Psalm 100:1-5

Het jaarthema GKIN 2015 is: “Samen Gods aanwezigheid vieren in de eredienst”. Dit jaarthema is uitgewerkt in een prekenserie. “Eredienst: Samen Gods aanwezigheid vieren” , door ds. J. Linandi. “Eredienst: Één richting of twee richting”, door ds. T.M.E. Lalenoh. “Eredienst: Einde verhaal of wordt vervolgd” , door ds. S. Tjahjadi. Met dit jaarthema willen wij bezinnen en bewust worden waarom wij ’s zondags komen naar de eredienst in de kerk. 
 
Ik wil beginnen met het volgende verhaal. Er was eens een predikant die probeerde zijn paard te verkopen. Een potentiële koper kwam naar de pastorie  voor een proefrit. "Voordat u begint,", zei de predikant: " moet u weten dat dit paard alleen reageert op kerktaal. Het is eenvoudig. “Ga” is ‘Halleluja’ en “Stop” is ‘Amen’." De man besteeg het paard en zei: "Halleluja". Het paard begon te draven. Wat was de man enthousiast. Hij zei weer: "Halleluja" en het paard begon te galopperen. Plotseling zag de man in de verte een klif en de man schreeuwde: stop…stop…help… Het paard galopppeerde  verder. De man werd heel zenuwachtig en dacht hard na en zei uitendelijk: "Amen !!!" Het paard stopte precies aan de rand van de klif. De man keek naar beneden en veegde het zweet van zijn voorhoofd. ‘Pff … gelukkig. Halleluja’. Wat er daarna gebeurde laat zich raden…Het paard reedt verder …
 
Woorden zoals ‘Halleluja (prijs de Heer)’, ‘Amen (zeker, werkelijk)’ spreken we vaak uit in de kerk, maar het kan zo zijn dat wij op den duur de betekenis van die woorden verliezen. Wij spreken die woorden automatisch, uit gewoonte of zelfs als stopwoord. Net als de man op het paard.  
 
Psalm 100 hoort bij het vierde deel van de Psalmboeken (Psalm 90-106), die bestemd zijn voor de openbare erediensten. Deze Psalmen worden gezongen door de Israëlieten tijdens hun reis naar de tempel in Jeruzalem en wanneer ze aangekomen zijn in de tempel. Het volk van God komt samen in de tempel om God te loven, te prijzen en te aanbidden. 
 
Waarom loven en prijzen wij God? In Psalm 100 vinden wij 2 belangrijke redenen: 
 
1. Wij loven en prijzen God om wie God is 
 
Wij loven en prijzen God alleereerst niet om wat Hij heeft gedaan voor ons of om wat Hij heeft gegeven aan ons. Wij loven God puur om wie God is. Erken het: de HEER (JHWH) is God. 
 
Toen Mozes de naam van God vroeg, maakte God zichzelf bekend in Exodus 3:14 “IK BEN DIE IK BEN”. Deze naam van God houdt in: Ik ben degene die er altijd is (BGT) en Ik ben die er zijn zal (NBV). Deze naam hoorde de apostel Johannes ook toen hij de openbaring kreeg van de Here Jezus: ‘Ik ben de Alfa en de Omega,’ zegt God, de Heer, ‘Ik ben het Die is, Die was en Die komt, de Almachtige.’ (Openbaring 1:8)
 
Het is een buitengewoon voorrecht dat God ons Zijn naam bekendmaakt. In vers 5 van Psalm 100 lezen wij verder wie God is: “de HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig (HSV: goedertierenheid), zijn trouw van geslacht op geslacht”.
 
Wat is dat een genade dat wij de Here God mogen kennen. God die vol van goedheid is. God die vol van liefde is. Het woord ‘liefde’ hier heeft te maken met liefdesverbond. De liefde van God is standvastig omdat het gefundeerd is in Zijn verbondsbelofte. Producten of verzekeringspolissen kennen een bepaalde houdbaarheidsdatum. Maar bij God is het anders. Er is geen houdbaarheidsdatum aan Gods liefde. Zijn liefde duurt eeuwig. Psalm 63:4 zegt: “Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof”. God is trouw. De trouw van God geldt van generatie op generatie. Herhaaldelijk lezen wij in de Bijbel: “God van Abraham, Isaak, en Jakob”. Generaties gaan, generaties komen, maar de trouw van God blijft.
 
De goedheid, liefde, en trouw van God vindt het hoogtepunt in het Nieuwe Testament: in de komst van Gods Zoon Jezus Christus op aarde. Wij zijn zo gezegend om te leven in de tijd na Jezus Christus. Wij zijn zo gezegend om dit goede nieuws, het Evangelie, de vervulling van Gods belofte te mogen horen en aan te nemen. Dit was iets wat de Psalmdichters en de profeten in het Oude Testament niet hadden meegemaakt. Dit was iets waar ze met volle verlangen reikhalzend naar uitkeken. 
 
Laten wij daarom God loven en prijzen om wie Hij is: God die goed, liefdevol, en trouw is.
 
2. Wij loven en prijzen God om wie Hij is voor ons.
 
God is onze Schepper. De Psalmdichter zegt: ‘Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe’. God is tegelijkertijd: de oorsprong, het doel, en de zin van het leven. Wij behoren Hem toe. Wij zijn niet het eigendom van onszelf. Mooi is dit verwoord in Opwekking 641 “U heeft mij voor Uzelf gemaakt, en mijn hart is onrustig tot het rust vindt bij U”.
 
God is onze Herder. ‘Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt’. 
God heeft Zijn volk uitgekozen vanuit Zijn genade. 40 jaar lang heeft God Israël geleid en beschermt tijdens de woestijnreis. God is onze Herder: die over ons leven regeert, die leidt, die beschermt, die ons voorziet in onze levensbehoeften, die ons koestert en voor ons zorgt.
 
Jesaja 40:11 zegt: ‘Als een herder weidt Hij Zijn kudde: Zijn arm brengt de lammeren bijeen, Hij koestert ze, en zorgzaam leidt Hij de ooien’.
 
Later zegt de Here Jezus dat een goede herder tot het uiterste gaat voor de schapen. En Jezus zelf is die goede herder. Hij zegt in Johannes 10:11: ‘Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen’. Wanneer wij God erkennen als onze Schepper en Herder, dan genieten wij van onze relatie met God in ons leven.
 
Om wie God is en om wie God voor ons is, loven wij en prijzen wij Hem. 
 
Wat is het een buitengewoon voorrecht en genade dat wij als gemeente elke zondag God mogen ontmoeten in de eredienst. Het gaat in de eredienst niet om ons, maar om God. Het gaat in de eredienst niet om de aanbidders, maar om God die aanbeden wordt. Het is God die ons uitnodigt om bij Hem te komen. God is Diegene die de eredienst initeert. Dat zien wij bij de aanvang van onze eredienst, namelijk bij het Votum. Votum betekent gelofte. Met het Votum bevestigt God dat Hij aanwezig is in deze eredienst. Vervolgens ontvangt de gemeente de Groet namens God. In onze nieuwe liturgie spreken wij het Votum en de Groet responsorisch (beurtelings) uit. 
 
In onze ontmoeting met God in de eredienst mogen wij genieten van onze intieme omgang met God, net zoals God ook geniet van onze aanwezigheid, Zijn gemeente, Zijn geliefde kinderen. 
 
Als respons om wie God is en om wie God voor ons is, doet de Psalmdichter een oproep aan de gelovigen, en ook aan ons allen. De Psalmdichter doet dit zelfs op verschillende wijzen: juich (zoals bij overwinning in de strijd), dien, kom tot Hem, kom zijn poorten (de Tempel) binnen, hef lofzang aan, breng hem hulde, prijs. Allemaal werkwoorden. Actieve daden! Wij worden meegenomen in de eeuwenlange estafette beweging van lofprijzing en aanbidding aan God. Er is passie en vreugde hier.
 
In de eredienst vieren wij samen Gods aanwezigheid. God die zo goed is, die trouw is, en God die van ons houdt. Als God door het zenden van Zijn Zoon Jezus alles heeft gegeven, dan is er niets te veel dat wij aan Hem kunnen geven. Wij geven onze lofprijs en aanbidding. Hij is meer dan het waard om dat te ontvangen. 
 
Dit jaar vieren wij het 30 jarig bestaan van GKIN. Al bijna 30 jaar klinken lofprijs en aanbidding aan God in de erediensten van de GKIN. Hoeveel liederen hebben wij gezongen in al die jaren? Hoeveel noten zijn bespeeld door de pianisten en organisten? Hoeveel liederen hebben koren, zanggroepen en solo’s gezongen? Hoeveel muziekstukken hebben muziekgroepen zoals angklunggroep gespeeld? Hoeveel woorden van lofprijs en aanbidding aan God zijn uitgesproken in de gebeden en preken? Wanneer wij dit beseffen, zijn wij dankbaar dat de woorden van Psalmdichter ‘van geslacht op geslacht’ ook in de GKIN werkelijkheid mag worden. Net als de lofprijs en aanbidding door alle eeuwen heen, door alle plaatsen heen, door alle kerkmuren heen. Aan God alleen de eer!
 
Wanneer wij Gods aanwezigheid vieren in de eredienst, beseffen wij dat wij dat samen doen als gemeenschap. Broeders en zusters zijn wij in Christus. Kinderen van één Vader.  
 
Gods aanwezigheid vieren in de eredienst doen wij samen: jong en oud. De ene generatie is de andere niet. Ieder generatie heeft zijn eigen kenmerk. De eerste generatie van de GKINers is anders dan de tweede generatie. De tweede generatie is anders dan de derde generatie. Geloofsbeleving en geloofsuiting kunnen ook verschillend zijn. Desondanks kunnen wij van elkaar leren en elkaar inspireren. De liederen die wij vandaag zingen zijn daar een voorbeeld van hoe wij samen, oud en jong, Gods aanwezigheid kunnen vieren in onze eredienst: met oude vertrouwde liederen uit Kidung Jemaat en nieuwere liederen uit Opwekkingsliederen. 
 
Als het gaat om feest vieren, kunnen wij dat het beste zien bij jongeren. Als jongeren feest vieren, doen ze dat met hart en ziel. Als je dit feest niet viert, dan mis je alles. Jongeren kennen ook vaak geen tijd. Daarom wordt Assepoester gewaarschuwd om op tijd thuis te komen. Voor jongeren is de luxe van een feest niet het belangrijkste, maar het samenzijn met elkaar. 
 
Een feest voor jongeren hoeft er niet zo uit te zien … (met luxe diner van chefkok Wolfgang Puck zoals tijdens Oscar feest)
 
Het hoeft er ook niet zo uit te zien … (met uitgebreide rijsttafel): 
 
Voor jongeren is chips en frisdrank alleen ook genoeg. 
 
Nogmaals: het gaat om het samenzijn met elkaar. Door enthousiasme gaat er ook wel eens wat mis. Maar wij kunnen hiervan wel iets leren. 
 
Als wij elke zondag naar de eredienst gaan in de kerk, laten wij dat doen met hart en ziel, met passie en vreugde. In verbondenheid met elkaar vieren wij samen Gods aanwezigheid. Wij loven en prijzen God om wie Hij is en om wie Hij voor ons is in Zijn Zoon Jezus Christus. Vier Gods goedheid, vier Gods liefde, vier Gods trouw. Vier met dankbaarheid dat wij Gods kudde zijn, de gemeente van Christus. Wanneer wij met hart en ziel dat doen, zal het aanstekelijk zijn: voor de volgende generatie en voor de mensen om ons heen. Daarom klinkt de oproep: ‘Juich de HEER toe, heel de aarde..’. Amen.
 
VERDIEPINGSVRAGEN:
  1. Waarom loven wij en prijzen wij God volgens Psalm 100? Wat zijn de belemmeringen in onze lofprijzing aan God? Hoe kunnen wij die belemmeringen overwinnen? Wat gebeurt er wanneer wij God loven en prijzen met heel ons hart en ziel?  
  2. Hoe beleeft u de eredienst in de GKIN? Ervaart u de ontmoeting met God in de eredienst? (Licht uw antwoord toe)
  3. Wat kunnen ouderen van jongeren leren qua geloofsbeleving en geloofsuiting? En wat kunnen jongeren van ouderen leren qua geloofsbeleving en geloofsuiting? Kunt u een voorbeeld noemen van hoe gemeenteleden van verschillende generaties elkaar kunnen inspireren?
  4. Wat is uw mening over de vernieuwde liturgie van de GKIN? 
  5. Wat zijn de sterke en zwakke punten van de eredienst in de GKIN volgens u? Kunt u 3 topprioriteiten ‘verbeteringspunten/ vernieuwingen’ van de eredienst in uw regio benoemen en hoe uw regio dat kan uitvoeren? Wat kan de GKIN leren van de eredienst van andere kerken?