Prekenserie ‘Koinonia’ in het kader van jaarthema 2014 ‘Bewustwording van GKIN als kerk’
 
Bijbellezing: Handelingen 2:41-47
 
Broeders en zusters die de Here Jezus liefhad,
 
Er was eens een man die Paijo heet. Hij leed aan insomnia of slapeloosheid. Omdat dit aanhield ging Paijo naar een arts die hem grondig onderzocht. Alles bleek goed te zijn, er waren geen problemen gevonden. De arts zei: "Ik heb niets mis bij u gevonden.
Mijn enige advies voor u is, probeer deze zondag naar mijn kerk te gaan en naar de preek van mijn voorganger te luisteren. Hij is echt een expert in het zorgen dat mensen in de kerk in slaap vallen. Een paar jaar geleden, toen ik net in Nederland was, hoorde ik iemand tegen een vriend zeggen: "Als je in de kerk wilt slapen, luister dan naar de preek in de GKIN." Hopelijk behoort zo’n opmerking tot verleden tijd. Of toch niet?
 
Broeders en zusters, de bovenstaande opmerking was als een grap bedoeld, maar het kan ook wijzen op de hoop, het verlangen en de behoefte van kerkleden om te leren of iets mee te krijgen van de preken die ze te horen krijgen. Naar mijn mening is dit een natuurlijke verwachting en verlangen. Mensen komen naar de kerk en willen natuurlijk luisteren naar en zegen krijgen van Gods Woord. Hopelijk blijft het niet bij het horen, maar zal de gemeente ook leren van Gods Woord en dit in praktijk brengen, zodat ze in hun geloof groeien.
 
Het thema van de preek van vandaag is "Een kerk die volhardt in het onderricht en de gemeenschap". Dit thema is een onderdeel van een prekenserie die betrekking heeft op het jaarthema van 2014 van GKIN, "de Identiteit als kerk". De vorige prekenserie ging over "Diakonia" en "Marturia". Deze keer gaat het over "Koinonia" of "Gilde". Er zijn twee andere thema's van "Koinonia", d.i. "een kerk die volhardt in lofprijzing en aanbidding in de eredienst", die gepredikt is door ds Linandi, en "een kerk die volhardt in het gebed", gepredikt door vicaris Adham.
 
Broers en zusters,  wat interessant is, is dat het thema “een kerk die volhardt in het onderricht en de gemeenschap" niet alleen een thema van de preek is, maar ook een van de belangrijkste doelstellingen en de essentie van de eerste gemeentes, zoals we uit Handelingen 2:41-47 eerder hebben gelezen. Waarom zijn de eerste gemeentes volhardend in het onderricht van de apostelen en in de gemeenschap?
 
Het verhaal begon met de gewoonte van Jezus die trouw de diensten in de synagoge (Joods gebedshuis) bijwoonde. Deze gewoonte van Jezus werd voortgezet door Zijn twaalf discipelen. Nadat Jezus naar de hemel is opgevaren bleek dat de discipelen dit nog een hele tijd waren blijven doen. Dit is geschreven in het boek Handelingen en een aantal van de brieven van Paulus, waarin staat dat de volgelingen van Jezus nog steeds samen met andere joden in de synagoge aanbidden.
 
De Christelijke Kerk als instituut is gestart wanneer de discipelen en volgelingen van de Here Jezus geleidelijk aan begonnen waar te nemen dat er iets fundamenteels anders was met de joodse gelovigen. Hetgeen wat de volgelingen van Jezus onderscheidde, was de erkenning van dat Jezus Heer en Verlosser is.
 
De erkenning dat "Jezus Heer en Verlosser is" wordt vervolgens "kèrugma", een verkondiging die fundamenteel en de kern is. Deze verkondiging of "kèrugma " bevat niet alleen informatie die vanzelfsprekend ontvangen moet worden, maar is een bekentenis of getuigenis dat overwogen en dieper bestudeerd moet worden. Daarom moet "kèrugma" en de gevolgen hiervan verder worden toegelicht.
 
Toen kwam "didache" of de leer die zijn oorsprong vond in "kèrugma”. De essentie van "didache" is gebaseerd op het persoon, de woorden en de daden van Jezus. In de praktijk heeft "didache" zelf vele vormen: er is een mondeling onderricht zoals een preek, schriftelijk onderricht zoals boeken, onderricht door middel van christelijke symbolen (de doop, het heilige avondmaal, het kruis, de vis, plaatjes), maar ook het onderricht door middel van gebed, zang, belijdenis van het geloof, de leer of dogma, en de verdediging of apologetiek.
 
Door het ontstaan van "kèrugma" en "didache" maakten de volgelingen van Jezus  zich geleidelijk aan los van de synagogen, en vormden een confederatie die bekend stond als de "Kerk". De eerste gemeente of christelijke kerk was een "thuiskerk", omdat ze thuis samenkwamen (Rom. 16:05, 1 Kor 16:19, Col 4:15). De belangrijkste activiteit was het onderricht van de leer van de apostelen over de Here Jezus. Ze willen zich verdiepen in wie Jezus was, wat Jezus heeft onderwezen, waarom Hij aan het kruis moest sterven, enzovoorts. In Galaten 6:06 wordt zo’n samenkomst "onderricht in het Woord" genoemd.
 
De belangrijke invloed van het onderricht in het Woord van de eerste gemeente of kerk is nog zichtbaar tot op de dag van vandaag in de liturgische elementen in onze erediensten. Alle elementen van de erediensten, variërend van "Votum en groet" tot "Zegen" vormen het proces van het leren van het Woord van God. Niet alleen de preek is belangrijk, maar alle liturgische punten hebben betekenis. Het is dus verkeerd als we te laat in de kerk komen en zeggen: "Gelukkig is de preek nog niet begonnen, we zijn niet te laat."
 
Inderdaad is de preek een belangrijk onderricht in de eredienst, maar ook andere elementen van de liturgie zijn belangrijk. Alle onderdelen van de eredienst kunnen in principe worden onderverdeeld in twee delen: God spreekt tegen ons en we reageren op Zijn Woord. Dat is de kern van onze hele eredienst: God onderwijst door Zijn Woord en we leren ervan.
 
Het voortdurende proces van het leren van het Woord van God is een kenmerk, de ware aard en het doel van de eerste gemeente en christelijke kerk. Een kerk die niet meer leert is in wezen geen kerk meer. Zo ook wij als volgelingen van Christus. We moeten nooit stoppen met het leren uit het ware Woord van God. We moeten blijven leren hoe we, in geloof, trouw God volgen, in alle gebeurtenissen die we in ons leven  ervaren. Hoe kunnen we ons geloof reflecteren op de gebeurtenissen die we ervaren?
 
Voor sommige mensen lijkt het proces van het leren om een Christen te zijn te stoppen op het moment dat ze gedoopt worden of belijdenis hebben gedaan. Ze beschouwen het als een bevestiging en het doel; als het doel bereikt is, is het eindresultaat behaald. Het belangrijkste is officieel een Christen worden. Het is niet verwonderlijk dat er mensen zijn die, na hun belijdenis of doop, stil staan in plaats van groeien in hun geloof.
 
In het Woord van God dat we vandaag hebben gelezen blijkt dat het proces van groei en leren als christenen nog niet af is wanneer iemand gedoopt wordt of belijdenis doet. Integendeel, het is juist een begin van een leerproces van het geloof als een christen. Als christenen moeten we blijven leren om steeds gehoorzamer aan en dichter bij God te zijn, en qua karakter meer op onze Heer te lijken.
 
Handelingen 2:41-47 wordt vaak gebruikt als een beschrijving van de ideale kerk, die door God gewenst wordt. Waarom? Relatief gezien waren ze een arme en jonge gemeente; hun aantal was nog klein. Ze waren ook in gevaar, verdacht, vervolgd en gemarteld. Maar ze hebben een heel mooi en goed gemeenschapsleven.
 
Broeders en zusters, nadat zij zich gaven om gedoopt te worden, staat in vers 42a: " Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, en vormden met elkaar gemeenschap…". Er zijn dus twee kenmerken waar de eerste kerk zich in volhardde. 
Ten eerste: het volharden in het onderricht. Volharden betekent vlijtig, ondernemend, ernstig, en gedisciplineerd en niet alleen als de tijd of gelegenheid er is. Hun doorzettingsvermogen komt voort uit een voortdurend verlangen om te leren of onderricht te worden door de apostelen. Dit is een van de ideale kenmerken van de eerste gemeente, het voortdurende verlangen om te leren, en niet alleen om te komen aanbidden.
 
Het leerproces is absoluut, omdat ons geloof eigenlijk iets is dat altijd groeit en daarna vrucht draagt. Net als een plant; om goed te kunnen groeien moet hij ijverig en zorgvuldig bewaterd, bemest, behandeld en onderhouden worden. Ik weet ook dat er mensen zijn die tijdens de zorg gaan praten tegen de plant of orchidee, "dat je vaak mag gaan bloeien, hé!” Nou, als een plant zo wordt onderhouden en verzorgd, wat te meer ons geloof. Als we willen dat ons geloof goed groeit, en dan vrucht draagt, moeten we het ijverig bemesten, water geven en onderhouden. Zo niet, evenals een plant zal het geloof verdorren en uiteindelijk sterven.
 
Daarom, broeders en zusters, als christenen moeten wij niet lui zijn. We moeten blijven leren van het Woord van God, zodat ons geloof blijft groeien. Het is niet genoeg om alleen naar het Woord van God op zondag te luisteren, maar het is ook belangrijk om de andere activiteiten te volgen, zoals de Bijbelstudie of coaching. We moeten ook ons uitrusten met het lezen van een geestelijk boek of geestelijke lezing.
 
Misschien zijn we lang geleden christen geworden. Er zijn er die al vanaf de geboorte christen zijn als gevolg van christelijke ouders. Er zijn er ook die van christelijke afkomst zijn, wat betekent dat de grootouders ook christen waren. Het belangrijkste is, niet hoe lang we christen zijn geworden, maar of wij als christenen, in geloof en kennis van God groeien.
 
Broeders en zusters, het tweede kenmerk van de eerste kerk is het volharden in gemeenschap. Ze blijven niet alleen volharden in het onderricht van de apostelen, maar ook samen in gemeenschap. Het is waar dat geloofszaken iets persoonlijks zijn. We nemen onze eigen beslissingen over ons geloof. Echter groeit ons geloof juist in gemeenschap.
 
Als een gemeenschap in de kerk, zijn wij geroepen om een sfeer te creëren die warmte en zorgzaamheid uitstraalt. Nog belangrijker, een sfeer waar de liefde van God geldt. Maar in feite is het niet gemakkelijk en een grote uitdaging om een warme levende en zorgzame gemeenschap te creëren. Zoals met het leven in een gezin, worden we geconfronteerd met verschillende problemen en moeilijkheden. Natuurlijk moeten we niet "weglopen" of de problemen en moeilijkheden uit de weg gaan. Wij streven ernaar om de eenheid van onze gezinnen intact te onderhouden.
 
Ook zullen zich problemen en moeilijkheden voordoen in het leven van de gemeenschap in de Kerk. Maar als we trouw blijven aan en vertrouwen op God dan zal ons geloof blijven groeien. Hier zien we dat het niet genoeg is om als kerk alleen bezig te zijn met aspecten van het onderricht en geen aandacht te besteden aan relationele aspecten of gemeenschap tussen de gemeenteleden.
 
Broeders en zusters, in de oorspronkelijke taal wordt het woord "gemeenschap" beschreven door het woord "Koinonia". Koinonia treedt op wanneer een aantal mensen bij elkaar komen en iets delen. Een voorbeeld is wanneer een man en vrouw trouwen; dat is waar koinonia plaatsvindt. Het tegenovergestelde van het  woord "Koinonia" is "pleonexia", dwz de egoïstische houding om alles voor zichzelf te nemen. Als het in een huwelijk, alleen een van de twee echtelieden de vruchten plukt, dan is het huwelijk geen koinonia of gemeenschap.
 
Als we dieper willen gaan, blijkt het woord "Koinonia" afgeleid te zijn van het oorspronkelijke woord "Koine", wat betekent "iets wat hetzelfde en verenigend is". Een gemeenschap is dus "een verzameling van mensen die iets gemeenschappelijks hebben dat hen verenigt". Wat de Grieken in die dagen verenigde was het samenzijn in het theater. Ze kwamen bij elkaar, gingen zitten en hun ogen worden verenigd door te genieten van de prachtige opera die op het podium werd uitgevoerd.
 
Deze dagen hebben mensen over de hele wereld ook "koinonia" of gemeenschap wanneer hun ogen verenigd worden tijdens het bekijken van een voetbalwedstrijd, het WK in Brazilië. En nu, hoe is de gemeenschap of "koinonia" op de zondagen in de kerk? In het algemeen, op een zondag komen de mensen één voor één de kerk binnen. Ze gaan dan op zoek naar een zitplaats. Interessant om op te merken, dat vele gemeenteleden de neiging hebben om elke week dezelfde plaats te nemen.
 
Broeders en zusters, bij de aanvang van de eredienst worden hun ogen verenigd met een blik richting de kansel. De vraag is, wat onderscheidt koinonia in de kerk met koinonia buiten de kerk? Koinonia in de kerk is niet alleen een samenkomst van mensen die amusement of geestelijk optreden krijgen te zien die uitgevoerd wordt door de voorganger en de voorzangers. De focus en de kern in onze erediensten in de kerk moet zijn de persoon, de woorden en de daden van de Here Jezus die het Hoofd en de Eigenaar is van de kerk!
 
Dit is wat de kerk onderscheidt van de wereldse verenigingen of clubs. De mensen die in de kerk samenkomen, komen niet omwille van "gezelligheid", niet om vrienden te ontmoeten of omdat de hapjes en drankjes lekker zijn. Maar we komen samen in deze plaats omdat we gelovigen die verenigd zijn als reactie op de heilzame genade die God ons heeft geschonken door de Here Jezus.
 
Daarom, wat belangrijk is in de gemeenschap in de kerk, niet het op zoek zijn naar respect, lof of eigen belang, maar het zorgdragen en gevoelig zijn voor de behoeften van anderen. Onze aanwezigheid in de kerk is niet alleen om iets te krijgen voor onszelf, maar ook om om te kijken naar en een zegen te zijn voor anderen.
 
Broeders en zusters, het volharden in het onderricht en in de gemeenschap kan niet worden gescheiden van elkaar, net als de twee zijden van dezelfde munt. We hopen dat we een kerkelijke gemeente kunnen worden die in ernst volhardt in het onderricht en de gemeenschap. Dat wil zeggen, een gemeente die voortdurend verlangt en dorstig is naar het leren van het Woord van God, en die ook een sfeer van warme en liefdevolle gemeenschap creëert. Als we hierin geslaagd zijn dan, net als wat de eerste gemeente heeft ervaren, zouden een heleboel mensen ons tot genoegen zijn, en God zal aan ons mensen schenken die gered zijn. Laten we dit in praktijk brengen, beginnend bij ieder van onszelf. 
 
God zegene ons.
 
VERDIEPINGSVRAGEN:
1. Noem het verschil en de overeenkomsten tussen een “Kerk” en “een club of een vereniging”?
2. Hoe moet volgens de groep eigenlijk de sfeer zijn binnen de gemeenschap van de kerk?
3. Probeer de sfeer met elkaar te delen die binnen de gemeenschap in uw regio plaatsvindt. (zowel positieve als negatieve dingen)
4. Welke obstakels verhinderen het creëren van een mooie gemeenschap binnen de kerk?
5. Leer van de eerste gemeenteleven. Een van de sleutels tot het succes was, “ zij volharden in de onderwijzing/leer van de apostelen en in de gemeenschap” (Handelingen der apostelen 2:42) Wat betekent volharden in de onderwijzing/leer en in gemeenschap?
6. Welke concrete zaken moeten worden nagestreefd opdat er een evenwicht is tussen het volharden in de onderwijzing/leer en in de gemeenschap binnen de kerk?