Pinkesterdienst, Amstelveen 8 juni 2014

Handelingen 2:5-11, II Timoteüs 1:6-7
 
Wie kent de kracht van het vuur niet? Rond deze warme dagen kijken veel mensen uit naar het ‘vuur moment’. Wat ik daarmee bedoel is: Barbecue! Kijk naar de folders in de winkel: barbecue artikelen, vlees voor de barbecueën, etc. Jong en oud houden van barbecue, niet waar? Mijn vrouw vroeg al: ‘wanneer gaan wij barbecueën?’ Ik zie al in mijn verbeelding hoe wij thuis het vuur aansteken. Als u thuis geen tijd of gelegenheid hebt om te barbecueën, hoeft u niet te treuren. Aanstaande zaterdag wordt de bazaar van de GKIN regio Amstelveen gehouden. Op de bazaar kunnen wij genieten van heerlijke sate. Ruikt u al de lekkere geur van de sate? 
 
Vuur hebben wij nodig in ons dagelijks leven. Niet alleen om eten klaar te maken. Vuur geeft licht. Vuur geeft warmte. Vuur reinigt en zuivert, zoals het vuur van een smid. Vuur kan dingen verteren en verbranden zodat er iets nieuws daardoor kan ontstaan. Denk aan bijvoorbeeld aan metaalbewerking, pottenbakken, glasblazen. 
 
Vandaag vieren wij Pinksteren. Pinksteren heeft te maken met vuur. In de lezing uit Handelingen lezen wij hoe de Heilige Geest verscheen als vuurtongen en neerdaalde op iedere volgeling van Jezus. Met Pinksteren wil God in ons wonen door Zijn Heilige Geest. De Heilige Geest komt als vuur in ons. Vuur die brandt in ons hart. Vuur die ons zuivert van onze zonden. Vuur die ons leven vernieuwt. Vuur die ons warm maakt van Gods liefde die Hij heeft getoond in Zijn Zoon Jezus Christus.
 
De vuurtongen van de Geest zorgden dat de volgelingen van Jezus spraken in allerlei nieuwe talen. Ze getuigden over Gods grote daden en de mensen van allerlei volken en achtergronden begrepen wat ze zeiden. De taalbarrière was doorbroken. Na de toespraak van Petrus in de volgende verzen kwamen drieduizend mensen tot geloof in de Here Jezus. Op de Pinksterdag is de kerk geboren.  
 
In de tweede lezing lezen wij over het vuur van de Geest dat brandt in het hart van de jonge Timoteüs. Door deze brief spoort Paulus Timoteüs aan en bemoedigt hem in zijn werk als verkondiger van het evangelie. Timoteüs wordt herinnerd aan de gave die God Hem uit genade schonk. Om het werk in Gods Koninkrijk uit te voeren, om onze roeping te volbrengen als getuigen van Christus, geeft de Heilige Geest de gelovigen gaven. Een gave is een geschenk met een opdracht. Het feit dat wij gaven krijgen betekent dat er werk aan de winkel is. 
 
Paulus herinnert Timoteüs er aan dat het vuur van de Geest moet blijven branden in zijn hart. Wakker het vuur aan! Aanwakkeren is het tegenovergestelde van uitdoven. Hierover schrijft Paulus in I Tessalonicenzen 5:19 ‘Doof de Geest niet uit’. 
 
Het vuur van de Geest kan inderdaad uitgedoofd worden. Dat komt bijvoorbeeld door de sleur of de drukte van ons bestaan. Luiheid of lauwheid kunnen ook de oorzaak zijn. De omstandigheden kunnen het vuur ook uitdoven. In zijn brief noemt Paulus enkele voorbeelden daarvan: je schamen voor het evangelie, bang zijn voor de toekomst, je laten intimideren. Al die bedreigingen kunnen inderdaad het vuur uitdoven, maar ze kunnen ook omgezet worden als kansen om het vuur brandend te houden.   
Laten we heel even terug gaan naar ‘bakar sate’. Als u bezig bent met sate te grillen kan de wind het vuur uitdoven (bijvoorbeeld als u slaapt tijdens bakar sate), maar de wind hebt u ook  nodig om het vuur aan te wakkeren. In een vacuüm (zonder zuurstof) kunnen wij toch geen sate maken? Heeft u ooit een astronaut in de ruimte gezien die sate eet?
 
Wees niet bang voor allerlei bedreigingen, maar bouw op de kracht van de Heilige Geest. God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Hoe houden wij het vuur van de Geest brandend? 
1. Door dichtbij de bron van het vuur te blijven
Zoals Jezus zegt in Johannes 15:4-5 “Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen.”
 
2. Door de gaven te ontwikkelen en te gebruiken
Merkt u het op: met Kerst, Pasen, Hemelvaart zien wij engelen die Gods boodschap aan de mensen bekendmaken. Met Pinksteren zien wij die engelen niet. Maar het werk van God blijft. Wie roept God voor die taak? Zijn kerk. God wil Zijn kerk gebruiken voor Gods missie in deze wereld. Zet u in voor het werk van Gods Koninkrijk. Wat is dat een groot voorrecht en genade om te mogen werken voor de Heer. Tegelijk is het geen gemakkelijke opdracht. Daarvoor geeft God die gaven aan u, jou, mij. Ontwikkel en gebruik die gaven! 
Verder is het belangrijk om te beseffen dat de gaven al geschonken zijn aan ons allen. Iedereen heeft minstens een gave en niemand heeft alle gaven. Hier ligt dus een opdracht van God: dat wij elkaars gave erkennen en dat we als gemeenschap bereid zijn om in broederlijke en zusterlijke verbondenheid samen de gaven te gebruiken. 
 
3. Door zelf aan de anderen te vertellen over uw geloof
Begin bij de dichtbijzijnste kring: in uw gezin of familie. 
Wij danken God dat Odelia Oppusunggu vandaag gedoopt is. Door de doop neemt God haar aan als Zijn geliefde kind. Als ouders zijn br. Lambok en zr. Dearni geroepen in de geloofsopvoeding van Odelia en haar grote broer Jacob. Vertel aan jullie kinderen hoe kostbaar het is om Gods kinderen te zijn. Vertel zelf aan de kinderen over jullie geloof.  
Waarom geloven jullie in de Here Jezus? Vertel jullie geloofservaring. Vertel hoe God voor jullie zorgt door bergen en dalen in het leven. Vertel hoeveel jullie van God houden! Door aan onze kinderen te vertellen over ons geloof, wordt het vuur in onszelf aangewakkerd.   
Vuur werkt aanstekelijk. Wanneer wij vurig zijn, zullen onze kinderen ook aangestoken worden en ze zullen verder het vuur van de Geest aansteken aan anderen. (Vgl. II Timoteüs 1:5)
 
4. Door omgaan met mensen die ook vurig zijn 
Wij houden het vuur van de Geest brandend door ons te laten inspireren door mensen die het vuur van de Geest brandend houden. 
Na deze Pinksterdienst wordt het boek van wijlen Dr. Rudy Budiman, nestor van de GKIN gepresenteerd. “U bent kostbaar in Gods ogen.” Met dit boek wil de GKIN, met grote dankbaarheid terug denken aan het verleden en wil daardoor opnieuw geïnspireerd worden voor het heden en de toekomst. Wij staan stil in hoe de Heilige Geest in het verleden heeft gewerkt in en door mensen. Dit boek is een bloemlezing van de preken en de toespraken van Ds. Budiman die afkomstig zijn van de laatste drie jaren van zijn leven. Dit boek getuigt van het vuur van de Geest dat vurig brandde in het hart van ds. Budiman sinds zijn 17de jaar en dit boek getuigt van het vuur dat brandend werd gehouden tot het einde van zijn gezegende leven van 82 jaar, 10 december 2009.
 
In dit boek mogen wij horen dat wij kostbaar zijn in Gods ogen. Wij worden verder aangespoord om te leven in die geest. 
 
In de preek ‘U bent kostbaar in Gods ogen’ lezen we het volgende: 
“… Wat doen wij met deze geestelijke rijkdom? Wij mogen deze blijde boodschap niet voor onszelf houden, maar moeten het aan anderen doorgeven. Ieder is kostbaar in Gods ogen. Wat voor consequenties heeft dit voor onze kijk op andere mensen? Niemand in de omgang of in de kerk afschrijven… Oog hebben voor vergeten mensen in de maatschappij… Ieder ander mens zien als waardevol…”
 
Persoonlijk denk ik terug aan mijn gesprekken met ds. Budiman in de auto onderweg naar activiteiten van de GKIN. Uit die gesprekken voelde ik de warmte van Gods Geest in hem. Het vuur werkte aanstekelijk. Ik werd er zelf ook warm en vurig van.
 
Vuur werkt inderdaad aanstekelijk. Dit boek zal ons helpen het vuur van de Geest brandend te houden in ons leven, persoonlijk en als gemeente. Leest u dit boek. Laat u inspireren door dit geestelijk legaat dat ds. Budiman ons heeft nagelaten.
 
Met Pinksteren lezen wij dat de taalbarrières zijn doorbroken. Wanneer de volgelingen van Jezus spreken over Gods grote daden in Jezus Christus, geeft de Heilige Geest ons een nieuwe taal die anderen kunnen begrijpen. 
 
Voor de GKIN zie ik dat er 3 terreinen, 3 uitdagingen van deze tijd zijn waarin we biddend verlangend vragen dat de Geest ons de nieuwe taal geeft.
1. In de relatie tussen jong en oud. 
Tussen de eerdere generatie en de volgende generatie. 
Jonge en oude generatie kennen hun eigen leefwereld en spreken hun eigen taal. Daardoor kunnen ze elkaar soms moeilijk begrijpen. Dat geldt in de gezinnen. Bijvoorbeeld in de omgang tussen ouders en tieners. Tussen ouderen en hun kinderen, wanneer de ouderen de gebreken van ouderdom moeilijk accepteren en als gevolg daarvan de  relatie met de kinderen spanning geeft. Wat hebben wij hier een nieuwe taal nodig. De nieuwe taal hebben wij ook nodig in de kerk als de jonge en oude generatie gesprek voert over ‘de kerk tussen traditie en vernieuwing’.  
 
2. In de onderlinge relatie in de gemeente
In de gemeente merk ik op dat wij ondanks dat wij dezelfde taal spreken, elkaar soms moeilijk kunnen begrijpen. 
 
Ik lees u een gedeelte van de Pinksterpreek van Ds. Budiman van zondag, 27 mei 2007 in Nijmegen. Hij waarschuwt de gemeente om de kracht van Gods liefde niet te vervangen met een vreemde kracht, het vuur van de Geest niet te vervangen met onheilig vuur. 
“…Toch kun je ook zonder de kracht van de Geest, maar met een vreemde kracht een eind komen in kerkelijke activiteiten, maar gedoemd tot een mislukking. Het is als gebruik van diesel i.p.v. benzine. Rijdt heel even, het inwendige van de machine raakt beschadigd. Het is onheilig vuur, onzuivere motieven: activisten (met gaven) die zich gepasseerd voelen, die elkaar beconcurreren en tenslotte schade aanrichten aan de kerk. Mensen verlaten de kerk. Jezus is hierover vertoornd… God, bewaar me voor onzuivere motieven…”
 
3. In onze missionaire taak
Volgend jaar vieren wij de 30ste verjaardag van de GKIN. In de laatste 30 jaar zijn er veel veranderingen in Nederland. De ontkerkelijking neemt toe. De kerken raken steeds verder leeg. Het lijkt erop dat de taal van de kerken in Nederland niet begrepen wordt door de mensen om ons heen, in het bijzonder de jonge generatie. 
Hierin ligt ook de bedreiging voor de GKIN. Maar die bedreiging dient omgezet te worden in een kans. Ondanks alles danken wij God dat door Gods genade de GKIN toch mag groeien tot nu toe door vallen en opstaan. In het vervullen van Gods missie in Nederland en daar buiten beseffen we als GKIN dat we geroepen zijn om dat te doen in de oecumenische verbondenheid met andere Nederlandse en migranten kerken.
 
Geliefde gemeente. Op Pinksteren worden wij eraan herinnerd dat de Heilige Geest nog steeds werkt in ons en door ons. De Geest geeft ons de taal die we nodig hebben. Laten we het vuur van de Geest brandend houden. Laten we het vuur van de Geest verder aansteken aan de mensen om ons heen. 
 
Amen.