Prekenserie ‘Koinonia’ in het kader van jaarthema 2014 ‘Bewustwording van GKIN als kerk’
 
Psalm 95: 1-11
 
Op een dag ging een man samen met zijn gezin naar de kerk. Onderweg terug naar huis begon hij te klagen. Dit gebeurde trouwens niet in de GKIN. Hij zei: "Wat een dag in de kerk. De muziek was te luid. De voorzangers waren niet te horen. De preek was te lang. De mededeling waren zoveel. Het gebouw was koud. De mensen waren onvriendelijk.” Die man klaagde nog verder over vrijwel alles. Maar toen zei zijn zoon: het volgende “Maar, pap. Het was toch geen slechte show voor slechts een euro?”. 
 
Het verhaal van die man is misschien herkenbaar. Er zijn mensen die de eredienst zien als een show, waar je geentertained moet worden. Die mensen zien zichzelf als toeschouwer van de kerkdienst. In deze tijd van consumentisme zijn er ook mensen die zichzelf zien als consument in de kerkdienst. ‘Als het hier niet bevalt, ga ik naar een andere kerk’. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen verbeteringspunten mogen zijn wat betreft de eredienst. Maar de kernvraag is eigenlijk: Waarom komen wij naar de eredienst? Voor wie komen wij elke zondag naar de kerk? 
 
Net als vorig jaar, is het jaarthema GKIN 2014: “Bewustwording van GKIN als kerk”. Door dit thema willen wij samen overdenken over de identiteit van GKIN als een kerk. Als kerk moeten wij volharden in drie essentiele terreinen: 1. Een kerk die volhardt in gemeenschap en onderwijs/ Gereja yang bertekun dalam persekutuan dan pengajaran” (preek door ds. S. Tjahjadi), 2. Een kerk die volhardt in het gebed/ Gereja yang bertekun dalam doa” (preek door dhr. A.K. Satria), 3. Een kerk die volhardt in lofprijs en aanbidding in de eredienst/ Gereja yang bertekun dalam pujian dan penyembahan di dalam ibadah” (preek van vandaag, door ds. J. Linandi).
 
Als wij komen naar de eredienst in de kerk, is het belangrijk om te beseffen dat het God is die ons uitnodigt om bij Hem te komen in Zijn huis. Psalm 95 begint met het woord: ‘Kom”. Het is een uitnodiging! Sterker nog: aansporing. Kom! God verlangt ons, Zijn kinderen te ontmoeten in de eredienst. 
 
Psalm 95 gaat over Gods uitnodiging voor de eredienst. De inhoud is: JKL: Jubelen, Knielen, Luisteren.
 
I. Een uitnodiging om te Jubelen (Lofprijzen) (vers 1-5)
Laten wij Psalm 95 blijven openen. Uit de verzen 1-5 vinden wij 4 kenmerken van de eredienst:
 
a. De eredienst is collectief
In de verzen 1 en 2 lezen we: "Laten wij ... ".
In de eredienst komen wij samen als gemeenschap, kinderen van één Vader. 
Op verschillende plaatsen komen de mensen samen, bij elkaar. Samen als toeschouwers van een voetbalwedstrijd, samen zitten in een bus, samen staan in een lift, samen liggen op een strand. Maar samen zijn in de kerk is toch anders. Wij zijn met elkaar verbonden als broeders en zusters. Wij zijn bloedverwanten in de Here Jezus Christus, samen gered door het ene bloed van Christus aan het kruis. Terecht heeft iemand ooit gezegd: Jezus kwam om onze woordenschat te veranderen van ‘ik, mij, mijn’ tot ‘wij, ons, en onze’.
 
b. De eredienst is verbaal en levendig
In vers 1 en 2 roep de Psalmist ons op:
1 Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding. 
2 Laten wij hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang. 
 
“Juichen”, ‘Toejuichen’. Wij kunnen niet juichen zonder het openen van de mond! Natuurlijk kunnen wij God loven en aanbidden zonder woorden, in stilte. Maar in de eredienst wil God onze stem horen. God wil dat wij voor Hem juichen.  
 
De eredienst is niet alleen verbaal, maar ook levendig. In het Oude Testament vierde men de ontmoeting met God uitbundig. Koning David dansde en sprong voor de Heer in II Samuël 6:16.  
Het woord ‘toejuichen’ wordt ook vaak gebruikt in het Oude Testament om overwinning te vieren. Wij vinden dat bijvoorbeeld in I Samuël 4:5 “Toen de ark van het verbond met de HEER in het legerkamp aankwam, barstten alle Israëlieten uit in luid gejuich, zodat de aarde ervan dreunde”.
 
Als ons hart zo vervuld is van Gods liefde, kunnen wij toch niet anders doen dan voor Hem jubelen? 
 
c. De eredienst is God-gericht
Wij zingen niet om onze emotie te uiten. Wij zingen niet om onszelf op te luchten. Onze eredienst is niet bedoeld om mensen te behagen. De focus van onze eredienst is niet wij, maar God. 
Let op de verzen 1 en 2: ‘1 Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding. 2 Laten wij Hem naderen met een loflied, Hem toejuichen met gezang’. 
In de eredienst mag niemand de eer toekennen die alleen God toebehoort. Wanneer onze eredienst gericht is op God, komen andere dingen terecht op zijn plaats.  
 
d. De eredienst is gefundeerd op waarheid  
In de verzen 3-5 lezen we dat Gods soevereiniteit de basis is voor onze eredienst.
Gods heerschappij gaat over alle hemelse en aardse realiteiten. Niets of niemand valt buiten Gods heerschappij.  ‘De diepten der aarde, de toppen van de bergen, de zee, het droge’: dat alles benadrukt de totaliteit van Gods schepping en Gods controle over de aarde. 
De wereld is niet alleen het werk van Gods handen vroeger. De wereld is nog steeds in Gods handen. 
Onze collectieve, verbale, levendige, God-gerichte lofprijzing moet dus gefundeerd worden op de waarheid van wie God is, wat Hij heeft gedaan, en wat Hij nog steeds doet. De Psalmdichter roept ons op om te jubelen in Gods grootheid!
 
II. Een uitnodiging om te Knielen (Aanbidden) (vers 6-7a) 
 
Vers 6 en 7a geeft ons de tweede uitnodiging in de eredienst: een oproep om te knielen (God aanbidden).  Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. 
 
Wij zijn hier geroepen om te bewegen van lofprijs naar aanbidding. In vers 1 en 2 mogen wij staan voor Gods aangezicht, onze lofprijs stijgt omhoog. Nu in vers 6 buigen wij voor Hem in aanbidding. Wij knielen voor de Heer. De focus van de Psalmdichter verandert nu ook. Niet langer God als onze Schepper, maar God als onze Herder en Verlosser. 7 Ja, Hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt, de kudde door Zijn hand geleid.
 
God is onze liefdevolle Herder die aandacht heeft voor ieder van ons. Dit wetende brengt ons tot buigen in aanbidding en knielen voor de Heer, onze God. Wij vernederen ons voor Zijn aangezicht. Door buigen en knielen plaatsen wij onszelf lager dan God. Dit is de essentie van aanbidding. Doordat wij onze ‘lagere plaats’ in verhouding tot Hem erkennen, erkennen we dat God groter is dan onszelf. 
 
Merkt u het op. De oproep om te jubelen is gebaseerd op Gods soevereiniteit als Schepper. De oproep om te knielen is gebaseerd op onze relatie met God. Hoe dieper onze relatie met God is, des te dieper onze ontzag en eerbied voor Hem. Mensen die weinig eerbied voor God hebben, hebben ook weinig intimiteit met Hem. 
 
Vanuit deze Psalm zien wij dat in de eredienst beide aspecten aanwezig moeten zijn: jubelen en knielen. Blijdschap en eerbied. Vreugde en ontzag. 
 
Ruim tien jaar geleden was er een bekende reclame. Een aantal kinderen zaten in deze reclame op te scheppen over hun vader. De een zei dat z'n vader advocaat was. Dit moest natuurlijk overtroffen worden door een ander jongetje die trots vertelde dat zijn vader chirurg was. Weer een andere kind zei dat zijn vader directeur van een bank was. Zo ging het even door en iedereen probeerde elkaar te overtreffen. Plotseling zei een stil en verlegen jongetje: "Mijn vader werkt bij McDonalds". Toen werd het stil. Het feit dat iedereen stil werd heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ze jaloers waren op het jongetje. Doordat zijn vader bij McDonalds werkte kon dat jongetje doen wat de  anderen waarschijnlijk niet konden: elke dag naar de McDonald. Dat was voor dat jongetje een reden om er trots op te zijn dat zijn vader bij de McDonalds werkte. 
Als ik aan dit reclamespotje denk, vraag ik me af: Zijn we er trots op dat wij kinderen zijn van God? Zijn we trots op God onze Vader? Vinden wij het een buitengewoon voorrecht en genade dat wij elke keer bij Hem mogen komen in de eredienst in Zijn huis? 
 
III. Een uitnodiging om te Luisteren (vers 7b-11).
 
De jubelende stemming van lofprijs en plechtige aanbidding wordt plotseling vervangen door een ernstige waarschuwing in de verzen 7b-11. In vergelijking met de vorige verzen vinden wij hier een dramatische verandering. Het lijkt op een antiklimaks. Er is ook verandering in de spreker. In de eerste 7 verzen spreekt de Psalmdichter. Nu spreekt God zelf. God waarschuwt Zijn volk tegen de gevaren van een hard hart . 
 
7 b Luister vandaag naar zijn stem: 8 ‘Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, 9 toen jullie voorouders mij op de proef stelden, mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien. 10 Veertig jaar voelde ik weerzin tegen hen. Ik zei: “Het is een stuurloos volk dat mijn wegen niet wil kennen.” 11 En ik zwoer in mijn woede: “Nooit gaan zij mijn rustplaats binnen!”’
 
De boodschap hierin is het volgende. Het is goed om lofprijs aan God te brengen, om te jubelen. Het is goed om God te aanbidden, om te knielen. Maar wat God echt van ons wil is dat wij naar Zijn stem luisteren. Luisteren en gehoorzamen is iets wat God verkiest boven onze offer en lofliederen. 
 
God leert Zijn volk vanuit zijn eigen geschiedenis. De gebeurtenis in Massa en Meriba kunnen wij terugvinden in Exodus 17. God heeft Israël bevrijd uit slavernij in Egypte en leidde hen door de Rode zee. Ze zongen daarna lofprijzing aan God in Exodus 15. Zo blij waren ze met God. Daarna in hun reis door de woestijn hadden ze dorst en begonnen te mopperen in Mara. Ze waren boos op Mozes en wilden Mozes stenigen. Van God moest Mozes de staf op de rots slaan. Toen Mozes dat deed stroomde daar water uit en het volk kon drinken. Die plaats wordt genoemd Massa en Meriba (Exodus 17:7). Massa betekent  beproeving. Meriba betekent verwijt. Het volk Israël had de Heer op de proef gesteld en Mozes verweten. 
Gods volk leerde echter niet van hun geschiedenis. Die gebeurtenis in Massa en Meriba herhaalde zich 40 jaar later (Nummeri 20:13) toen de Israëlieten het beloofde land bijna binnenkwamen. 
 
Psalm 95 leert ons wat God wil van de eredienst: onze lofprijzing aan God, onze aanbidding aan God. Wij loven en prijzen God omdat Hij onze Schepper is. Wij aanbidden God omdat Hij onze Herder en Verlosser is. Maar God wil niet alleen onze lofprijs en aanbidding. God wil dat wij luisteren naar Hem en Hem gehoorzamen.
 
Het thema van vandaag is “Een kerk die volhardt in lofprijs en aanbidding in de eredienst/ Gereja yang bertekun dalam pujian dan penyembahan di dalam ibadah”. Wat is het tegenovergestelde van ‘volharden’? ‘Niet uit het hart doen’. Wij moeten onze eredienst bewaken van ‘het gevaar’ van automatisme en routine. Dat is eredienst houden zonder ons bewust te zijn, te weten wat wij aan het doen zijn en waarom. Als wij in de kerk God loven en prijzen, Hem aanbidden, naar Hem luisteren vraagt God ons: ‘Waar is uw  hart?’ ‘Is uw/ jouw hart bij Mij of ergens anders?’
 
Een goede manier om bewust te zijn in de eredienst is door persoonlijk u voor te bereiden en actief te participeren in de eredienst. Neem bijvoorbeeld uw eigeen bijbel mee naar de kerk. Lees mee uit uw eigen Bijbel. Als u zingt, denkt goed na wat u zingt. Laat de tekst tot u spreken. Zing vanuit uw hart. Tijdens de prediking kunt u ook actief participeren door u zelf te vragen: ‘Wat wilt U tegen Mij zeggen, Heer?’ 
 
Apostel Paulus herinnert ons ten slotte in Romeinen 12: 1 dat onze eredienst zich niet beperkt tot de eredienst op zondag in de kerk, maar in ons leven elke dag. ‘Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u’.  
Moge de GKIN een kerk zijn die volhardt in lofprijs en aanbidding in de eredienst. Amen.
 
VERDIEPINGSVRAGEN:
1. Kunt u de vier kenmerken van de eredienst noemen? (Zie Psalm 95:1-5). Herkent u deze kenmerken in de eredienst van de GKIN?
2. De eredienst is Gods uitnodiging om te jubelen, knielen en luisteren (J-K-L). Wat gebeurt er als er geen evenwicht is tussen de drie aspecten?  Hoe verhoudt zich het aspect ‘Jubelen’ tot ‘Knielen’ in de eredienst? 
3. Is er volgens u een gevaar van automatisme en routine in de eredienst van de GKIN? Zo ja, hoe kunnen wij onze eredienst bewaken voor die gevaren?
4. Kunt u voorbeelden geven over ‘persoonlijke voorbereiding’ en ‘participatie’ in de eredienst?
5. Wat is de invloed van de zondagse eredienst in de kerk op uw dagelijks leven doordeweeks?