Gezamenlijke dienst GKIN regio Tilburg en Protestantse Gemeente Tilburg en omstreken - 27 oktober 2013
Deuteronomium 32:1-12
 
We hebben het vast allemaal weleens meegemaakt: een vuiltje in je oog. Wat is dat pijnlijk. Al is het een heel klein iets: een stofje,  korreltje zand, of wimperhaartje, we krijgen echt een branderig en pijnlijk gevoel. Het oog wordt rood en begint te tranen. Wij proberen dat vreemde object te verwijderen door bijvoorbeeld onze oog te knipperen, te wassen met schoon water, of te druppelen met een oogdruppel. Ogen zijn heel kostbaar en tegelijk kwetsbaar.
In het midden van onze ogen hebben wij de oogappel of pupil. De pupil is het zwarte stipje in het midden van het oog en erg belangrijk voor het zien. Kijk naar de volgende afbeelding. ‘D’ is pupil of oogappel. 
De appel van het oog is van onschatbare waarde! Daarom worden de pupillen door de ogen, door het lichaam zelf, heel nauwgezet bewaakt. Dat doet dat oog zelf. Of beter: dat doe je als mens. Maar het gebeurt in een reflex. 
Stel dat iemand uw oogappel met opzet raakt. Grote kans dat uw ogen in snelle tijd dicht gaan. Reflex. In minder dan een seconde. Uw hand zal de oogappel beschermen. Die persoon kan ook de les van de dag krijgen van u. ‘Pas op, raak mijn oogappel niet aan!’.
Nu kun je een mens, bijvoorbeeld je man, je vrouw, je kind ook “mijn oogappel” noemen. Daarmee geef je aan: hij of zij betekent ontzettend veel voor me. Voor hem, voor haar, daar gá ik helemaal voor. Probeer hem of haar niet iets aan te doen. 
 
In onze schriftlezing lezen wij het lied van Mozes aan het eind van zijn leven. In dit lange lied lezen wij de samenvatting van de relatie en het eeuwige verbond tussen God en Zijn volk Israël. God die trouw blijft ondanks de ontrouw van Zijn volk. Ondanks allerlei tekortkomingen en zonden die Gods volk heeft gemaakt en steeds weer herhaalt, kijkt God naar Zijn volk en zegt: “Jij bent mijn oogappel”.  Wat God tegen Israël zegt, geldt ook voor ieder die verbonden is met God door Zijn Zoon Jezus Christus. De Bijbel zegt: ‘Wie Christus ontvangt en in Zijn naam geloven, geeft God het voorrecht om kinderen van God te worden’. (Johannes 1:12). Door Jezus mogen wij Gods kinderen zijn.
God zegt: “Jij bent mijn oogappel’. Maar het betekent niet dat God zonder ons niets kan beginnen. Nee. God kan ons wél missen. Echt wel. Het is niet zo, dat Hij gebrekkig is zonder ons. O nee. God is God. En Hij blijft gewoon God, ook als wij er niet zouden zijn. Of als wij Hem in de steek zouden laten of Hem verlaten. God kan ons wel missen. Maar Hij wil ons niet missen. Hij wil, dat mensen, dat jij en ik bij Hem zijn. Dat wij niet zonder Hem kunnen en willen leven.
 
Gods oogappel: gevonden door Gods genade
Het is God die ons kiest. Niet omdat wij het verdienen. Niet omdat wij beter zijn dan anderen. Nee. God kiest vanuit Zijn genade alleen. Het is ontroerend als wij vers 10 lezen. God zag Zijn volk in een dorre woestijn. Dit wijst naar de situatie waarin Gods Volk zich toen bevond: gedurende 40 jaar rondzwerven in de Sinaï woestijn na de uittocht uit de Egyptische slavernij. God zag hen verloren in de eenzame woestijn. Hongerig en dorstig. Het gaat zelfs nog verder: uitzichtloos en doelloos. Bedreigd door allerlei gevaren. Ze waren uitgeleverd aan zichzelf en de barre omstandigheden. God zag hen en vond hen. God leidde hen. God omringde hen met zorg en met liefde. God heeft Zijn Volk uitverkoren boven alles. “Jij bent mijn oogappel”.  Dat is Gods onbeschrijfelijke genade.
 
Gods oogappel: geleid en gekoesterd door God
De oogappel is het kostbaarste deel van het oog en dus het deel dat de beste bescherming krijgt. In Zacharia 2:12 zegt God: “Wie aan Mijn volk komt, komt aan Mijn oogappel”.
 
God beschermt Zijn volk van alle gevaren van buiten. Allerlei volken willen Israël vanaf vroeger wegvegen van de wereldkaart: Moab, de Ammonieten, Edom, de Filistijnen, de Amalekieten. Dat gebeurde niet alleen vroeger, maar tot nu toe. Maar God is dezelfde God die ook tot nu toe Zijn volk Israël behoedt en bewaart temidden van de omringende vijandige landen om hen heen.
De gevaren voor Gods volk, Gods kinderen komen echter niet alleen van buiten. Het grootste gevaar komt eigenlijk van binnenuit, van onszelf.    
 
a. Dat gebeurt wanneer wij ontrouw en opstandig zijn tegen God (vers 5-6). Wanneer wij op de liefde van God reageren met liefdeloosheid. Wanneer wij geen berouw tonen over onze zonden en daarintegen in zonden blijven leven. 
Wij zijn Gods oogappel. Wij zijn Gods geliefde kinderen, maar wij zijn geen verwende kinderen van God. Juist omdat wij Gods oogappel zijn, vermaant God ons om ons te bekeren van onze zondige wegen. Dat deed God tegen Zijn volk in onze lezing. En dat doet God nog steeds: uit liefde voor ons, Zijn oogappel.
 
b. Het volgende gevaar van binnenuit is er wanneer wij zelfvoldaan en zelfgenoegzaam zijn. Wij voelen ons zo waardig om Gods oogappel te zijn. Wij overschatten onszelf. Wij worden hoogmoedig. In de omgang met anderen plaatsen we onze ‘eigen ik’  in het centrum. Wij achten onszelf hoog en anderen laag. Wij kijken neer op anderen. Wij hebben snel een oordeel over anderen.
c. Het gevaar van binnenuit is er ook wanneer wij onszelf onderschatten. Wij geven meer gehoor aan stemmen die zeggen dat we slecht zijn, dat we niets waard zijn. Wij worden beheerst door minderwaardigheidsgevoelens. Sterker nog: wij kunnen onszelf afwijzen. Wij zien dingen in het leven vanuit de negatieve kant. ‘Ik kan dit niet. Ik durf dat niet. Ik voel me onzeker. Ik ben bang’. Dit gevoel kan bijvoorbeeld ontstaan vanwege een slechte ervaring in het verleden waardoor wij nog steeds gebonden zijn en het zicht op het heden en de toekomst vertroebelt. Of misschien hebben wij ooit een grote fout gemaakt en kunnen wij onszelf geen tweede kans geven.
 
Geliefde gemeente, temidden van alle gevaren: van buiten en van binnen, laten wij luisteren naar de heldere stem die zegt: ‘Jij bent mijn oogappel’. 
 
Dat is de stem van God. Wij zijn het niet waard, maar Hij heeft ons waardig gemaakt. Hij zond niemand anders dan Zijn enige en geliefde Zoon Jezus Christus, die geleden heeft en gestorven is aan het kruis en opgestaan is uit de dood om ons te redden. Hij die ons Zijn oogappel noemt, beschermt Zijn oogappel. Hij koestert ons met zorg en liefde. Laten wij leven als Gods oogappel!
 
Wat is leven als Gods oogappel? 
1. Dat is leven in dankbaarheid. 
Dankbaar omdat wij kostbaar zijn voor God. Voor God telt iedereen mee, zoals ‘het lied van de kinderen’ ons leert. 
Paulus spoort ons aan: “Wees onder alle omstandigheden dankbaar; dat wil God van u in Christus Jezus” (I Tessalonicenzen 5:18 GNB).
 
2. Leven als Gods oogappel betekent dat ik mijn waarde,  mijn voldoening, en mijn levensdoel niet vindt in materie, in anderen, en in mijzelf, maar dat ik mijn waarde, voldoening, en levensdoel alleen vindt in God.
Hoe gedraag ik me als Gods oogappel? Enkele  weken geleden kreeg ik een email over de lancering van ‘Google glas’
Met deze bril kan men foto of video maken zonder een aparte camera vast te houden. Met deze bril kan men die foto of video tegelijk delen met anderen via internet. Mensen kunnen live volgen wat wij zien of beleven. Deze bril heeft nog meer functies zoals: navigatie, het zoeken naar informatie, etc. Ik kan bijvoorbeeld nu tijdens preken een film maken over de gemeenteleden hier. Ik deel dat live met mijn familie of met groot publiek. Ik kan ook direct informatie zoeken over sommige gemeenteleden via de facebook account. Wie is meneer A? Wie is mevrouw B?  
Ik moet meteen denken aan het thema van vandaag: Leven als Gods oogappel. Ik vraag me af: stel als God zegt tegen ons: ‘Jij bent mijn oogappel. Ik kijk naar deze wereld door jouw ogen’. Zal God reinheid vinden in ons? Zal God een blik van liefde zien door onze ogen? Of ziet Hij een blik van haat, hebzucht, en onverschilligheid? Zal God een blik van ontferming en medeleven zien? Zal God een blik van vertrouwen en opbouwen zien? Als God naar deze wereld ziet door mijn ogen, wat ziet Hij dan? 
 
Wij zijn dankbaar dat wij vandaag zoals in de voorgaande jaren een gezamenlijke dienst houden. Het beeld van oogappel is ook toepasselijk voor de relatie tussen PGTEO en GKIN. 
Wij hebben beide ogen nodig. Wij kunnen wel met één oog de wereld om ons heen waarnemen. Maar voor een echte dieptewaarneming zijn twee ogen onontbeerlijk. Voor de PGTEO en GKIN betekent dat wij dankbaar zijn voor elkaar. In de steeds toenemende ontkerkelijking hebben wij elkaar hard nodig en hebben wij elkaar veel te bieden. Twee ogen zijn nodig om Gods werk uit te voeren.  
 
3. Leven als Gods oogappel betekent leven tot zegen voor anderen.
 
God kiest Zijn volk met een zekere bedoeling: om tot zegen te zijn voor anderen. Dat zei God tegen Abram, voorvader van Israël, vader van de gelovigen: ‘Ik zal je tot een groot volk maken, Ik zal je zegenen, Ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn’ (Genesis 12:2). Wat is dat bijzonder: dat God anderen wil zegenen door ons.
 
Als wij tot zegen willen zijn voor anderen moeten wij zijn als een jonge arend die de comfortzone (het warme nest) bereid is te verlaten. Dit betekent: groeien naar volwassenheid. Worden als iemand die God graag wil. Leren vliegen naar het specifieke doel dat God voor een ieder van ons heeft. Wetende dat God er is die net als de moederarend om haar jong heen vliegt om hem op te vangen met haar vleugels als hij valt.
Geliefde gemeente, aanvaardt dat wij Gods oogappel zijn en leef als Gods oogappel!
Amen.