Gezinsdienst te Amstelveen; 7 september 2014                                                                                                                                                                            
 
Schriftlezing:  Marcus 10 : 13 – 16
 
Wees als de kinderen.
(Esther Verdam)
Geen twijfel in hun ogen,
Geen bedrog in hun lach,
onvoorwaardelijke liefde
Die Ik van hen ontvangen mag.
 
Geen discussie over Mijn woord
Zij drinken het als levend water
Om te groeien in hun geloof
Geen zorgen nog voor later
 
Onuitputtende energie
Om dichtbij Mij te komen
Geen voorbedachte woordjes
Maar uitgesproken dromen
 
Geen schaamte, geen angst
Ze voelen zich vrij
Om liedjes te zingen
en te vertellen over Mij
 
Wees als de kinderen,
Kijk naar hen en leer
Niets kan hen verhinderen
Om te komen bij de Heer
 
Geliefde gemeente,
Deze gedichten nodigen ons uit om door Jezus’ bril naar kinderen te kijken en om te “worden” als kinderen. Het is zeker niet de bedoeling om kinderlijk te worden, maar om een geloof te hebben waarbij wij steeds verwonderd zullen zijn over Gods werken.
Wat is dat voor een geloof? Dat is een geloof zonder twijfels, een geloof dat oprecht is en geïnspireerd wordt door Gods Evangelie, een geloof dat in het heden leeft en niet bang is voor de toekomst, een geloof dat steeds actief is om God te zoeken, een volwassen geloof, vol zelfvertrouwen en getuigenissen.
De dichteres, Esther Verdam, heeft van Marcus 10 : 13 – 16 een gedicht gemaakt; het gedicht dat wij zojuist hebben gehoord. Vindt u het mooi? Het zou mooi zijn als wij een geloof hadden zoals dat in het gedicht staat. Kan dat?
 
Zusters en broeders, ik ben blij te zien dat in onze kerk alle generaties vertegenwoordigd zijn:  kinderen, tieners, jongeren, jong volwassenen, volwassenen en ouderen. Elke generatie is er, net zoals in een grote familie. 
Ook ben ik blij te zien dat vele kinderen samen met hun ouders naar de kerk gaan. In Indonesië komt men vaak met honderdtallen tegelijk. Vele kerken worden dan verplicht om aparte vertrekken te bouwen voor de opvang van kinderen in de Kindernevendienst (KND). 
In NL zijn er minder kinderen, maar de KND moet er zijn, want deze is een onderdeel van de kerk, die de opdracht heeft om de Christelijke opvoeding voor de gemeente te vervullen. De dienstbaarheid van de KND leiders is erg belangrijk, want zij hebben de taak om onze kinderen de beginselen van Gods Evangelie bij te brengen, zodat zij er gevoelig voor worden.  Om die reden is het nodig dat de leiders de juiste vorming krijgen en bijgestaan worden.
 
Hoe zien wij onze kinderen? Hoe voelen zij zich als ze naar de kerk gaan? Zijn zij blij en enthousiast of zijn zij bang, verlegen en willen zij liever niet naar de kerk en KND gaan?
Wat kunnen we doen om onze kinderen zich “thuis” te laten voelen in onze kerk? Zij zijn immers geen “object, of een lijdend voorwerp”,  maar zij zijn een belangrijk element in ons kerkelijk leven. Net zoals de dominees, de kerkenraad, de kommissie leden, de gemeente en de sympathisanten, zullen de kinderen ook behandeld moeten worden als een subject die zich, zonder kerkelijk leven, tekort zullen voelen.  
Waarom is dat zo? Omdat zij de continuïteit van onze kerk moeten voortzetten. Het aantal kinderen is belangrijk, maar nog belangrijker is  hoe wij de kinderen, via de KND, kunnen voorbereiden zodat zij open zullen staan voor Gods Evangelie.  Waarom is deze openheid voor Gods Evangelie belangrijk? Als zij ervoor openstaan, dan zullen zij alles wat in verband staat met hun leven, de context van hun leven, kunnen begrijpen in het licht van Gods Evangelie. Vervolgens kunnen zij verder de juiste stappen ondernemen.
 
Geliefde gemeente,
Het is niet voldoende om onze Schriftlezing van vandaag  slechts als symbool te zien. Het gedicht dat ik heb voorgelezen is een voorbeeld van een symbolisch inzicht van het Evangelie van Marcus 10: 13-16. Het is zeker niet fout, maar als we alleen aandacht hebben voor dit symbolisch inzicht, dan zal onze focus op onszelf gericht zijn, namelijk de gemeente van volwassenen van deze kerk.  Eerder  is al duidelijk gemaakt dat de kern van dit Evangelie is: Christus’ onderricht  en de kinderen. Of nog duidelijker: Christus’ onderricht over de plaats van de kinderen in de kerk.   
Hoe ziet dit onderricht van Christus er uit?
 
Eerst zullen wij de context moeten begrijpen.  De context die de achtergrond beschrijft van de gebeurtenissen tussen Christus, Zijn leerlingen en de kinderen. De context is n.l. Christus’ mededeling aan Zijn leerlingen over Zijn komende lijden (Marcus 9: 31-32). Daarna kreeg het onderricht een andere wending, het ging  over  naar de kinderen die, binnen de context van de eerste eeuw na Christus, in de samenleving een lage sociale status hadden. Maar de nieuwe interpretaties van de tekst geven een aantal interessante voorstellen.
 
Een bekende persoon die Bijbelteksten uitlegt, James Bailey, noemt de naam van de theoloog Ched Myers.  Myers is er niet mee eens dat alleen de kinderen genoemd werden en andere mensen die in die tijd aan de rand van de maatschappij leefden,  werden niet  genoemd.  De conclusies  van Myers zijn:
1. De woorden van Jezus in Marcus 10:15 verwijzen niet alleen naar kleine kinderen.                                                     
2. Als we naar de context van de samenleving van die tijd kijken, dan vertegenwoordigen “kleine kinderen”  in Marcus 9:36-37 en Marcus 10:13-16 meer de groep mensen die aan de rand van de samenleving leven en wiens bestaan niet erkend werd. Bijvoorbeeld: vrouwen, arme mensen, bedelaars.
3. In een dergelijke maarschappelijke structuur, behoren kinderen tot de laagste orde.
4. Omdat kinderen zwak  en volledig afhankelijk zijn van volwassenen, worden zij gemakkelijk overheerst en geëxploiteerd.
5. Nadat Jezus dit allemaal heeft gezien, nodigt Hij Zijn leerlingen uit om in communiteit en familieverband te leven. Deze nieuwe realiteit leert Zijn leerlingen om hun aandacht te richten op “de allerkleinsten”  en dat dit het  belangrijkste kenmerk wordt voor hun identiteit als leerling van Christus.
6. Dit betekent dat leerlingen van Christus mensen, die aan de rand leven, moeten opvangen en hun accepteren zoals ze zijn. En laten zij onderdeel worden van hun spiritueel gezin, net zoals Christus de kinderen heeft omarmd en hun met handoplegging heeft gezegend.
 
Het Evangelie van vandaag wordt beëindigd met de handeling van Jezus, die de kinderen omarmt en zegent door hun de handen op te leggen (Marcus 10:16). Deze handeling openbaart de dynamiek van Gods Koninkrijk en kan de volgende betekenis hebben:
1. De handelingen van Christus worden uitgelegd als de verpersoonlijking van Gods liefde voor hen die onderdrukt en achteruit gesteld worden.
2. De vertelling nodigt ons uit om deze als genade en ook als roeping te zien. Wat wordt hiermee bedoeld?
 
a. “ Om Gods Koninkrijk als een klein kind te accepteren” verwijst naar Christus die in alle oprechtheid ons, die zwak en broos zijn, heeft verwelkomd en gezegend. Dit is de genade die hierbij bedoeld wordt: het is Christus die ons verwelkomt en accepteert zoals wij zijn en niet omdat wij een goede persoonlijkheid hebben.
b. Aan de andere kant vraagt deze nieuwe realiteit een positieve actie van ons. Door de zwakkeren en de niet-geaccepteerde mensen te omarmen, zoals beschreven wordt door Myers, verwelkomen wij als het ware ook Christus, God en Zijn Koninkrijk.
 
Deze maand houden wij een gezinsmaand, die van, door en voor ons is. Met ons allen zijn wij delen van het Lichaam van Christus die niet van elkaar gescheiden kan worden. Zonder kinderen is het Lichaam van Christus, onze Kerk, niet compleet.  
Nadat wij vandaag  het Evangelie tot ons hebben genomen is de vraag: wat kunnen we doen om onze kinderen enthousiast te maken voor de KND, zodat zij open staan voor Gods Evangelie? Wat kunnen we doen om onze kinderen vrij uit te kunnen laten spreken dat God hun Vader en de kerk hun thuis is? De boodschap uit het Evangelie en dat is tegelijkertijd de sleutel voor onze Hoop, zegt:  laten wij het bestaan van de kinderen erkennen, laten we hun accepteren zoals zij zijn en laten we hun verwelkomen voor hun aanwezigheid.
Zowel de kerk als het gezin zullen de aanwezigheid van kinderen zien als genade, waarbij wij er actief bij betrokken zijn om onze roeping na te komen. Een opvoeding volgens het Evangelie kan alleen ten volle gerealiseerd worden als de ouders er in betrokken worden. Sommige ouders zeggen dat deze opvoeding een taak van de kerk is …., dit is maar gedeeltelijk waar, want een deel van deze taak rust inderdaad op de schouders van de kerk , maar het andere deel wordt door de ouders gedragen. 
 
Het klassieke voorbeeld is het volgende: op de KND worden de kinderen geleerd om eerlijk te zijn. Toen het gezin thuiskwam en de telefoon rinkelde, moest het kind van de ouders de telefoon opnemen en zeggen dat ze niet thuis zijn.
Ouders behoren verstandig te handelen, want kinderen imiteren hun in hun gedrag, omdat ze denken dat het juist is en zo behoort te zijn. Kinderen zijn een afspiegeling van de opvoeding van de ouders. Om die reden is het wenselijk om samen met de kinderen, als gezin, tijd door te brengen. Leer hun, zoveel  mogelijk, over de Christelijke liefde die wij in ons dagelijks leven mogen beleven.
Draag de juiste geestelijke waarden over op de kinderen. In de kerken (vooral die met een Indonesisch achtergrond) worden vaak vele roddels verteld en soms zijn er kinderen bij die ze ook aanhoren. Als de overdracht van roddels, waarin haat, boosheid, jaloezie, en oneerlijkheid zitten, tot onze kinderen komen, dan mag men niet verwonderd zijn als onze kerk geen lang leven heeft. 
Neem de tijd om met zorg het programma van de KND samen te stellen;  een programma waarin zowel de kinderen als hun ouders er aan deelnemen, zodat ook de ouders  de roeping mogen ervaren om Gods boodschap aan hun kinderen door te geven, binnen elke omgeving waarin ouders en kinderen zich bevinden. 
Moge deze gezinsmaand een zegen worden voor de kinderen en hun ouders en dat wij, als kerk, het Lichaam van Christus zijn. Moge God alle activiteiten in deze gezinsmaand zegenen en ook Gods zegen voor allen die er in betrokken zijn.
 
Tot slot: verwelkomt Gods Koninkrijk die via kinderen tot ons komt en die ook via de uitgestotenen in onze maatschappij komt.
God zegent onze gezamenlijke bedieningen. Amen.