandeling. Waarom? Weet u waarom? Omdat Jezus niemand dwingt. Want Jezus zoekt je hart. Hij is de goede Herder, die op zoek is naar de dwalende schapen. Jezus drijft deze twee mensen niet terug naar de kudde, met veel geschreeuw en met een knuppel. Nee, Hij loopt mee. Hij stelt vragen en Hij laat hen helemaal uitpraten. Vol liefde en pastorale bewogenheid is dat. Pas daarna wijst Jezus hen terecht van hun ongeloof. Zo geneest Jezus de gebrokenen van hart.

Jezus legt vervolgens de Bijbel uit. Het Woord van God werkt zo krachtig. Die koude harten, afgekoeld door teleurstelling, door verdriet, door pijn en strijd, die koude harten waarin het geloof is uitgedoofd, die worden door Jezus in vuur en vlam gezet!Die twee, ze krijgen er niet genoeg van! Als ze aankomen in Emmaüs, zeggen ze: ‘Kom mee, blijf bij ons, blijf eten bij ons!’ En als dan het brood op tafel komt, wie neemt dan de rol van de gastheer op zich? Wie is degene die het brood neemt en het breekt? Het is niet Kleopas, het is niet die andere leerling, nee, het is de Meester Zelf. Opeens valt het kwartje. Het is Jezus! Jezus leeft! De Heer is opgestaan!

Hoe herkennen ze Jezus? Zou het niet door de littekens in Jezus’ handen, van de spijkers aan het kruis? Jezus neemt het brood, en Hij deelt het. De gast wordt de Gastheer. En dan is Hij weg. Opeens. Ze kijken elkaar verbaasd aan. Verbaasd en verwonderd. En dan… dan stroomt de blijdschap door hun ziel! ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ En of het nu avond is of niet, of het nu al donker wordt of niet, ze weten niet hoe snel ze terug moeten naar Jeruzalem! (Gelukkig was er toen geen avondklok). Snel terug naar de anderen, terug naar ‘de kudde’, terug naar de gemeenschap van broeders en zusters!

Ziet u wat Jezus doet, de goede Herder? Hier zijn twee dwalende schapen. En de Herder, die zoekt ze op in hun afzondering, hun isolement. Jezus dwingt niet, Jezus manipuleert niet, Jezus dreigt niet met hel en verdoemenis. Nee, Jezus doet twee dingen: Hij komt met het Woord en Hij komt met het sacrament. Hij legt alles uit wat in de Schriften op Hem betrekking heeft. En Hij breekt het brood. Dit is nou genade! Dit is hoe de goede Herder Zijn werk doet.

Lopen we ook soms weg van de Heer? Misschien lopen we niet weg zoals Judas die Jezus verkoopt of zoals Petrus die Jezus drie maal verloochent. Weglopen van de Heer kan ook subtiel en geleidelijk gaan. Bijvoorbeeld elke morgen. Wat is het eerst dat u, jij doet als je wakker wordt? Gaat u eerst bidden of appjes/ berichten lezen? Of eerst het nieuws lezen? Of meteen direct aan de slag omdat u het druk hebt. Druk thuis, druk op werk, druk met studie, of druk met veel kerkelijke taken. Of meteen beginnen met de hobby? Als wij het gebed uitstellen, ‘stille tijd’ overslaan, kan het een gewoonte worden en zo kunnen we we geleidelijk weglopen van de Heer. Wij kunnen ons persoonlijk afvragen: ‘Op welke momenten vlucht ik weg van de Heer? Wanneer kies ik het isolement? Wanneer sluit ik me af voor God?’

Maar Godzijdank! Jezus is de goede Herder, die u, jou, en mij elke keer weer terughaalt, die elke keer toch weer ons hart weet te bereiken. Hij zoekt ons op, Hij confronteert, maar vooral voedt Hij ons met het Woord van God, en met het hemelse brood. Hoe worden we gevoed met het Woord van God? Door de preken die wij elke week horen. Door persoonlijk de Bijbel te lezen en te bestuderen. Door de Bijbelstudie of samenkomsten. Door de Groeigroep (KTB) die dit jaar het speerpunt is van de GKIN, zodat het jaarthema 2021 door Gods genade gerealiseerd kan worden: ‘Back to basic in nieuwe werkelijkheid’. Laten we niet verslappen tijdens deze pandemie, maar de tijd gebruiken om juist samen te groeien in het geloof en in geloofskennis.   

Als die twee leerlingen uit Emmaüs weer in Jeruzalem aankomen, dan is het een warm bad waar ze in terechtkomen. De anderen, ze juichen: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’ Zo mogen ook wij elkaar versterken, elkaar bemoedigen en aanvuren. We mogen er naar uitkijken om in de toekomst weer met z’n allen samen te zijn in de kerk als Zijn grote familie. Maar ook in deze pandemietijd bindt God ons aan elkaar. Laten we nooit vergeten: wij zijn broeders en zusters in de Heer! Wij zijn vrijgekocht door hetzelfde bloed van Christus aan het kruis. Wij zijn allemaal Zijn kudde. Wij horen bij elkaar. De liefde van de opgestane Heer bindt ons aan Hem en aan elkaar. 

Treffend zei ds. Hendri Sendjaja onlangs in onze toerusting van ouderlingen en activisten, toen hij de woorden van ds. Joas Adiprasetya citeerde: “Ik geloof dat de beste manier om van Christus te getuigen, ‘witness’ (witness = getuigen) ... is door de saamhorigheid, ‘withness’ (withness met een h = een staat van samen met of nabij iemand zijn).” 

Geliefde gemeente. Het leven is een reis. Weet dat wij in onze levensreis nooit alleen zijn. In welke omstandigheden wij ons ook bevinden, ook in deze coronapandemie, zijn wij op weg samen met de opgestane Heer. Al beseffen we dat niet, Hij loopt met ons mee. De opgestane Heer doet ons hart opnieuw branden. Branden van liefde, branden van vreugde, branden van enthousiasme. Waar Jezus Zijn woorden spreekt, daar gaat het ongeloof smelten. De teleurstelling, die verandert in hoop. Het verdriet, daarvoor komt vreugde in de plaats. Wij moeten dus veel wandelen. Wandelen met Jezus!

Ik wil deze preek eindigen met een gedicht ‘Nabij‘ uit het bundel ‘Als een Vlinder’ (blz. 8), geschreven door dichter Huib Fenijn, opa van Carel Fenijn, een gemeentelid van GKIN regio Rijswijk/ Den Haag.

 

Nabij

Wij liepen samen door het veld,

de Here God en ik.

Nooit was Hij dichter mij nabij

dan op dat ogenblik.

 

Ik vroeg hem niet vanwaar Hij kwam,

ik wist dat Hij het was.

Nooit blauwer was de lucht, zó blauw,

nooit groener ooit het gras.

 

Ik sprak met hem als met een vriend,

die alles van je weet,

en die je toevertrouwen mag,

je vreugde en je leed.

 

Ik waande God altijd ver weg,

in laaiend lichte schijn,

en wist niet dat Hij zó nabij,

zó dicht nabij kon zijn.

 

Amen