De Schriftlezing: 2 Korintiers 9:6-15

1. Het jaarthema van de GKIN 2016 is “Samen Gods aanwezigheid vieren in de eredienst”. En een van de thema’s is “Dankoffer in de eredienst, moeten wij voorbereiden?
Het woord dankofferande is een uiting van dankbaarheid en tegelijkertijd ook een uitbeelding van die dankbaarheid.
In het Oude Testament werden dankoffers gebracht, de zogenaamde ‘beweegoffers’. De gave werd aan de priester gegeven en die bewoog het in de richting van het altaar, dus naar God en weer terug. Dat betekende: God komt het toe, maar Hij geeft het weer terug om te gebruiken in Zijn dienst. Een symbolische handeling en eerbiedig moment.
In de eerste eeuw werden gaven in natura meegebracht. Er werden liefdemaaltijden gehouden in combinatie met het avondmaal, waarbij de rijken eten en drinken meenamen voor de armen.
Later is het dankofferande veranderd in geld. Het dankoffer is een barmhartig gebaar dat je uitnodigt om met je hart bij de armen te zijn en je dankbaarheid te tonen aan God voor zijn voortdurende zorg en liefde in je leven.
 
2. Over dit thema, “Dankoffer in de eredienst, moeten wij voorbereiden?” wil ik u een aantal vragen stellen.
Hoe bewust bent u in uw omgang met uw dankoffer aan God?
Hoe bereidt u uw dankoffer voor op zondag?
Wie geeft van wat er is in de portemonnee wat hij of zij overhoudt van zijn of haar boodschappengeld?
Wie kijkt thuis in zijn portemonnee of er geld in zit of niet voor het dankoffer?
Wie heeft het dankofferande al gereserveerd en neemt dat mee naar de kerk?
Persoonlijk vind ik dat deze vragen belangrijk zijn om ons bewuster te maken over onze houding ten opzichte van ons dankoffer aan God. Eerst kijken wij naar de tekst van Paulus aan de gemeente te Korinthe.
 
3. Paulus schrijft hier aan de gemeente te Korinthe dat zij hun gave, hun dankoffer klaar moeten houden. Paulus maakt zich kennelijk wel druk om deze zaak. Want er waren in Jeruzalem nogal wat arme mensen,
veroorzaakt onder andere door hongersnoden. Hij noemt hier nu de inzameling van zegen en gebruikt viermaal het Griekse woord “eulogia”, wat zegen, lofprijzing betekent. Met dit woord geeft hij een extra dimensie aan wat hij bedoelt, een heldere karakteristiek. En dan lezen we wat hij schrijft vanaf vers 6. Paulus geeft de Korintiërs, en dus ook ons, een opdracht in de manier waarop ze moeten geven en hoe God daarmee omgaat.
In deze lezing maakt hij heel duidelijk dat het normaal is voor een christen om te geven. God beloont mensen die geven. Wie weinig zaait, zal weinig oogsten. Over de beloning van God kunnen wij het een andere keer hebben.
Paulus wil ons leren over geven. Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang. Want God heeft lief wie blijmoedig geeft. God wil niet dat u met een zuur gezicht of gedwongen gaat geven.
Hijzelf geeft zo ook niet. Hij geeft zelf altijd ruimhartig en vol blijdschap. Hij rekent niet na en is overvloedig om ons te zegenen. Net als zijn zoon Jezus Christus die zichzelf totaal aan ons heeft gegeven.
Hij heeft alle rijkdom losgelaten om arm te worden en ons rijk te maken. De Korintiërs mogen weten dat wat wij geven vanuit een overvloed is die zij zelf van de Heer hebben gekregen en dat Hij ook machtig is aan ons te blijven geven. Zo is het ook met ons. God wil ook alle genade in ons overvloedig schenken opdat wij in alle goed werk overvloedig mogen zijn. En ook dat wij in alles genoegzaam voorzien zullen zijn. Dit houdt in dat wij geestelijke zegeningen zullen krijgen. Dat houdt in dat God ook op materieel vlak voor ons zal zorgen. We zullen genoeg hebben. Stinkend rijk zullen we er normaal gezien niet van worden, maar God zal zeker, ook op materieel vlak, voor ons zorgen. Op basis hiervan moeten wij nadenken over wat wij geven. Als de collectezak rondgaat, moeten we er niet gauw zomaar wat kleingeld ingooien om ons geweten te sussen.
We moeten bewust geven. We moeten er thuis over nadenken en bidden. Wat wil God dat ik geef? En niet, wat denk ik dat ik kan missen aan het einde van de maand, als mijn onkosten betaald zijn en als ik van het overschot nog iets wil afstaan?
Paulus leert ons de durf een bedrag te geven, dat je niet vanuit jezelf geeft, maar waar je van weet dat God het op je hart heeft gelegd. Ik geloof dat dat de manier is om te geven. Laat God tot je hart spreken.
Wees niet bang om te geven.
 
Er is een verhaal over een jongen die in een kerkdienst zit. Wanneer de collectezakken voor hem langs komen gaat hij in zijn broekzak graaien. Hij opent zijn portemonnee en hij geeft € 5 in de collectezak. Ineens geeft de meneer die achter de jongen zit hem € 20. De jongen doet ook dat geld in de collectezak en vol verwondering kijkt hij naar die barmhartige man die hem geld gaf. De collectezakken gaat voorbij en dan zegt die man tegen die jongen: “dat geld was uit je broekzak gevallen”. Hoe zou die jongen zich voelen of wat zou hij zeggen?
 
4. Toen ik nog thuis woonde hadden mijn ouders, evenals andere christelijke Molukse gezinnen op de Molukken en hier in Nederland, een speciale rituele plaats in huis om God te eren. Op een bepaalde plaats in huis, meestal in de ouderslaapkamer, stond een schaal. Die werd Piring Natzar (Offerschaal) genoemd. Een keer per week legde mijn vader daar wat geld neer als offerande aan God. ’s Zondags namen wij het geld naar de kerk voor het dankoffer. 
Piring Natzar wordt gezien als heilig, afgezonderd, als een huisaltaar voor God. Dat is de plaats waar toewijding aan God  wordt beleden en beleefd, daar zoekt men Gods aangezicht. Het is de ontmoetingsplaats van God met jou. De piring Natzar leert mij over devotie en ook dat wij het beste wat wij hebben met de Heer moeten delen en Hem de beste plaats in ons eigen huis en ons leven moeten geven.
Toen mijn  ouders hier in Nederland kwamen vroeg mijn vader waar onze Piring Natzar stond. Ik moest bekennen dat we die niet hadden. En sinds drie jaar geleden zijn wij bewuster geworden in het omgaan met dit deel van de eredienst.
 
5. In de kerkdienst zijn we bezig tot eer van de Heer. Alles moet daarop zijn gericht, alles moet spreken van Hem. Hoe zit het met de realiteit tijdens het inzameling van het dankoffer?
Hoe heeft u het gemerkt tijdens het dankofferande?
Ik ervaar in vele kerkdiensten dat het dankofferande een praatpauze is voor de gemeente. En in die pauze komt er een zakje voorbij waar je iets in kunt stoppen. En dat ‘iets’ – dat kan van alles zijn: papier, papiergeld, een geldstuk, een collectemunt, een collectebon en soms ook een munt van Albert Heijn om je boodschappenkarretje te gebruiken of  een munt van een bar die lijkt op twee euro maar wel een beetje lichtbruin. Of buitenlands geld dat lijkt op Nederlandse muntjes. Wat zouden mensen eigenlijk denken als er zo’n collectezak voorbij komt?
Tijdens de collecte stop je met je hand geld in de collectezak, maar die gevende hand wordt gestuurd door je kloppende hart.
Gods hart klopt voor jou – Gods hart staat open voor jou.
En daarom klopt jouw hart voor God en voor je naaste, ook voor de verre naaste die arm is en voor de nabije naaste die arm is. De dankofferande maakt het financieel mogelijk om als gemeente bezig te zijn met het doen van barmhartigheid en gerechtigheid ten behoeve van hen die sociaalmaatschappelijk in nood verkeren.
Ik doe daarom de aanbeveling dat we als kerk ons ervoor inzetten om onze gemeente meer bewust te maken van wat het dankoffer eigenlijk is. Dat je doelbewust geeft. Als je het bewust doet, dan gaat je hart daar tijdens het geven naar uit. Je voelt je betrokken en betrokkenheid heeft alles te maken met weten waar je mee bezig bent. We zijn God dankbaar dat we zoveel zegen ontvangen. We erkennen dat al ons bezit van God is en willen Hem teruggeven waar Hij recht op heeft.
We zamelen niet alleen ons dankofferande in, we bieden ze God ook aan, waarna God ze aan ons teruggeeft om uit te delen via de kerkenraad die het financieel gaat beheren.
 
Tot slot, gemeente,
Onze dankofferande is een geestelijk zaak. Het gaat hier over aanbidding en lofprijzing. Daarom moet je hierover nadenken, hierover bidden. Laten we dan leven vanuit de dankbaarheid en God danken voor zijn onbeschrijfelijk geschenk in Zijn Zoon Jezus Christus.

Vragen ter verdieping:
- Hoe kunnen wij ons bewustwording en trouw aan de Heer vergroten in het bijzonder als het gaat om het dankoffer geven aan de Heer?
- Hoe groot is ongeveer uw dankoffer tot nu toe vergelijken met de tiende princiepe?
- De tiende is de opdracht van God om het dankoffer van het volk Israel. Willen wij de tiende in de praktijk brengen? Leg het uit.