Pinksteroverdenking op 11 mei 2008

Schriftlezing: Handelingen 2: 1 - 4 en 32 - 42.

De komst van de Heilige Geest.
 
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’ Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.

Gemeente van Christus, Iemand zei: ‘Als je eenmaal in de keuken van de kerk hebt gekeken, wil je het eten niet meer hebben’. Hij had het gedaan, hij had gekeken in de keuken, en het had hem op zijn zachtst gezegd niet echt gemotiveerd om nou enthousiast te raken voor de kerk. Het was erg tegengevallen: zoveel geruzie, zoveel kleinsmenselijkheid, zulke lange tenen en zo veel gelijkhebberij. En hij hoefde het eten niet meer, hij ging zijn eigen weg, en hij was de enige niet. Er zijn nogal wat mensen die diep teleurgesteld raken in de kerk. Zelfs als ze een tijd lang in de kerkenraad gezeten hebben. Of …….. misschien wel juist dan?!En dan kunnen we het vandaag op Pinksteren best hebben over de gemeenschap van de Heilige Geest, maar is dat wel realistisch?

En inderdaad, gemeente, laten we vooral realistisch blijven. Vergeet even alle verhalen over warme en fijne geloofsgemeenschappen, ga alsjeblieft niet op zoek naar de ideale gemeente, want ik voorspel u bij dezen dat dat niet werkt en dat het altijd tegenvalt. En als je ooit in het ambt bevestigd wordt, denk dan vooral niet dat alles lief en leuk zal zijn want dat zal vast niet lukken, maar weet wel, vandaag, met Pinksteren: De Heilige Geest is de nuchterheid in eigen persoon. Hoe komen mensen er toch bij om het Pinksterfeest en de Heilige Geest en zo allemaal maar zweverig te vinden? Ik begrijp dat echt niet. Als er nou Iemand is die nuchter en zeer realistisch is, zich geen enkele illusie maakt en met twee benen op de grond staat, dan is het wel de Heilige Geest. En de kerk is de gemeenschap die door die nuchtere en realistische Geest gesticht is. Wat is nou eigenlijk een gemeenschap? Daar kun je een paar dingen over zeggen: Een gemeenschap wijst altijd boven zichzelf uit naar iets anders. Het is nooit een doel in zichzelf. Je kunt bij wijze van spreken niet de straat opgaan en tegen mensen zeggen: laat ons nu een gemeenschap vormen. Ze zouden je raar aankijken. Gemeenschap ontstaat daar waar je iets gezamenlijks hebt, buiten jezelf, waar je je samen op richt. Dezelfde hobby’s, dezelfde familieleden, dezelfde sport, dezelfde subcultuur, dezelfde leeftijd, dezelfde politieke overtuiging, dezelfde ideeën en idealen. En dat hebben we allemaal niet. We zijn elkaars familie niet, meestal niet, tenminste, we hebben niet dezelfde leeftijd, we denken zo ongeveer overal anders over, en we stemmen vast niet allemaal op dezelfde politieke partij. En toch, Pinksteren begint ermee dat mensen tezamen bijeen waren. De Geest vormt mensen tot een gemeenschap, verbindt ze aan elkaar. En de eerste gemeente bleef trouw in het onderwijs van de apostelen, en in de gemeenschap. Opvallend, want het waren mensen overal vandaan. Verschillende culturen en ideeën. Mensen die niet zoveel met elkaar hadden. En toch gemeenschap. Dan moet er iets zijn wat hen tot die gemeenschap maakt. Een band die hen samenbindt, een heel sterke band, want zo’n zootje ongeregeld, dat houd je niet zomaar bij elkaar.

De christelijke gemeente is de enige gemeenschap waar mensen elkaar vinden, niet op grond van hun kwaliteiten, we horen bij elkaar omdat we samen ergens goed in zijn; niet op grond van hun mooie kant, we horen bij elkaar omdat we elkaar aardig vinden, maar op grond van hun minkant. De christelijke gemeenschap begint bij de crisis van berouw en bekering. Vs.38. Keer je af en laat je dopen om vergeving te krijgen van je zonden, en je zult de Heilige Geest ontvangen. De gemeente is een club van mensen die de doop nodig hebben tot vergeving van zonden. En daarmee zeg je iets over jezelf. En dat weet je van elkaar. ’t Is niet zo best met jou. Nee, met mij ook niet. Ik moest het oude leven achter me laten, ik moest sterven aan mezelf, anders is er geen redden meer aan; die kale kille werkelijkheid van ons bestaan die wordt door de Geest grondig serieus genomen. Daar zet die gemeenschap nou net in. Dat is het en dat maakt de gemeente heel anders dan welke gemeenschap ook. Kritisch, maar als je er goed over nadenkt ook heel bevrijdend. De gemeente is één van de weinige plekken waar je je nou eens een keer niet beter voor hoeft te doen dan je bent, waar je juist als zondaar serieus wordt genomen. Aanvaard wordt, daar waar je nou net moet zeggen: het is niet goed. Daar begint de Geest ons aan te grijpen en te aanvaarden. Rechtvaardiging van de goddeloze. Kruisvorm van het geloof, daar waar ik te kijk sta als vijand van God, daar zegt de Geest: je bent Gods kind! Daar waar ik mijn failissement moet constateren, daar maakt Hij ons rijk, daar wordt de overvloed over ons uitgestort. Daar, en nergens anders. Een collega van mij dacht dat hij iedereen in zijn gemeente sympathiek moest vinden. En dat viel hem niet mee. Hij werd er eigenlijk doodmoe van want hij had het niet zo best getroffen; hij werkte in een gemeente waar niet iedereen even aardig was, en zo af en toe kwam hij wel eens een onsympathiek mens tegen, en die moest-ie dan aardig vinden, en dat lukte niet zo best. En ik ben er pas uitgekomen, zei hij, toen ik eindelijk doorkreeg dat dat niet hoefde. Dat ik mezelf overvroeg. Dat het niet nodig is dat ik iedereen aardig vind en dat iedereen het met me eens is. Want wij zijn geen gelijkgezinden, wij zijn gelijkbeminden. Mensen waar van alles aan mankeert, maar die met elkaar leven mogen in de ruimte van Gods liefde en vergeving. En daarom wordt die gemeenschap bij uitstek zichtbaar in het breken van het brood en in de gebeden. De gemeente is de gemeenschap waar je binnenkomt door de crisis van berouw en bekering. Daar is de gemeenschap, niet dierbaar en klef, maar nuchter en waarachtig, daar waar wij horen: dit is mijn lichaam gebroken voor jou, en dit is mijn bloed, vergoten tot verzoening van de zonden. En zo alleen kunnen wij volharden in de gemeenschap, als wij in de schaduw van de vergeving leven, anders houden we het nog geen dag met elkaar uit.

Het is dan ook niet voor niets dat in de geloofsbelijdenis staat: Ik geloof in de Heilige Geest, en in één adem erachteraan komt dan: ik geloof één heilige algemene christelijke kerk, dat is: de gemeenschap der heiligen, èn ik geloof de vergeving der zonden. Geest, gemeenschap en vergeving, dat hoort bij elkaar. Zonder de Geest en de vergeving komt er van die gemeenschap niets terecht. Zonder de Heilige Geest blijven we steken in onze ruzies en conflicten waarvan niemand meer weet waar het ook al weer precies over ging. Ik kom de heilige Geest niet alleen daar tegen waar je, al of niet met je handen omhoog de Heer uitbundig prijst. Heerlijk om te doen, daar niet van, goeie band erbij, prima. Maar het wordt pas echt spannend, als je heel andere dingen meemaakt. Als je bijvoorbeeld jarenlang ouderling of diaken bent geweest, en je hebt in de keuken van de kerk gekeken als weinig anderen. En je hebt daar dingen gezien waarvan je met recht en reden zeggen moet: dat wil jij echt niet weten! En je hebt dan het geloof behouden, dat is de Heilige Geest. Want de vrucht van de Geest, waar heb je die voor nodig? Waar heb je nou zachtmoedigheid en geduld en zelfbeheersing nodig, dat je niet ontploft bij de eerste bocht? Bij uitstek in de kerk, in die gemeenschap. Daar heb je de Geest nodig die weet hoe wij zijn en die je daarin nabij is en vrucht geeft: liefde, blijdschap vrede, vrucht van de Geest die daar nou net, in al zijn nuchterheid op onze weerbarstige praktijk berekend is. Die Geest is over ons uitgestort op het Pinksterfeest; het is de Geest uit de hoge, geschenk van God. Het is, zegt psalm 133, als de olie op het hoofd van Aaron, de hogepriester, die naar beneden druipt tot aan de zoom van zijn kleren. Van boven naar beneden. Het is als de dauw, die de berg Hermon bedekt en van daar afdaalt naar die lagere berg Sion. Van boven naar beneden. Wij bedenken het niet, maar het wordt ons als geschenk gegeven. Daar gebiedt de Heer de zegen en het leven tot in eeuwigheid. Geest is als olie, die ons hart zacht maakt voor elkaar. Geest is als dauw die verfrist, en ik kijk je anders aan. Wij zijn geen gelijkgezinden, wij zijn gelijkbeminden.

En straks, als u de kerk uitgaat, dan krijgt u de zegen mee, en dan zeg ik die bijbelwoorden: de genade van onze Heer Jezus Christus, en de liefde van God de Vader, en de gemeenschap van de Heilige Geest, met u allen. En het is niet voor niks dat die belofte van de gemeenschap van de Heilige Geest ons gegeven wordt als we uit de kerk het gewone leven weer ingaan. De Heilige Geest die zorgt ervoor dat ons gewone leven past bij de genade van onze Heer Jezus Christus en bij de liefde van God de Vader. Ik geloof, ik maak me geen enkele illusie, maar ik geloof, in alle nuchterheid, in de Heilige Geest, en ik geloof de kerk, de gemeenschap der heiligen, en ik geloof de vergeving der zonden.

Amen.