Romeinen 12: 1-2
 
Broeders en zusters geliefden in den Here,
Om een Christen te zijn en te leven als een Christen is voorwaar niet gemakkelijk in Nederland en heeft vele uitdagingen. Ten eerste, wij bevinden ons in een context waar mensen rondom ons dikwijls ongelovig zijn in het bestaan van een God. Het nieuwste onderzoek dat door de Vrije Universiteit gedaan is op verzoek van het dagblad Trouw laat zien dat voor het eerst in Nederland het aantal ongelovigen meer is dan de gelovigen. Deze kwestie kunnen wij begrijpen omdat in dit land het recht op iemands vrijheid wordt gewaardeerd en wordt breed gedragen.
 
De tweede kwestie die een uitdaging is, in het bijzonder voor ons binnen de GKIN is niet gemakkelijk om aanwezig te zijn in de godsdienstoefening of eredienst op zondag, als prioriteit. Inderdaad ik kan begrijpen dat er belemmerende factoren zijn: 
 
1.  De tijd  van de eredienst begint om 13.30uur of om 14.00uur (behalve in de regio Tilburg 10.00uur) maakt het voor ons moeilijk, als wij moeten werken op zondag of als wij andere belangrijke activiteiten hebben. Gewoonlijk wordt het naar de kerkdienst gaan opgeofferd. Als je in Indonesië bent, hebben wij de keuze om de tijd te kiezen om naar de eredienst in de kerk te gaan. Alhoewel wij moeten werken of andere activiteiten hebben zullen wij zelf de gelegenheid krijgen om altijd naar de kerk te kunnen gaan op zondag.
 
2.   Een andere factor is het weer. Hier kan het weer ons schema of onze activiteiten beïnvloeden, inclusief de eredienst op zondag. Als het weer slechts is, er is veel wind of sneeuw, natuurlijk is het moeilijk voor ons om naar buiten te gaan, in het bijzonder voor hen die al op een gevorderde leeftijd zijn. Maar, het probleem als het ook mooi weer is wordt er een reden gegeven om niet naar de kerk te gaan op zondag. Wauw, vandaag is het “mooi weer”, wanneer kunnen wij weer wandelen met het gezin. Als het slecht weer of mooi weer is, maakt dat wij niet naar de kerk kunnen gaan, dus wanneer kunnen we dan wel naar de zondagse eredienst gaan?
 
Broeders en zusters, de vraag is, wat is het belang van de godsdienstoefening of eredienst op zondag voor ons als Christenen. Waarom zou de godsdienstoefening of de eredienst een prioriteit moeten hebben voor ons? In het kader van het geven van een verduidelijking van het belang van de godsdienstoefening of eredienst op zondag en ook om het jaarthema van de GKIN te ondersteunen dat is “Samen de aanwezigheid van God vieren in de eredienst”, het Ministerium heeft een serie van drie preken voorbereid. Ds. Linandi zal het thema brengen “De eredienst: samen Gods aanwezigheid vieren.” Daarna zal ds. Lalenoh het thema brengen, “De eredienst: een richting of twee richtingen?” en ik breng het thema “De eredienst: einde verhaal of wordt vervolgd.”
 
Broeders en zusters, als wij naar de kerk gaan op zondag, is onze eredienst beëindig op het moment dat wij klaar zijn met het zingen van het lied amen, amen, amen? Of gaat het nog verder daarna? Er was een predikant die ons leven vergeleek met een auto. Het is onmogelijk om de auto voortdurend te gebruiken op de snelweg. Er moet ook tijd zijn, omdat de auto met brandstof moet worden gevuld.  
 
Dit is de functie van de godsdienstoefening of de eredienst. In vergelijking met de auto, openen wij onszelf door de godsdienstoefening om ons te vullen met “brandstof” die het mogelijk maakt dat wij weer kunnen bewegen/voortgaan voor de komende week. Gedurende de stop bij het benzinestation is de auto veilig voor het gevaar van een botsing en om te botsen of andere gevaren. Maar de auto kan niet langdurig stoppen bij die laadplaats. De auto moet opnieuw vooruitgaan en de reis vervolgen.
 
Gedurende een of anderhalf uur zitten in de ruimte van de godsdienstoefening- of eredienst ruimte. Daar voelen wij ons veilig en aangenaam. Maar na afloop moeten wij opnieuw het dagelijks leven betreden. Worden wij opnieuw geconfronteerd met de vraagstukken/problemen van het leven: studie, werk, ziekte, financien, gezin/familie, nog niet eens genoemd de sociale en politieke problemen die gebeuren  in deze wereld
 
Wij moeten erkennen dat het doorbrengen van het leven in deze tegenwoordige tijd als steeds zwaarder wordt gevoeld en vol met uitdagingen. Dikwijls  worden wij ook geconfronteerd met moeilijke beslissingen en besluiteloosheid. Diverse gebeurtenissen en verschijnselen in deze wereld maken ons bezorgd en angstig. Maar, wij moeten almaar doorgaan in dit leven. Life must go on. Daarom, na de godsdienstoefening of eredienst op zondag, keren wij terug naar ons eigen levensweg.
 
Maar, broeders en zusters, voordat de godsdienstoefening of zondagse eredienst eindigt, zijn er twee akten in de liturgie namelijk de wegzending en de zegen. (benedictie=zegening) Wat betekenen deze, wegzending en zegen? Wegzending en zegen leidt ons opnieuw tot het betreden van onze levensweg die vol is met problemen. De godsdienstoefening of zondagse eredienst vrijwaart ons niet van problemen of van het lijden in het leven, maar rust ons toe om ze te boven te komen. Door het volgen van de godsdienstoefeningen of zondagse erediensten wordt ons leven gevuld met de waarheid uit Gods woord om voor ons als een gids te zijn in ons leven.
 
De wegzending bestaat gewoonlijk uit een of twee zinnen die overeenkomen met de belangrijkste gedachte van de godsdienstoefening of de eredienst van die dag. De wegzending heeft de functie om ons eraan te herinneren dat alhoewel de eredienst van vandaag al afgelopen is, de eredienst in de dagelijkse wereld juist pas begint. Hier wordt het uitgebreide begrip zichtbaar van het woord “eredienst” of “abodah” in de Hebreeuwse taal, in de betekenis van toegewijd zijn, werken en dienen.
 
In het Hebreeuwse Bijbel wordt het woord “abodah” zowel gebruikt in de betekenis van werken en in dienst stellen op een wereldse wijze ten behoeve van de andere mens. (Genesis 30:26) zowel werken als op een heilige wijze in dienst stellen aan de Here God. (Numeri 8:11). De wegzending heeft ook de functie om te herinneren dat de eredienst nodig is om vervolg stappen te nemen in de praktijk van het leven die overeenkomen met de gehoorzaamheid aan de Here God. De eredienst is niet alleen maar een verticale zaak – de relatie met God. Maar ook een horizontale zaak, namelijk de relatie met de medemens. Jakobus schreeft ooit, “De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God den Vader is deze: weduwen en wezen bezoeken in hun verdrukking…” (Jacobus 1:27) 
 
De wegzending herinnert ons er ook aan dat de kerk die bijeenkomt inderdaad spoedig uiteen zal gaan, maar na deze hij nog steeds de functie heeft als kerk die zich verspreid. Dit is de cyclus van ons geloofsleven: wij gaan het kerkgebouw binnen om de eredienst houden, maar daarna gaan wij weer naar buiten om getuige te zijn.
 
Dat betekent, indien wij iedere zondag naar de kerk gaan, wij toegewijd zijn aan de Here God, wij smeken om kracht, leiding en Zijn zegen opdat wij Zijn getuige kunnen zijn te midden van deze wereld. Maar helaas, wat er dikwijls gebeurd is een discrepantie/verschil tussen de godsdienstoefening of de zondagse eredienst met onze dagelijkse daden.
 
Op zondag is er een beschaafdheid, een zachtaardigheid, vroomheid, net zoals de engelen. Maar op maandag tot en met zaterdag? Dan is het een ander verhaal. Of net zoals het ooit werd gezegd door wijlen Dr. ds. Rudy Budiman. Vele Christenen in Nederland gebruiken een “masker” of een “mombakkes” om hun identiteit te verbergen als Christen. Zij zijn verlegen als mensen weten dat zij een Christen zijn.
Wij kunnen geen part-time Christen zijn. Iedere Christen wordt geroepen om een full-time Christen te zijn, 24 uur per dag, 7 dagen in de week, in welke omstandigheid wij ons ook bevinden. De Here Jezus kan niet alleen maar in de kerk zijn als het zondag is, maar op de zes andere dagen, de heer (afgod) “Mamon.” (geld of rijkdom)
 
Broeders en zusters, na de wegzending, zal de predikant de zegen uitspreken of de benedictie. (zegening) Benedictie is afkomstig van het woord benediction. Bene=goed. Diction=woorden. Dus benedictie of zegen betekent, de goede woorden ontvangen van God. Net zoals de votum aan het begin van de eredienst, is benedictie niet een gebed, maar een verklaring. Benedictie heeft de functie van een proclamatie=openlijke bekendmaking, mededeling of een bevestiging van de belofte dat de Here God met zijn gemeente is. 
 
De wegzending en benedictie is de laatste daad in de eredienst. Na deze is er geen activiteit of gezang wat dan ook, behalve een responsitief gezang dat slechts bestaat uit een vers, bijvoorbeeld het lied “Amen, amen, amen” en begeleid door muziek die de gemeente  in alle rust naar buiten leidt. Zo zijn alle liturgische elementen gepasseerd. Was dit alles? 
 
Volgens Paulus is er nog een liturgische daad en juist deze die wordt genoemd, “de zuivere eredienst.” In Romeinen 12:1 schrijft Paulus, “….offer uw lichaam als een levend offer, die heilig is en God welgevallig: dat is de zuivere godsdienst.” Dit is de meest centrale daad in onze gehele eredienst.
Ons lichaam offeren betekent onze gehele existentie=bestaan. Al onze gedachten, woorden en daden. Ook al onze mogelijkheden en onze activiteiten, moeten worden opgeofferd aan de Here God. Dus een totale overgave van jezelf. Dit is wat de Here God wil, niet ons geld, bezittingen of tijd, maar ons gehele leven.
 
Daarom wordt de opoffering van ons lichaam genoemd als een levend offer hetgeen betekent de overgave van onszelf om het nieuwe leven binnen te treden, namelijk het leven dat zich ver van de zonden houdt en de macht van de zonden weerstaat. Dat offer wordt ook genoemd “een heilig offer”, omdat als een Christen, het lichaam of ons leven niet meer ons bezit is, maar het is al aan God ge-offerd.
Omdat ons gehele leven een eigendom is van de Here God, daarom is het nodig te smeken aan God den Here hetgeen dwat naar Zijn wil is in ons leven. Een Christen moet zich door omvormen steeds meer te leven in overeenstemming naar de wil van God, naar Hem die zijn Eigenaar is. Aldus wordt ons offer voor God welgevallig.
 
Broeders en zusters, geliefden door de Here Jezus, de raad van Paulus om, “het offer van het lichaam” en “de eredienst” die zo juist werd genoemd in het eerste vers, heeft een positieve en een negatieve kant. De negatieve kant is dat een Christen  niet mag toelaten met de intentie te leven en te worden bepaald door de wereld die wordt beheerst door de zonden. De positieve kant is, laat uw veranderen door de vernieuwing van uw geest. 
Paulus geeft de raad opdat wij als Christenen niet deze wereld navolgen. Als de wereld corrupt is volg dan de corruptie niet na. Als de wereld wordt beheerst door een geest van hebzucht en begeerte en alleen maar macht zoekt, volg die dan niet. Wij moeten ons onderscheiden van deze wereld. Daar ligt de macht en aantrekkingskracht van een Christen. Als de levenskracht van een Christen hetzelfde is als de kracht van de wereld, wat is er dan zo uitzonderlijk aan hetgeen wij deze wereld kunnen bieden?  
 
Als Zijn getuige te midden van deze wereld, moet een Christen een verandering ondergaan, niet op de manier van opnieuw geboren worden, maar door een verandering van hart die wordt verwezenlijkt in het gehele leven. Dus niet alleen een verandering van ons denken maar ook een verandering van ons gedrag. Daardoor de gedachten en het verstand dat het centrum van onze wil is, hebben wij nodig om vernieuwd te worden door de Heilige Geest. Het doel is dat wij ons als Christen kunnen onderscheiden naar hetgeen de wil Gods is. 
 
Broeders en zusters, onze gehele levensreis in deze wereld, met vreugde en verdriet, zal worden tot een toegewijde godsdienstoefening of eredienst, wanneer wij voortgaan in volle overgave en gehoorzaamheid aan de leiding en naar de wil van de Here God. Omdat het leven in deze wereld is er een overgave die begint en eindigt met de overdracht van bevoegdheden. Toen wij werden geboren gebeurde er al zo’n overdracht van bevoegdheden. De Here droeg het leven aan ons over. Straks als wij deze wereld weer verlaten gebeurd er weer zo’n overdracht van onze bevoegdheid: wij dragen ons leven weer over. Tussen deze twee overdrachten bevinden wij ons nu. Daarom, laten wij ons leven offeren als een toegewijde godsdienstoefening of eredienst aan God den Here en aan onze medemens. AMIN.
 
VERDIEPINGSVRAGEN:
  1. Wat is het belang van de zondagse kerkdienst of eredienst voor ons als een Christen?
  2. Probeer de uitdagingen en hindernissen te benoemen die Christenen in Nederland tegenkomen om de zondagse dienst tot een prioriteit te maken in hun leven? 
  3. Is  de zondagse kerkdienst of eredienst afgelopen na het doen van het “amen, amen, amen” gezang? Probeer uw antwoord te verduidelijken.
  4. Waarom is er dikwijls een discrepantie/verschil tussen de kerkdienst en onze dagelijkse daden? (wat wordt bedoeld is, iemand is ijverig in de eredienst, maar zijn gedrag in het dagelijks leven stemt niet overeen met zijn geloof)
  5. Discussieer over hetgeen wat bedoeld wordt door apostel Paulus in Romeinen 12:1-2?
  6. Welke stappen zijn nodig om gedaan te worden opdat wij persoonlijk alswel als gemeenschap een “levende getuige” te worden voor de wereld rondom ons?