Overdenking tijdens de Coachingsdag voor (nieuwe) ouderlingen te Nieuwe Kerk - Rijswijk, 19 april 2008.

Schriftlezing: Marcus 10: 35 - 45:

Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’ Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?’ Ze zeiden: ‘Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.’ Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen de beker drinken die ik zal drinken en de doop ondergaan die ik zal ondergaan, maar wie er rechts of links van mij zal zitten, kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.’ Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op Jakobus en Johannes. Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn. Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

Er is een heel tragisch verschijnsel, en voor ons christenen een verontrustende ontwikkeling, en dat is: Blijkbaar “wordt de zakenwereld steeds Bijbels, de Kerken worden als maar Werelds”. Een bewijs hiervoor? De zakenwereld die vaak wordt gezien als werelds, niet koosjer en hard, is juist op een gestaagde manier bezig om de principes van het Bijbelse leiderschap te adopteren. Aan de andere kant, de kerken zijn juist bezig om die denkwijze en principes los te laten. Het gevolg is, er gebeuren conflicten in de kerk maar ook verhindert dit de groei van de kerk!

Hoe kan nou een kerk groeien zoals de Heer het wil, wanneer de leiders van de kerk die eigenlijk een onderdeel zijn van de oplossing, juist de bron zijn van het probleem. Eigenlijk zijn er enkele gebieden die het bewijs vormen van bovengenoemd verschijnsel. Maar bij deze gelegenheid wil ik alleen één gebied aanstippen, namelijk dat de zakenwereld de denkwijze van het Bijbelse leiderschap adopteert, terwijl de kerken het verbannen, en dat is: “Het Dienend Leiderschap” of “Servant leaderschip”. Wanneer wij onze perikoop aandachtig lezen, in het bijzonder vers 45, dan zien wij dat de Heer Jezus heel duidelijk is in Zijn uitleg over dienend leiderschap. De essentie van een Christelijk leider ligt niet in zijn/haar functie, rang, titel of charisma, maar in zijn/of haar nederigheid, in navolging van de Heer Jezus die de voeten van Zijn leerlingen wast. Stel je voor, Jezus de Heer en Leraar is bereid met een doek de voeten van zijn leerlingen schoon te maken. Maar, deze bijbelse filosofie – een principe over leiderschap die Jezus zelf heeft onderwezen en model voor heeft gestaan – wordt vaak niet in de kerk toegepast. Daarentegen, in de zakenwereld, is na het verschijnen van het boek van Robert Greenleaf, een directielid bij het telecommunicatie bedrijf AT&T in de Verenigde Staten, die in 1977 een boek heeft geschreven getiteld “Servent Leadership”, is het concept van het leiderschap van Jezus langzaam aan geaccepteerd en wordt met enthousiasme toegepast. En wat gebeurt er? Het resultaat is verbluffend! Het jaarverslag van het blad Fortune van het jaar 2000 laat zien dat 3 van de 5 topbedrijven in de VS hebben de denkwijze van het dienende leiderschap toegepast als bedrijfsfilosofie, en als operationele grondslag voor hun bedrijf. Het is echt ironisch niet waar, een Bijbels concept dat wordt toegepast en ontplooit in de zakenwereld die vaak wordt beschouwd als niet koosjer! Terwijl in de kerk, een plaats van vrome mensen wordt dat concept regelmatig verwaarloosd. In het kader van deze coaching voor de nieuwe ouderlingen vandaag, wil ik ons allen vragen om opnieuw te leren en te verdiepen de denkwijze van het concept van dienend leiderschap. Met de hoop dat we deze denkwijze en concept kunnen laten gelden in onze gezamenlijke bediening in de GKIN gemeente.

Broeders en zusters, de Here Jezus leert ons dat een christelijk leider is een dienaar-leider. Het lijkt een tegenstelling. Is nou een leider een dienaar! Is het niet zo dat een leider moet worden bediend en niet bedienen? En hoe is het mogelijk dat we tegelijk een leider en een dienaar kunnen zijn? Laten we Marcus 9:35 observeren, in deze context ruziën de discipelen van de Here Jezus over wie het grootste onder hen is. Een beeld dat vaak gebeurt, niet waar? We willen graag de grootste, de geweldigste, de beroemdste worden. Maar hier leert de Here Jezus: ‘Wie de leider wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar’!

We moeten verder de verzen 43 en 44 van onze perikoop observeren. Nog niet lang na de gebeurtenis in Marcus 9, waar de discipelen ruziën over wie de grootste zal zijn. Nu vragen de discipelen zich opnieuw af over de mogelijkheid om een positie te bekleden bij een wisseling van de leider. Kunt u zich voorstellen, dit doen de discipelen van de Here Jezus, terwijl de Here Jezus er nog is! Wat zal Jezus erg bedroefd zijn!! Wat is het antwoord van de Here Jezus op het verzoek van Jacobus en Johannes? De Here Jezus gaat opnieuw uitleggen dat leiderschap een bediening inhoudt. Jezus heeft een concrete voorwaarde naar voren gebracht, “Wil je de grootste zijn dan moet je bedienen. Wil je de belangrijkste zijn, moet je dienaar worden.

Meestal hebben we de neiging om eenzijdig te zijn, de grotere neiging naar ‘willen’ maar we vergeten de kant van ‘moeten’. We hebben de neiging om groot te willen worden maar we zijn niet oprecht om tot ieders dienaar te willen zijn. Verder is in vers 45, vertelt de Here Jezus over zichzelf, “want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen”. Dit principe wordt niet begrepen door Johannes en Jacobus die naar de kroon verlangen maar het kruis willen vermijden, die de luister najagen, maar houden afstand van het lijden, die de ambitie hebben om heer te worden, maar het weigeren om als dienaar te worden gezien. Het leren van het principe van de Here Jezus, in het concept van dienaar leider moeten we niet gaan accentueren op de leider, maar de dienaar. Dus correcter is het geen leider die dient, maar dienaar die leidt. Omdat, is het niet zo dat we eerst dienaar van God zijn en dan pas geroepen om te leiden! Broeders en zusters laten we gezamenlijk observeren de relatie tussen leiden en bedienen: “Leiden is bedienen, maar bedienen is niet vanzelfsprekend leiden. Wie niet wil bedienen, mag niet en heeft geen recht om te leiden. Leider is een dienaar, maar dienaar is niet vanzelfsprekend leider. Wie niet genegen dienaar te willen worden is dat niet waardig om leider te worden.”

Een ware leider moet een mentale houding hebben van een bediende. Moet de motivatie hebben van een dienaar. Hij is een dienende leider en tevens een bediende die leidt. Iemand kan een dienende leider worden wanneer die persoon een hart heeft dat is bewogen uit oprechtheid om te dienen. De drang in het hart om te dienen ontstaat, omdat hij/zij het schuld besef heeft op de genade van de Heer dat op hem/haar rust. Broeders en zusters, vanuit het hart van een leider zal een schoonheid uitstralen met de karakteristiek van een nederig hart. Een heel belangrijke karakteristiek in het bedienen en het leiden van je naaste. Het gemist van nederig hart veroorzaakt vaak conflicten en scheuring met je naasten. Een betrouwbaar bewijs van nederig van hart is bedienen. Want door te dienen zoeken we niet naar eigen belang of zinloze zichzelf verheerlijking. Andersom, we plaatsen die ander op een vooraanstaande plaats dan onszelf. Maar wat is de echte betekenis van nederig van hart? Nederig van hart betekent niet onwaardig of minderwaardig te zijn. Charles Spurgeon een bekende prediker zegt dat nederig van hart is “to make a right estimate of oneself”. Een juiste inschatting maken ten opzichte van onszelf. Dit betekent dat nederig van hart is een juist besef van onze positie ten opzichte van de Heer. Wie zijn we in Zijn aanzien? Iemand die nederig van hart is, zegt niet dat hij geen competentie heeft en niet in staat is om dingen te doen (want dit zal de Heer, de Schepper beledigen). Iemand die nederig van hart is, is iemand die beweert dat alle competentie van de Heer afkomstig is en hij of zij is in staat om het te doen, omdat de Heer zelf die het mogelijk maakt. Zonder de Heer, is hij of zij niets. De mens is in wezen “niets” helemaal niets eruit te halen (is afkomstig van aarde en stof), vervolgens uit de “niets” situatie verandert tot iets door de Heer die “alles” is. Als wij mensen proberen om uit eigen kracht tot “iets” te zijn dan kan de Heer niet meer via ons werken. Want de Heer zal niet, en de mens is niet in staat om van “iets” tot “alles” te veranderen. Nederig van hart is inderdaad uniek. Op het moment dat we vinden dat we nederig van hart zijn, juist op dit moment verliezen we ons nederig van hart zijn. Dit is de paradox van nederig van hart. Nederig van hart is de enige eigenschap die we hebben zonder te voelen dat we die bezitten. Als we nederig willen zijn voor het aanzien van de Heer. Moeten we onze nederig van hart zijn echt gaan aantonen door nederig van hart te zijn voor ons mede mens in ons dagelijks leven.

C.S. Lewis heeft eens geschreven dat een Christen een belangrijke superioriteit heeft ten opzichte van andere mensen. Niet omdat een Christen beter is en vromer is, of de Heer meer lief heeft, maar omdat hij weet en begrijpt dat een Christen een zondig mens is die in een zondige wereld leeft. Hier zit onze superioriteit als Christenen. We zijn ons van bewust dat we in werkelijkheid zondaren zijn, verachtelijke mensen en is niet waardig tegenover de Heer. Dus, als we hier van bewust zijn, en we krijgen de kans om te bedienen en te leiden, dan is dat louter Gods genade. Juist daarom, gezag, macht, verantwoordelijkheid, rol, positie en faciliteit om te leiden die we bij de GKIN hebben, dit alles is een geschenk van God.