15 september 2013,  Rijswijk
 
Lezing uit het Oude Testament:  1 Samuël 24: 1- 8
Lezing uit het Nieuwe Testament: 1 Korintiërs 2: 1-11
 
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Dat is toch wel een heel bijzonder verhaal hè, wat we lazen. Over Saul, in 1 Samuël 24. 
Heel genant eigenlijk. Saul, die daar in die spelonk even een sanitaire stop houdt. En David en zijn mannen, die nou juist in die grot verstopt zitten! Het was trouwens wel even lastig om daar een passend lied bij te vinden. Daar heb ik wel even over zitten piekeren. Het eerste wat in me opkwam was: “Grijp toch de kansen door God u gegeven”... Want dat is wat ook die mannen fluisteren: “Kom op David, pak ‘em, dit is de kans van je leven”. Want we kennen allemaal vast de context wel. Van Saul, die David naar het leven staat. Uit is op zijn dood. David sluipt heel zacht naar Saul toe. Maar in plaats van hem te vermoorden, snijdt hij voorzichtig een reep van Sauls mantel af. Als en bewijsstuk. Dat hij inderdaad de kans had om hem te doden. Maar dat hij dat niet heeft gedaan.
 
Maar waarom deed hij dat nou niet? Waarom benutte hij nou niet dat moment suprème? Het antwoord op die vraag laten we nog even open.  We gaan eerst kijken naar dat stukje uit die brief dat we net gelezen hebben. De brief die Paulus schrijft aan de Korintiërs. Op het moment dat Paulus zijn brief schrijft, is de stad Korinte inmiddels een florerende handelsstad geworden. In het jaar 44 voor Christus had Julius Caesar de stad nieuw leven ingeblazen, door het de plek te maken waar zijn legerofficieren van hun pensioen konden gaan genieten. Hij herbouwt de stad, die jarenlang grotendeels in puin gelegen heeft. En het heeft alle potentie in zich om een succes te worden.  Want het ligt in Griekenland zo, dat het zowel aan de westkant, als aan de oostkant een haven heeft. Aan de oostkant gericht op Efese en Azië, aan de westkant op Italië en Rome. Maar ook over land ontsluit het zowel het gebied naar het noorden als naar het zuiden. En inderdaad, niets staat hun economische vooruitgang in de weg. Het is inmiddels al een stad die bruist van handelslieden, commerciële bedrijven, ambachtsmensen, toeristen en eenheden van het Romeinse leger.
 
Er is van alles te doen. Bijvoorbeeld in het theater. Zo’n theater ziet er een beetje uit als de Kuip, of denk ook aan de Arena. Want die voetbalstadions zijn gebouwd naar dat oude, ingenieuze model van toen. Honderden mensen kunnen er samen komen. En dat gebeurt ook regelmatig. Eén van de dingen die er te doen zijn is de samenkomst van de ‘ecclesia’. U weet misschien wel dat dat het Griekse woord voor ‘kerk’ is. Maar zo ver zijn we dan nog niet. Pas later is de christengemeente zichzelf zo gaan noemen. Nee, met ‘ecclesia’ bedoelen we dan nog niet de kerk. In eerste instantie ging het in het Romeindse Rijk om een seculiere ecclesia. Het is een grote groep mensen die een voorliefde hebben voor de wijsheid, de filosofie. Ze komen samen rondom een bepaalde sofist, die dan een soort performance geeft. Er wordt hem een verhaal voorgelegd, waar een vraagstelling in verstopt zit, en hij moet er dan zo leuk mogelijk, zo alert mogelijk en zo gevat mogelijk op reageren. We weten dat in de tijd van Paulus zelfs de kleding helemaal werd aangepast aan zijn optreden. Het was kortom gewoon een soort show, waar mensen in grote getale op af kwamen.
Een gigantisch talkshowachtig cabaret, met één belangrijke hoofdrolspeler, de sofist. Een wijze man, geschoold in de filosofie.
 
De sofisten in Paulus’ tijd hadden één gevleugeld uitgangspunt, en dat was: “Ik weet, dat ik niks weet”. Want men ging er vanuit, dat er niet één geldende, algemene waarheid was. Niet één maatstaf, waarmee elke situatie gemeten kon worden. Vandaar dat de ene sofist een heel andere richting in kon denken dan de andere. Door middel van veel improvisatie stak de één weer heel anders in op een verhaal dan de ander. Het ging vaak ook niet om de inhoud van wat er gezegd werd, maar meer om het kunstige woordgebruik en de leuke draaiingen.
 
Aan het begin van het stukje van die brief horen we dat Paulus van zichzelf weet dat hij zichzelf daar niet aan kan meten: “Toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid”. Maar hij wil dat ook helemaal niet. Hij wil en kan maar één soort kennis overbrengen. En dat is die over Jezus Christus, de gekruisigde. Toch kom je er al lezend wel achter dat Paulus bepaald niet los staat van zijn tijd. Hij maakt bij zijn boodschap gebruik van het gedachtegoed dat in zijn dagen bekend was. Je ziet dat al in dat kleine stukje dat wij gelezen hebben, maar ook in de rest van zijn brieven. En hij doet dat vaak op een leuke manier. Want wat gebeurt er in dit geval? Hij pakt nu het mensbeeld op, van de filosofen in zijn tijd. Zoals zij dat vaak hanteren. Paulus geeft namelijk aan dat er in de mens een soort gelaagdheid is.  Maar dan wel lagen die in elkaar overgaan, die niet apart verkrijgbaar zijn. Hij maakt in zijn brieven onderscheid tussen:  
  1. de somatische mens, oftewel zijn lichaam; 
  2. de psychische mens, oftewel de psyche, en die wordt in de filosofie, en
  3. de geestelijke mens,  (hij noemt het de ‘pneuma’, sommigen herkennen dat misschien van een bepaald soort gereedschap, bijvoorbeeld een pneumatische voorhamer ofzo).
Dus drie delen benoemt hij: lichaam, ziel en geest, maar geen van allen zijn ze los verkrijgbaar. Toch proberen sommige mensen dat. Want in vers 14 lezen we dan: “een mens die de geest niet bezit”. En dan gaat het Paulus om mensen die dat geestelijke stuk proberen uit te schakelen. Hij noemt dat soort mensen dan de psychische mens. Iemand die die tweede laag centraal wil stellen en het loskoppelt van dat geestelijke deel. Kijk, zegt hij, die mens zal er nooit iets van snappen. Wie God nou is, wat dat nou allemaal te betekenen heeft. Want hij vindt geen aansluiting.
 
Want, zegt Paulus, door dat geestelijke deel, dat ieder mens heeft, heb je de mogelijkheid om als het ware in te loggen op de Geest van God. Vanaf het begin heeft God de mens de mogelijkheid gegeven om dat te kunnen. Om toegang te hebben tot die Geest van God. Dan gebruik ik nu wel een soort computertaal waar Paulus nog nooit van heeft gehoord, ‘inloggen op’. Maar hopelijk maakt dat het een beetje duidelijk.
 
Want kijk, de wereld heeft niet zo maar toegang tot dat wat van God is. Het is niet de wijsheid van deze wereld, zegt Paulus. Het is verborgen en geheime wijsheid. Maar, God heeft wel besloten dat mensen mogen delen in die luister.
Mensen die Hem liefhebben, die Hij liefheeft. Die mensen hebben met hun geest toegang tot Zijn Geest. Zij hebben, om weer die computertaal te gebruiken, de mogelijkheid om in te loggen op de Geest van God.
 
Anderen kunnen dat niet begrijpen. Zij kunnen dat namelijk niet. Omdat zij geen verbinding hebben met God. Als ze het wel begrepen hadden, dan was Jezus nooit gekruisigd, zegt Paulus. Dan hadden ze gesnapt waar het om ging.
Maar je kunt God niet snappen als je geen toegang hebt tot Gods Geest. Mensen hebben nu eenmaal hun eigen soort geest. De geest die de mens snapt. “Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens?
Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen”, zegt Paulus in vers 11. Het zijn twee aparte sporen. Pas als God ons aanlinkt, als Hij het ons openbaart door Zijn Geest. Pas dan kunnen we ontdekken wat God ons in Zijn goedheid geschonken heeft. Niet door menselijke wijsheid, zoals je kunt zien en meemaken in de theaters. Nee, dit is een ander soort wijsheid, die je alleen kunt snappen door de Geest van God.
 
En dan doe je in mensenogen rare dingen. Je maakt keuzes die niet altijd stroken met de gangbare opinie. En soms ben je tegendraads in je meningen. Want je bent op een andere manier verbonden met de wijsheid.
Niet de wijsheid van de wereld, maar de wijsheid die komt van Gods Geest. Omdat je Hem vertrouwt, ook al lijkt alles tegen te zitten. Omdat je je eigen belang opzij schuift, om er te zijn voor een ander.
 
Wat is nou ‘de kans van je leven’? David had een sterk vertrouwen op God. En had eerbied voor Gods keuzes. Ook al begreep hij niet het ‘waarom’. David vermoordt niet de gezalfde van de Heer. Hij respecteert Saul.
Omwille van God. David heeft, om met Paulus te spreken, toegang tot de Geest van God. En dan maak je een andere keuze. Keuzes die niet altijd begrepen worden.
 
We mogen elkaar daarbij helpen. Als gemeenteleden. Bij het zoeken naar hoe je je als gelovig mens gedraagt, in deze wereld. Omdat je dan soms ànders bent. Omdat je probeert om ingetuned te blijven op die Geest van God, ook al lijkt het soms allemaal zo onduidelijk, of onbegrijpelijk. We mogen elkaar daar bij helpen in de gemeente. Om met elkaar je geest altijd open te blijven stellen voor de Geest van God. Zodat we contact kunnen blijven houden en zoeken met die Geest van God. 
Ja, dat hoop ik voor ons allemaal. Dat we dìe ‘kans van ons leven’ met beide handen aangrijpen. Die mogelijkheid, om in te loggen op Gods Geest. En zo ons leven verantwoord te leven. Naar God toe en naar onze naasten.
Want, zegt Paulus, ‘onze gedachten zijn die van Christus’!
 
Amen.