Lezing: Efeziers 4: 20-32

Geliefde broeders en zusters in Jezus Christus,

Uit de prekenserie: “Groeien tot leerlingen die gelijk zijn aan Christus’, het jaarthema voor de GKIN,  is het thema voor vandaag ‘Samen groeien als leerlingen van Christus.’ Door de vorige jaarthema’s worden wij eraan herinnerd dat wij Christenen zijn: dat is onze identiteit. Wij zijn niet alleen personen door God geschapen, maar in deze wereld zijn wij ook volgelingen van Christus. 

Verder worden wij eraan herinnerd dat de GKIN een kerk van God is, niet een club of vereniging maar een gemeenschap gecreëerd door God om Zijn missie van verlossing voor deze wereld te volbrengen. Wij worden er voorts ook aan herinnerd dat in onze eenheid en aanbidding, God onze focus is. Dus het gaat niet alleen om elkaar ontmoeten en het samenzijn, maar door onze erediensten ook Gods aanwezigheid te kunnen voelen en ervaren.

En door ons jaarthema ‘Samen groeien als leerlingen van Christus’ worden wij eraan herinnerd dat als leerlingen van Christus en Zijn kerk, wij niet pas op de plaats moeten maken maar moeten groeien naar volwassenheid in het geloof en in onze kennis van Christus. Ds. Linandi heeft gepreekt over ‘Groeien als een leerling die durft tegen de stroom in te gaan’ en ds. Marla heeft gepreekt over ‘Groeien als een leerling met zorg voor de schepping.’ En vandaag willen wij leren hoe wij moeten groeien als leerlingen die gelijk zijn aan Christus’.

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

Er gaat een waargebeurd verhaal over een man genaamd John Kovancs die 16 jaar in een ondergrondse, donkere  treintunnel leefde. Stel je voor, 16 jaar op zo’n plek. Maar toen men begon met de tunnel te renoveren moest hij wel een andere ‘woning’ zoeken. Interessant is dat hij een paar jaar later werd gekozen als winnaar van het programma ‘daklozen veranderen in vaste huisbewoners’; een programma van The New York Times.

Wat gebeurde er met Kovancs? John Kovancs verliet zijn oude leefplek in een donkere tunnel en werd een organische boer in New York. Van zijn nieuwe plek zei hij: ‘De lucht voelt hier beter aan. Ik zal nooit meer verlangen naar mijn oude plek in de tunnel. Ik wil daar niet naar teruggaan.’ Broeders en zusters, deze verklaring van John Kovancs zou eigenlijk op een ieder van ons van toepassing moeten zijn, wij die een nieuw leven leiden in Christus:  dat wij nieuwe mensen zijn en dat wij niet terug willen keren naar ons oude leven.

Onze perikoop van vandaag  gaat ook over de verandering van de oude mens in een nieuw mens. De apostel Paulus zei dat wij ‘de oude mens moeten afleggen’ en dat ‘wij de nieuwe mens moeten aantrekken. Waarom moeten wij de oude mens afleggen? Wat wordt bedoeld met de  ‘oude mens’? Wat de apostel Pauls bedoelt met de ‘oude mens’ is wie wij zijn voordat wij Christus en Zijn leer leerden kennen.

De oude mens wordt in de voorgaande verzen geschetst als iemand die vervreemd van God leeft, met loze denkbeelden. Daarmee wordt bedoeld dat hun denkwereld ver van God staat. Het leven van de ‘oude mens’ wordt beheerst door vleselijke lusten, losbandigheid en hebzucht. Een leven dat is gericht op eigenbelang.  

Aan de andere kant is hetgeen wordt bedoeld met de ‘nieuwe mens’ een mens waarvan de geest en het denken zijn vernieuwd (vers 23). Deze vernieuwing kwam tot stand door hun kennismaking met Christus als de bron en basis van vernieuwing in het leven. In Christus vinden wij een ander leven. Dus Christus is niet slechts het ‘object’ van lering; het is meer dan dat, Christus is de ‘persoon’ of ‘figuur’ die onlosmakelijk verbonden is aan hetgeen zij over Hem hebben gehoord en geleerd.

Daarom mogen zij, als mensen die Christus hebben leren kennen, niet meer hun oude leven oppakken. Wij zien hier dat kennis over Christus ons zal doen inzien dat er een verschil is tussen het oude en nieuwe leven. Paulus zegt dat wij de ‘oude mens’ moeten afleggen en de ‘nieuwe mens’, die geschapen is volgens de wil van God, moeten aantrekken.

De nieuwe mens verschilt heel erg van de oude mens. De oude mens wordt beheerst door vleselijk lusten en slechte verlangens. De nieuwe mens niet. De nieuwe mens is geschapen naar Gods wil. Zijn leven is niet alleen maar gericht op God, maar voltrekt zich ook onder Zijn macht en leiding. Door en in Christus worden wij gerechtvaardigd en geheiligd.

Als wij vernieuwd willen worden in de Geest dan moeten wij ons hele leven volledig aan God schenken, zodat wij geen recht meer hebben op ons leven maar dat God er het volledige recht op heeft. En pas dan zullen wij beseffen dat wij Christus toebehoren.

En dat is de reden waarom wij, indien wij in Christus gered willen worden, niet meer mogen leven als ‘oude mensen’ maar moeten leven als ‘nieuwe mensen’ die voortdurend zichzelf geven om te leven onder Gods leiding.

Dus mijn broeders en zusters, het is voor ons als Christenen niet voldoende alleen lid te zijn van een kerk. Het is niet voldoende om gedoopt en actief te zijn in de kerk, zonder een leven te leiden als een nieuw mens. Wanneer wij alleen maar bekend zijn met Christus, Hem kennen, maar Hem nog niet aangenomen hebben als God en onze persoonlijke Verlosser, als wij slechts gedoopt zijn met water en een actief en dienstbaar lid van de kerk zijn, maar nog verdrinken in ons oude leven, dan leiden wij nog geen nieuw leven in Christus.

Daarom betekent Christen worden niet alleen maar een verandering van godsdienst, zoals wij van kleding wisselen. Of onze naam veranderen: wij voegen een naam uit de Bijbel toe, bijvoorbeeld Petrus of Paulus, maar ons gedrag blijft onveranderd. Het is niet vreemd op TV te horen of in de krant te lezen dat corrupten of misdadigers fantastische namen hebben: Petrus Andreas… of Paulus Philipus.

Broeders en zusters, wanneer wij de aanwijzingen voor een nieuw leven in Kolossenzen 3: 9b-10 lezen, dan zien wij dat er staat: ..nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuw mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt….’ Dat is wat het betekent Christen te zijn! Ons hele wezen, onze hele aard veranders: van een ‘oud mens’ worden we een ‘nieuw mens’.

Maar het concept van de ‘nieuwe mens’ gaat niet alleen maar over het individu en zijn onafhankelijk leven, maar ook over de gemeenschap – het lichaam van Christus. Want Paulus zegt: ‘’ .. en de wet met Zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede…’(Efeziërs 2: 15)

Met ‘uit die twee’ in het vers hierboven worden de Joodse Christenen en de niet Joodse Christen bedoeld, de ‘nieuwe mensen’ in Christus. Dus, het nieuwe mens zijn is niet slechts een persoonlijke zaak, het is ook een collectief als gemeenschap.

Broeders en zusters, nieuwe mensen worden gaat niet automatisch maar is een levenslang proces. Waarin God ons karakter en leven zal vormen om gelijk te worden aan Christus. Want wat zal er gebeuren wanneer wij de ‘nieuwe mens’ aantrekken:

 

  1. ONZE ZIENSWIJZE ZAL VERANDEREN.

Als nieuwe mensen zal onze focus in het leven veranderen. Wij zullen niet langer gericht zijn op onszelf, maar op Christus. Paulus leert ons dat Christus en Zijn lichaam (Zijn Kerk) één en onlosmakelijk verbonden zijn. De eenheid van Christus als het hoofd van Zijn lichaam (de Kerk) is zo duidelijk dat de ervaringen van Zijn lichaam (de Kerk) ook door Christus – het Hoofd – gevoeld worden.

Broeders en zusters, Christus en Zijn Kerk zijn onlosmakelijk verbonden. Dus is ons leven niet alleen maar onze zaak als mensen, is het niet aan ons om te kiezen voor wat voor ons gemakkelijk is en past in onze wensen en belangen, maar wij moeten altijd met Christus verbonden blijven en Zijn wil en belang zoeken.

Een voorbeeld uit het dagelijkse leven: wij worstelen met het feit dat iemand een scherpe en kwetsende opmerking heeft gemaakt, wat denken wij dan? De oude mens in ons zegt misschien in gedachten: ‘Wie is hij wel dat hij zulke dingen over jou durft te zeggen. Laat je niet zo vernederen. Probeer nog kwetsender woorden te vinden om je te wreken.’

En hoe zou het gaan met onze nieuwe mens? Zeker is dat in deze situatie van hartzeer wij onmiddellijk contact moeten zoeken met God. Wij vragen wat Jezus in dit geval zou doen, hoe Hij hiertegen zou aankijken. Wij kunnen ons verdriet en onze pijn voorleggen. ‘Heer ik voel me heel erg beledigd. Het doet hier pijn (wijst op het hart). Maar help mij met een juiste reactie wanneer mensen over mijn kwaadspreken of kwetsen’.

Wanneer wij met God verbonden blijven, worden wij eraan herinnerd dat onze identiteit als een kind dat Hij liefheeft, niet afhankelijk is van wat anderen zeggen. Belangrijk is dat God ons hart kent. Misschien worstelt diegene die kwaad spreekt met zijn eigen problemen.

2.       ONZE MANIER VAN LEVEN VERANDERD.

Broeders en zusters, om te leven als een nieuw mens moeten wij niet alleen een andere zienswijze hebben, maar wij moeten ook een andere levenswijze in de praktijk brengen. Voordat wij reageren en een besluit nemen en een daad verrichten, moeten wij zorgen dat wij met God verbonden zijn: ‘God, wat zou U in mijn positie doen, hoe zou U handelen?’

Als nieuwe mensen proberen wij op een goede manier uit te leggen dat hetgeen gezegd was niet waar is en ons kwetst. Of wij kunnen leren de persoon te vergeven en het probleem niet te vergroten, alleen omwille van onze eigen ego.

Broeders en zusters, als nieuwe mensen hebben wij niet alleen en relatie met Christus als het Hoofd, maar ook met de andere leden. Laten wij daarom kijken naar de adviezen van Paulus voor dit leven als nieuwe mensen, in de volgende verzen van onze perikoop, t.w. Efeziërs 4: 25-32:

‘Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen.’(Efeziërsvers 25)

 ‘Als u boos bent, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans’. (Efeziersvers 26-27)

Verder: ‘Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort.’(Efeziërs 4: 29)

Als nieuwe mensen moeten woorden van gemeenteleden opbouwend zijn, geen kritiek leveren die het leven van anderen alleen maar verwoesten.

En tot slot: ‘Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.’ (Efeziërs 4: 32)

Geliefde broeders en zusters in de Heer Jezus,

De bovenstaande adviezen van Paulus doen ons beseffen dat het groeien tot een leerling gelijk aan Christus, als een nieuw mens, niet slechts een persoonlijke zaak is maar een collectieve als gemeenschap. Laat ons, als het lichaam van Christus, als Zijn Kerk, samen groeien in het leven als nieuwe mensen in Christus; groeien naar Zijn voorbeeld om te worden zoals Hij.

Laten wij in iedere situatie verbonden blijven met de Heer en vragen om de kracht om de juiste reactie te geven wanneer anderen en onze omgeving fout zijn. God zegene ons allen.

 

Vragen voor discussie:

  1. Wat betekent het om 'christelijk te worden'?
  2. Waarom moeten we als christenen groeien als de karakter van Christus?
  3. Noem het verschil tussen “oud mensen”en “nieuw leven in Christus”.
  4. 4. Op welke manieren moeten we als Christus zijn?
  5. 5. Hoe kunnen we groeien als de karakter van Christus?