Amstelveen, 21 september 2014 - Gezinsmaand en jongerendienst
 
Lucas 2:41-52
 
Toen ik klein was, was er een bekende film ‘Superboy’. Ik was zo ontzettend blij dat ik die film mocht kijken in de bioskoop. Deze film ging over het wonderkind. Deze Superboy kon alles. Hij had geheime krachten. Hij kon vliegen. Hij kon dwars door de muur heen kijken. Hij was sterk. Hij verrichte allerlei heldendaden door zijn kracht. Superboy was superman in zijn jonge jaren. Toen dacht ik dat Jezus ook zo was in zijn kinderjaren. Een soort superboy. Weet u dat er in de geschiedenis allerlei verhalen zijn bij gekomen over Jezus’ kinderjaren in allerlei apocriefe (verborgen) boeken. Veel van die verhalen zijn fantastisch. Ik geef u een voorbeeld.  In één van die verhalen wordt verteld dat Jezus op vijfjarige leeftijd bij een beekje zat te spelen. Van natte klei maakte Hij twaalf vogeltjes. Maar het was sabbat en dat mocht dus niet en daarom ging Jozef naar de kleine Jezus toe om Hem te vermanen. Maar toen klapte Jezus in zijn handjes en ineens vlogen de twaalf vogeltjes weg. Jozef wist toen niet meer wat hij moest zeggen.
 
Al die superverhalen lezen wij echter niet in de Bijbel. Ik ben blij dat de kerk door de leiding van de Heilige Geest al snel gezegd heeft dat die verhalen niet in de bijbel thuis horen. Te veel menselijke versiering.
In onze lezing, het enige verhaal over Jezus’ jeugd, zien wij dat Jezus normale kinderjaren heeft. Hij wordt niet meteen een volwassen man  in een nacht. Nee. Jezus groeit als een normaal kind in een normaal gezin. In GKIN regio Amstelveen staat deze maand in het teken van gezinsmaand. Drie weken achter elkaar hebben wij preken gehoord over het gezin. [“God is mijn Vader en de kerk is mijn thuis- Over kinderen in de kerk”, “Verantwoordelijkheid van de ouders voor geloofsopvoeding van de kinderen”, “De rol van de gemeente in de geloofsontwikkeling van de kinderen”]
Voor God heeft een gezin zo grote waarde. Zo belangrijk is een gezin dat God Zijn eigen Zoon, onze Here Jezus Christus toevertouwde aan een gezin, het gezin van Jozef en Maria. God liet Jezus geboren worden, opvoeden en opgroeien in dat liefdevolle gezin. Jezus werd omringd door de geborgenheid en warmte van een gezin.
 
Wat zo het bijzonder maakt van Jezus’ kinderjaren zijn niet de fantastische verhalen van Jezus als Superboy, maar het feit dat Jezus groeit in alle opzichten en Gods genade op Hem rust. 
Wie heeft bijgedragen in de groei en ontwikkeling van Jezus in Zijn kinderjaren? Het antwoord is niet moeilijk. Natuurlijk zijn dat Jozef en Maria als ouders. Inderdaad. Maar de geloofsgemeenschap heeft ook een belangrijke plaats in de ontwikkeling van Jezus.    
 
Wij lezen dat de twaalfjarige Jezus samen met Zijn ouders Jozef en Maria naar de tempel in Jeruzalem gaat voor het Pesachfeest, het feest van de bevrijding uit de slavernij in Egypte. In vers 42 staat dat Jezus dit al vaker deed samen met zijn ouders. Blijkbaar hebben ze hun kind vertrouwd gemaakt met het geloof in de God van Israël, met Gods geboden, en met de geloofsgemeenschap. In die tijd reisde men ook samen in groepen naar de tempel: dorpsgewijs of familiegewijs. Onderweg zongen ze ook samen pelgrimsliederen uit Psalm 120-134. Het lijkt op de GKIN-ers samen in de bus op weg gaan naar de landelijke kerstviering. 
 
Jezus is 12 jaar. Het is een voorbereidingsjaar voor Jezus, want op 13 jarige leeftijd worden de Joodse kinderen beschouwd als volwassenen wat betreft religeiuze kwesties. Ze zijn bar-mitzvah. Dat betekent zoon of dochter van de Thora/ Gods wet. Vanaf die leeftijd zijn ze verplicht om volgens Gods wet te leven.
In het verhaal was het erg spannend voor Jozef en Maria, want op het gegeven moment toen ze terug gingen, waren ze Jezus kwijt. Welke ouders zouden niet in paniek raken als dit bij hen zou gebeuren? 
Het bleek dat Jezus nog steeds in Jeruzalem was, in de tempel. Hij zat tussen de leraren terwijl Hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. Ziet u dat kinderen erbij mogen zijn in de geloofsgemeenschap? Sterker nog: kinderen zijn onmisbaar in de geloofsgemeenschap. Onder kinderen worden ook tieners verstaan.  
 
De betrokkenheid van de kinderen wordt ook bevorderd door de methode van het godsdienst onderwijs.
Weet u, als de joodse kinderen thuiskomen van het godsdienst onderwijs dan vragen de ouders niet “heb je veel geleerd?”maar ze vragen: “heb je veel gevraagd?”  Vragen stellen. Dat is de oud-Joodse methode van onderwijs (Zie Exodus 12:26; 13:8, 14; Deuteronomium 6:20; Jozua 4:6). Door die methode krijg je dan een levende discussies d.m.v. vraag en antwoord. Van vragen wordt je inderdaad wijs. “Jezus luisterde naar de leraren en stelde hun vragen”. 
 
Het is in tegenstelling met de onderwijsmethode in Indonesië. De kinderen moeten goed luisteren wat de leraar zegt, opschrijven, en goed onthouden. En tijdens het examen moeten de kinderen zo precies mogelijk reproduceren wat de leraar allemaal ooit gezegd heeft. [Er zijn ook ouders die dit toepassen in de opvoeding van de kinderen: ‘Aduh…Gewoon luisteren naar mij. Geen discussie deh!’ ]      
 
Laten wij verder kijken naar het verhaal. Toen Maria Jezus uiteindelijk zag na drie dagen, uitte zij haar bezorgdheid en ongerustheid: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan?’ ‘Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ zei Jezus tegen zijn ouders. Het is geen uiting van ongehoorzaamheid van Jezus tegen zijn aardse ouders, Jozef en Maria.
Jezus herinnert zijn ouders dat Hij bovenal Gods Zoon is. Als Zoon van God voelt Jezus zich thuis in het huis van God. Waar God woont, daar wil Hij zijn. Daar moet Hij zijn. Hij is Kind aan huis bij zijn God. Hij zoekt gemeenschap met de Vader. 
Jezus gaat vervolgens terug naar huis samen met Zijn ouders. Zijn bijzondere band met de Hemelse Vader verhinderde Hem niet om ook aan Zijn aardse ouders gehoorzaam te zijn.
En hoe gaat het verder met Jezus? Vers 52 vat dat kort samen: ‘Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen’.
 
Zoals het kind Jezus groeit, wil God ook dat onze kinderen groeien.
Groeien in alle opzichten: fysiek, karakter, intelectueel, en geestelijk. Groeien naar volwassenheid.
 
Uit het bijbelverhaal van vandaag zien we hoe belangrijk de geloofsgemeenschap is in de groei, in de geloofsontwikkeling van de kinderen. Wat is de rol van de gemeente in die geloofsontwikkeling van kinderen? 
 
1.Het creëren van een vertrouwde omgeving. 
 
Enkele belangrijke basisbehoeften van kinderen zijn: veiligheid, acceptatie, liefde. Dan is de vraag voor ons als gemeente: voelen de kinderen zich veilig in onze gemeente? Krijgen ze de ruimte om te kunnen groeien? Zijn wij bereid om mee te groeien met hen? Zijn ze geaccepteerd zoals ze zijn? Ervaren ze de liefdevolle gemeenschap in de GKIN?  
 
In de GKIN zijn er veel goede voorbeelden hiervan. Ik moet denken aan een tante die vroeger elke zondag snoepjes deelde aan de kinderen. Wat was het een feest voor de kinderen. Zo ervaarden  kinderen de aandacht, de liefde, de vrijgevigheid van de gemeente. Ik bedoel niet dat iedereen volgende week allemaal snoepjes deelt aan de kinderen. (Deel a.u.b. snoepjes uit niet alleen aan kinderen, maar ook aan de jongeren, toch? Het is vandaag jongerendienst. Ik moet ook een beeetje opkomen voor de jongeren. Nee, dat bedoel ik natuurlijk niet. Het is een grapje). Er zijn veel eenvoudige manieren in het creëren van een vertrouwde omgeving. Wij kunnen praten met de kinderen in onze kerk: hoe het met hen is thuis, op school, in hun vriendenkring. Wij kunnen onze interesse tonen in hun hobby. Er is wel een voorwaarde hiervoor: een open houding naar elkaar. 
 
2. In de begeleiding, ondersteuning, en het stimuleren van de kinderen.
 
Ik moet denken aan mijn eigen ervaring. De gemeente heeft een belangrijke rol in mijn leven. Toen ik 7 jaar was, stierf mijn vader. Mijn vader was een predikant van Gereja Kristus Ketapang, in Jakarta, Indonesië. Ondanks het grote gemis na het overlijden van mijn vader voelde ik me gesteund door de gemeente, vooral door de tantes of oma’s van de kerk. Het was niet zo dat ik elke zondag snoepjes kreeg. Nee. Veel tantes of oma’s zeiden altijd tegen mij: ‘Wat wil je later worden?’ Ze stelden de vraag, maar ze gaven zelf het antwoord (dit is weer een andere vorm van onderwijs): ‘Je wordt dominee, he. Net als jouw vader’. Hun woorden leken toch op profetische woorden. In mijn jeugd, door verschillende gebeurtenissen, voelde ik de roeping van God om God te dienen als predikant. Als ik terug denk aan mijn kindertijd, ben ik ontzettend dankbaar voor de begeleiding, ondersteuning, en stimulans van de gemeente. 
De roeping van de gemeente om de kinderen te ondersteunen is gegeven door niemand anders dan God. Die roeping zien wij vooral wanneer kinderen gedoopt worden. Tijdens de doop van de kinderen, wanneer de kinderen zijn ingelijfd in het lichaam van Christus (gemeente), krijgt de gemeente in wezen opdracht om de ouders en de kinderen te ondersteunen en voor hen te bidden. 
 
Een mooi voorbeeld zien wij in deze jongerendienst. Ondanks dat deze dienst een jongerendienst is, betrekken de jongeren ook tieners en kinderen. 
Het verschil van generatie is geen reden om ons af te sluiten in onze eigen kring, in onze eigen wereld. Door verschillende generaties te betrekken, door samen te werken laten we zien dat we een grote familie zijn in Christus.
 
3. In de specifieke rol van de Kindernevendienst begeleiders.
 
Wij hebben net een film gekeken die gemaakt is door onze tieners met daarin de interviews van de KND begeleiders. Ik laat u zien de fotos van de KND begeleiders en assistenen. 
 
 
Kent u hun namen? Onze KND is gesplitst in bepaalde leeftijdscategorieen: creche, middengroep, grote kinderen, tieners.  
De rol van de KND begeleiders zijn te vergelijken met de rol van de leraren in de tijd van Jezus. Zij begeleiden de kinderen. Ze ondersteunen de ouders. De ouders zijn verantwoordelijk voor de geloofsopvoeding van de kinderen. KND begeleiders vervangen de taak van de ouders niet. Ze begeleiden  de kinderen wel in de geloofsontwikkeling. Wij zijn dankbaar dat onze KND begeleiders zo gemotiveerd zijn in hun bediening. Voelt u zich geroepen om KND begeleider of assistent te worden? Wilt u mee helpen op een of andere manier? Neem contact op met de coördinatoren van de KND: David Ong of Elita Loa. 
 
Het is ons verlangen dat door onze rol als gemeente in het algemeen en KND begeleiders in het bijzonder, dat onze kinderen, in de navolging van de Here Jezus, zich thuis voelen in de kerk, in het huis van onze Hemelse Vader. En het is ons verlangen dat onze kinderen mogen groeien, net als de Here Jezus: groeien in wijsheid, in relatie met God, en in relatie met anderen. Amen.