1 Timotheüs 3: 14-16
 
Thema van de GKIN in het jaar 2015 is “Samen Gods aanwezigheid vieren in de eredienst.”
De preek van vandaag wil ons uitnodigen om te verstaan en te beleven de liturgie van onze eredienst.
 
Geliefde broeders en zusters in de Here Jezus Christus
 
De eredienst van Taizé is een meditatieve eredienst die gebruikt maakt van de liederen van Taizé zelf. Taize is een welbekende naam in Europa. De Taizé liederen zijn korte gezongen gebeden die herhaald worden. Na afloop van een dienst worden een paar mensen gevraagd naar hun indrukken. Iemand zei: ”indrukwekkend, veel stille momenten, waarin ik de aanwezigheid Gods ervaar.” Een andere zei: ”het raakt me, niet veel woorden, maar je proeft een aangename koelte.” Weer iemand anders zei, ”ach ik val in slaap, saai.” Plots zei een jongeman, ”ik hou van zulke diensten, zonder collecte.” En nog vele andere commentaren. Dit is pas een soort eredienst die wordt bevraagd, kan je voorstellen als er naar veel erediensten wordt gevraagd, dan zal er nog veel meer commentaar zijn. Natuurlijk is het  niet fout als gemeenteleden een eerlijk commentaar geven ten opzichte van wat hij/zij voelde tijdens de dienst. Wat hij/zij voelde was ook tegelijkertijd de zegen die ontvangen werd. Maar een eredienst is niet gelijk aan het opnieuw vullen van een lege waterfles om onze dorst te lessen. Ons aanwezigheid in de eredienst is niet gelijk als aan een theaterbezoek voor een voorstelling. Wat gebeurt er dan in de eredienst?  
 
Geliefde zusters en broeders in Christus,
In zijn rondgang liet Paulus Timotheüs achter te Efeze om daar Paulus’ werk voort te zetten. Timotheüs is ook door Paulus voorbereid om het estafettestokje van leiderschap door te geven. Hoewel Paulus een sterk verlangen heeft om weldra Timotheüs te Efeze te ontmoeten, heeft Paulus ook behoefte om Timotheüs te blijven herinneren en te bemoedigen om de bediening voort te zetten. Vandaar deze brieven aan Timotheüs, om zijn geestelijk kind te helpen, in het management van het gemeentelijke leven. Deze adviezen vindt Paulus nodig opdat er orde en waarheid in het gemeenteleven toonbaar zijn. Ook om beter de erediensten te verrichten. De gemeente van Efeze leefde temidden van andere godsdiensten, die allen verschillende manieren hebben, inclusief afgoderij. Hierin geeft Paulus de basisprincipes door.
De christelijke eredienst is beslist anders dan de eredienst bij andere godsdiensten. Hier geeft Paulus de belangrijke basis voor de christelijke eredienst. Vers 16 maakt duidelijk dat de christelijke eredienst Christo-centrisch is. De eredienst van de gemeente dat in Christus is gered, is een beleving van het reddingswerk van God, gecentreerd in Christus. Daarin ligt de beleving van de wil van Christus voor het leven van de gemeente en de wereld besloten.  
 
De eredienst van de gemeente is  een zoeken  en ontdekken de aanwezigheid van Christus die Zijn zegen laat zien, maar ook Zijn onderwijzing en Zijn wil. Daarmee is de eredienst niet op zichzelf     gecentreerd, maar op Christus en Zijn wil. In de eredienst ontstaat een dialoog tussen gemeente en Christus, op zo’n manier dat de eredienst een dialogische ontmoeting is, twee richtingen. Het is geen eenrichtingsverkeer van boven naar beneden, want dan is de gemeente passief. Maar ook geen eenrichtingsverkeer van beneden naar boven, alleen om de gemeente te bevredigen. Dit is de basis van al onze erediensten. De christelijke eredienst is een symbolische handeling voor de uiting en de beleving de reddingswerk van God, gecentreerd in Christus, waarin een dialogische ontmoeting plaatsvindt tussen God en gemeente die een eredienst houdt.
 
Op die basis bestaat elke liturgie van de eredienst in al haar opzet uit een tweerichtings-ontmoeting als dialoog. Iedere liturgie van een eredienst bestaat niet allen maar uit losse delen, maar is een éénheid, onlosmakelijk van elkaar. Alles vormt een éénheid. In die eenheid weerspiegelt de dialogische betekenis. Laten we de opstelling van de liturgie nalopen. 
 
Onze eredienst begint met één zin, ‘Onze hulp is in de naam van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.’ Deze zin heet Votum, volgens Psalm 124: 8. Votum is een soort legalisatie, belofte, verplichting. Votum is een verklaring dat God aanwezig is en Die bereid is onze eredienst te accepteren. Daarom vormt het Votum  eigenlijk het begin van de dienst. Votum is geen gebed. Als een belofte kan het Votum ook gezamenlijk door de gemeente worden uitgesproken, of in de manier van een beantwoording.
 
Na het Votum zal de voorganger de Groet brengen die uit verschillende woorden kan bestaan; De Here zij met u, de Heer zij met ons, of Genade zij u en vrede van God onze Vader, en van de  Here Jezus Christus zij met u. Belangrijk is om er aan herinnerd te worden dat de Groet geen gebed is en dat het daarom niet nodig is om het met gesloten ogen te ontvangen. De Groet is ook geen zegen, zodat het niet nodig is om met een gebogen hoofd te staan. Integendeel, als Groet zou eigenlijk moeten worden beantwoord bijvoorbeeld met: en ook met u, en zij ook met u, of Amen.
 
Daarna komt het introïtus (intro-atus) of openingsvers. Alles wordt met een loflied beantwoord. Al deze zijn de aspecten van het begin van een eredienst. In principe ontstaat de eredienst door de initiatiefnemer de Here zelf, Hij nodigt ons uit. De Here toont Zich aanwezig. De Heer staat klaar om ons te ontmoeten. De Heer spreekt ons aan. En wij die inderdaad naar Hem verlangen geven antwoord. De Here nodigt ons uit en wij komen. De Here laat Zich zien en wij zeggen amen, De Here roept en wij antwoorden. 
 
Dierbare gemeente van Christus,
De volgende onderdelen van onze eredienst zijn, schuldbelijdenis, genadeverkondiging en aanwijzing voor levensvernieuwing. Wat wij hierin doen is het besef dat wij eigenlijk de Here niet zomaar mogen toenaderen. Maar de Here heeft ons al tot de dienst opgeroepen. Hij nodigt ons uit. En dat is Zijn goedheid. Om zo’n grote goedheid van de Here te voelen, behoren wij onze zondigheid te beseffen en te berouwen, onze onwaardigheid, onze zwakheid, onze zonden ten opzichte van God en medemensen. 
 
Het verootmoedigingsgebed is een uiting van eerlijkheid en nederigheid van de gemeente, die de grootte van de zonde en de fouten voor het aangezicht Gods en de medemens beseft. Als respons op de zondebekentenis van de gemeente, verklaart God Zijn vergeving, gevolgd door de genadeverkondiging. Vergeving moet een dankzegging voortbrengen en komt tot uiting/wordt verwezenlijkt in een nieuwe levenswandel evenals het wordt gewild door God en aan ons werd bewezen. Vandaar dat de genadeverkondiging direct wordt opgevolgd door de aanwijzing voor nieuwe levenswandel.
 
In dit onderdeel wordt de geest van de verzoening gevierd. Vrede met God, maar ook vrede met de medemens hebben. In mijn kerk in Indonesië, wordt deze verzoeningsviering gedaan door de gemeente die elkaar de hand geeft en zegt, ”De Vrede Christi zij met u.” Een samenzang kan dit begeleiden als dankzegging en de bereidwilligheid om te leven in de vergevingsgenade binnen de nieuwe levenswandel. 
 Het volgende onderdeel van de dienst is de bediening van het Woord of de preek. Het begint met een gebed om de verlichting met de Heilige Geest, wat epiklese heet. Epiklese is bedoeld om ons te helpen te beseffen wat nodig is bij de Bijbellezing, opdat de boodschap van God in onze harten wordt opgenomen. Wie de preker/preekster is, hoe hij/zij preekt, met alle zwakheden en sterke kanten, dragen wij aan de Heilige Geest over om in onze harten die boodschap Gods te vertolken. Epiklese is geen gebedsformaliteit alsof alles automatisch gaat. Epiklese is de tijd voor nederigheid en hartskoelte opdat alleen de fluistering van God ons kan bereiken. Met zo’n beleving is een bange houding van respect en eerbied het belangrijkste bij het luisteren naar de overdenking, omdat het Gods Woord is wat doorgegeven wordt. Aan het einde tot slot wordt de gemeente uitgenodigd om de kernpunten van de preek te vinden en zich hierover te bezinnen. Daarom is er gelegenheid voor een stilte. Verder komen de samenzang en de geloofsbelijdenis aan bod. 
 
De overdenking is een belangrijke moment voor de gemeente om de zaken te ontdekken die in het vervolg van het leven in de praktijk moet worden gebracht. Bedenk dat de eredienst nog niet klaar is, dus laat onze focus niet naar de keuken gaan om de bouillon van de Soto op te warmen, willende klaarmaken de Gado-Gado voor de bazaar, willende gebakken bananen inpakken, willende martabak bestellen voordat het net op is, wah mooi weer, enzovoorts. Let op, de eredienst is nog niet klaar.
 
Een moment van overdenking nemen zal ons helpen, opdat wij niet met lege handen naar huis teruggaan, maar een zegen hebben die wij mee naar huis kunnen nemen. Naar huisgaande na de eredienst wordt door de mensen gevraagd, “Hoe was de eredienst?” Het antwoord, “Wauw, gezellig he, de predikant was grappig, de bakso was lekker, bovendien was er empek-empek.” Een eredienst of een grappenmaker gekeken in de restaurant? In mijn observatie, hebben de Indonesische kerken in Nederland, de naam eten is  buitengewoon.
Bijna allemaal moeten ze eten hebben. Ik zeg niet dat dit niet goed is, want de Here Jezus gebruikt ook het middel van het eten en drinken (Het Heilig Avondmaal) om aan Zijn offer te gedenken. Maar het is nodig om op te letten dat het niet leidt tot een verschuiving, waarna wij naar huis gaan van de kerk met een leeg hart, alleen de buik is gevuld. Er moet wel een evenwicht zijn.
 
Geliefde gemeente,
Het laatste deel van de eredienst is de collecte (de offerande), de wegzending en de zegen. De collecte is een uitdrukking van de dank aan God van de gemeente over al Zijn zegeningen, maar tegelijkertijd heeft het een dimensie over de toekomst. Met het geven van de collecte vertrouwt de gemeente zijn leven toe in de komende tijd in de handen van God. Voordat de eredienst beëindigd wordt zijn er twee liturgische akten/bedrijven die belangrijk zijn, namelijk de wegzending en de zegen. De wegzending herinnert eraan dat de kerk die verzamelt is (gathered) inderdaad spoedig de eredienst in de kerk zal eindigen, maar daarna zal de kerk door blijven functioneren, namelijk als een kerk die zich verspreid (scattered). De wegzending herinnert eraan dat de eredienst in de kerk beëindigd is, doch de eredienst in het dagelijks leven pas juist begint, gebaseerd op de boodschap vanuit het Woord van God van die dag. De eredienst als ritueel zal eindigen, maar de zuivere eredienst zal pas beginnen op het moment dat wij de deur van de kerk uitgaan. Laat het niet gebeuren dat wij in onze kerk de Here loven, maar daarbuiten juist onze naasten vervloeken, in onze kerk vriendelijke en beleefd doen, maar buiten de kerk vol zijn van haat, zichtbaar vriendelijk als wij in de kerk zijn, maar buiten de kerk onverschillig zijn en ons niets aantrekken van onze naasten, enzovoorts. Vergezeld met de wegzending waarna de zegen wordt bediend als een proclamatie, met het duidelijk maken van de belofte dat de Here God zij met de stappen die genomen worden in het dagelijks leven van de gemeente. De zegen wordt beantwoord met het “Amen” en gezang.
 
Ontvang “de zegen” vervuld met Gods wijsheid. Richt het hart op God, laat het niet zo zijn dat de zegen wordt ontvangen met een gehaast gevoel om zich klaar te maken om naar huis te willen gaan. Zelfs in veel gemeenten zit men al, en kletst druk, of verlaten al de kerkzaal, terwijl de Bijbel nog niet is overhandigd door de predikant aan de kerkenraad en voordat de kerkzaal verlaten wordt. Op het moment dat de eredienst wil beginnen en de kerkenraad en de predikant komen de ruimte van de eredienst binnen en de gemeente staat, moet hierin de aanwezigheid van God in de vorm van de  processie met het Woord Gods (de Bijbel) worden beleefd die de ruimte van de eredienst binnenkomt. De houding moet eveneens in de praktijk worden gebracht op het moment dat Het Woord Gods (de Bijbel) de ruimte van de kerkzaal verlaat. Deze houding is niet om de predikant en de kerkenraad te eren, maar de processie met het Woord Gods. Met zo’n  beleving moet de gemeente blijven staan vol met een verdiept inzicht  en eerbied totdat de Bijbel (tesamen met de predikant en de kerkenraad) de ruimte van de eredienst hebben verlaten.
 
Zodoende is het duidelijk dat door de gehele liturgie een dialogische ontmoeting plaatsvindt, een twee-richtingen ontmoeting. Er is een deel van de gemeente en een deel van God, elkaar beantwoorden enzovoorts. Als het een gave eenheid is, is er geen enkel onderdeel belangrijker dan de andere. De preek is niet het belangrijkste vergeleken met het gebed, de samenzang of de offerande. Alle onderdelen zijn even belangrijk, want elk onderdeel bevat die dialogische betekenis. De aanwezige gemeente behoort zich daaraan aan te passen in volle aandacht en vroomheid van de eredienst. Dus ook het echte bidden is geen formaliteit, aandachtig luisteren, goed en juist samen meezingen, enzovoorts. 
 
Hebben wij tijdens deze erediensten al wel goed en echt meegezongen. Of zijn wij inderdaad niet serieus in het goed zingen zodat het liedboek wordt: NKB – Nyanyian Kalau Bisa, Zing maar als je het kunt. PKJ. Penambah Kebingunan Jemaat. Vermeerdert de verwarring binnen de gemeente. Inderdaad niet alle liederen kunnen wij zingen uit de KJ, NKB of PKJ, alsook de nieuwe liederen. Integenstelling tot hen die wel kunnen zingen, laat het niet zijn dat zij naar hartelust luidkeels zingen. De liederen in de eredienst is eigenlijk de liederen van de gemeente. Hier zie je het belang van een koor of cantorij. De functie van een koor of cantorij is niet om troost te schenken, maar om samen met de gemeente te zingen en de gemeente te ondersteunen in het zingen. 
 
Dierbaarste gemeente in de Here Jezus Christus,
In de dienst ontmoeten wij God en de naasten, daarin bestaat de dialogische ontmoeting. Alle onderdelen van de eredienst zijn even belangrijk. Geen een is belangrijker dan de andere. In de dienst is God aanwezig, we behoren dus de dienst te beleven in vreze en eerbied. Hebben wij ooit de aanwezigheid van God in onze erediensten gevoeld? Laten we daarom waarachtige erediensten houden. Amen.
 
VERDIEPINGSVRAGEN:
  1. Hoe beleven wij de aanwezigheid van Christus in de eredienst?
  2. Hoe beleven wij dat de eredienst dialogisch is tussen God en volk/gemeente?
  3. Liturgie is een algehele éénheid, waarin geen onderdeel belangrijker is dan het andere. Samenzang is ook een belangrijk onderdeel, maar zijn de gemeenteleden goed genoeg in de samenzang?
  4. Sommige gemeenteleden vinden dat de eredienst rustig en plechtig moet gebeuren, anderen weer vinden dat de eredienst blij en enthousiast moet zijn en lang na werkt in je geheugen. Wat vindt u zelf?
  5. Wat zijn de zegeningen die wij kunnen ontvangen in onze eredienst?