Rijswijk, 3 augustus 2008
 
Broeders en zusters die door Jezus Christus geliefd zijn.
Heeft u ooit een tekening gezien van twee gevouwen handen, naar boven gericht in biddende houding? Misschien hebben de meeste van ons dit gezien. Dit kunstwerk, dat “Biddende Handen” als naam krijgt, is een creatie van Albrecht (Albert) Durer, een bekende schilder en beeldhouwer uit Duitsland. Wat ons aandacht trekt is dat deze creatie ontstaan was uit een waargebeurd verhaal over ware vriendschap tussen twee jonge mensen, te weten Albert Durer en zijn vriend, Hans.
Deze twee jonge mensen, Albert en Hans, willen graag naar een school voor kunst en beeldhouwen gaan. Een richting die gewild is in die tijd. Het probleem is dat zij niet genoeg geld hebben. Maar hun wil om te studeren is buitengewoon. In deze moeilijke situatie heeft Hans een idee. Wat dan als we om de beurten studeren. Jij gaat naar school en ik werk om jouw studie te bekostigen. Straks als je klaar met je school bent, een schilder is geworden en geld verdient, kan dit geld gebruikt worden om mijn studie te bekostigen.
Deze twee jonge mensen zijn blij met dit idee. Albert geeft zich onmiddelijk aan om als eerste te werken. Maar Hans zegt: “Nee, laat mij maar eerst werken. Jij gaat naar school”. Uiteindelijk gaat Albert naar school voor schilderkunst en beeldhouwen. Ondertussen werkt zijn vriend, Hans, als bouwvakker. Deze situatie bestaat voor een aantal jaren totdat er een moment komt dat Albert zijn school afgemaakt heeft.
Met veel enthousiasme gaat Albert naar het huis van Hans om dit blijde bericht te melden. Wanneer hij bij Hans’ huis aankomt en meerdere keren aan de deur klopt komt er geen reactie. Albert kijkt vervolgens door het raam. Wat ziet hij? Hans is aan het knielen. Zijn handen zijn gevouwen en naar boven gericht. Hans bidt met tranen, “O Heer, mijn handen zijn oud, stijf en ruw geworden. Ze kunnen niet meer gebruikt worden om te schilderen. Laat Albert maar een schilder worden.”

Wat gebeurt er met Hans’ handen? Werken als bouwvakker maken de handen van Hans stijf en ruw. Hierdoor kan hij geen schilder worden. Hij is bereid om zich te offeren voor het succes van zijn vriend. Het offer dat Hans aan Albert geeft, kan Albert uiteraard het hele leven niet vergeten. En, om deze mooie herinnering over het offer zijn vriend te vereeuwigen, maakt Albert een schilderij en een beeld, die de naam “Biddende Handen” krijgen.

Broeders en zusters die door Jezus Christus geliefd zijn, het waargebeurde verhaal over de ware vriendschap tussen Albert en Hans, worden wellicht zelden gevonden in ons tegenwoordig leven. Want ons leven neigt eerder om aan zichzelf te denken dan aan het bestaan van de medemens.
Er is een artikel dat beschrijf een vriend als een gevaarlijk wezen. De ironie is, hoewel er steeds meer behoefte is aan ware vriendschap en steeds meer literatuur bestaat over vriendschap, dat volgens dit artikel we bijna de betekenis van de ware vriendschap verliezen als een significante dimentie van het mensenleven in deze wereld.
Broeders en zusters, als we de Griekse cultuur bestuderen, krijgt vriendschap een belangrijke plaats in de denkwijze van de Griekse filosofen. Volgens een bekende Griekse filosoof, Aristoteles, zijn er minstens 3 soorten vriendschappen:
Ten eerste, is een vriendschap die “benevolentia” genoemd wordt. Deze vriendschap is gebaseerd op het elkaars tevreden stellen en vraagt iets goeds van beide kanten. Het principe is dat als je goed voor me bent dan ben ik ook voor je; als je iets aan mij geeft dan geef ik ook iets terug; als je eerlijk tegen mij bent dan ben ik ook tegen je. Zulke vriendschap vervaagt makkelijk en is zelfs makkelijk verbroken. Waarom? Omdat als één voelt dat zijn/haar vriend niet meer goed voor hem/haar doet of niet meer eerlijk is of niet meer naar elkaars tevredenheid kan zijn dan ontstaat er een afstand tussen hun relatie. Zelfs kunnen ze elkaars vijanden worden.
De tweede wordt “concupiscentia” genoemd. Dit is een vriendschap die gebaseerd is op de winst die men van een kant kan verwachten. Als er een behoefte is of iemand iets van ons nodig heeft dan wil de persoon een vriendschap met ons sluiten. Maar als de persoon geen voordeel of geen enkel effect van de vriendschap ziet dan zal hij/zij niet meer om ons bekommeren. Misschien worden we niet meer herkend. Als wij een positie of geld hebben zullen er veel mensen met ons een vriendschap willen sluiten. Maar als we niets hebben of als we “gevallen” zijn of een moeilijke periode doormaken, zijn er mensen die een vriendschap met ons willen sluiten? Het is hiervoor een Engelse uitdrukking, “A friend in need is a friend indeed”.
Broeders en zusters, beide soorten vriendschappen, zoals bovengenoemd, zijn vaak te zien in de relatie tussen de christenen en hun Heer. Er is een christen die de eerste soort vriendschap onderhoudt met de Heer. Die is trouw aan de Heer, komt regelmatig naar de kerk en geeft offerande als deze persoon voelt dat de Heer goed voor hem/haar zorgt en eerlijk tegenover hem/haar is. Hij/zij voelt zich gezegend. Maar, als hij/zij voelt dat de Heer niet meer goed voor hem/haar zorgt en niet meer eerlijk is, vooral als een moeilijke periode komt, die hij/zij niet gewild heeft, dan raakt hij/zij teleurgesteld en wordt kwaad tegen de Heer. Vervolgens rent hij/zij van de Heer weg en komt niet meer naar de kerk!
Er is ook een relatie tussen christenen en de Heer die onder de tweede soort valt. Hij/zij wil christen worden en Christus volgen, omdat hij/zij hoopt dat zijn/haar levensloop rimpellos verloopt, succesvol en gezegend is met overvloedigheid. Maar als deze persoon voelt dat hij/zij niets krijgt, vooral als een tegenslag moet verwerken, moeilijke periode of de bitterheid van het leven ervaart, dan zal hij/zij de heer verlaten en naar een andere God zoeken, die wel kan geven hetgeen wat hij/zij verlangt.
Broeders en zuster, welke vriendschap bedoelt Aristoteles, die als derde “Amicitia” genoemd wordt? Amicitia is een vriendschap die gebaseerd is op ware liefde om goedheid, waarheid en schoonheid te bewerkstelligen voor beide partijen. Een vriendschap die eerlijk en zonder consequentie is zowel in goede- en kwade dagen. Het derde soort van vriendschap is, volgens Aristoteles, nodig voor het leven van de mensen in deze wereld, die een moraal hebben.
Broeders en zusters die door Jezus Christus geliefd zijn, pratende over vriendschap, herinner ik me een verhaal over een vriendschap tussen een professor in nucleair vakgebied en zijn chauffeur, genaamd Pak Mamat. Hoewel er veel verschillen zijn tussen hen: sociale status, geloof, ras en opleiding, kunnen ze een vriendschap voor tientallen jaren sluiten. Hun relatie is dicht en vertrouwd. Ze delen elkaars goede- en slechte dagen. Ze kennen elkaars gewoonte en karakter.
Op een dag wil de professor een bijzonder kado aan Pak Mamat geven, die al voor tientallen jaren zijn chauffeur is. Dan vraagt de professor: “Mat, ik wil je iets geven als waardering van onze vriendschap. Wat heb jij nodig? Huis, motor, start modaal of wat? Laat me weten”. Maar Pak Mamat slaat op zachte wijze het aanbod van zijn baas af. Maar hij verzamelt zijn moed om iets anders van zijn baas te vragen. “Mijnheer, ik werk al tientallen jaren voor u als chauffeur en brengt u overal heen waar u moet zijn en lezingen geeft. Ik heb 1 wens. Ik wil graag voelen hoe het is om professor te zijn. Vindt u ‘t goed als ik de professor word en u mijn chauffeur?” De professor raakt in verwarring en weet niet hoe om te gaan met het verzoek van zijn chauffeur. “Mat, bedoel je, jij wordt ik en ik jij?” “Ja mijnheer, als het mag, 1 dag maar.”
OK, als dit jouw wens is. Morgen vervang je mijn taken als professor en ik zal jouw chauffeur worden. Toevallig moet ik een lezing geven over nucleair. Goed, vervang je mij morgen?” ”Ja mijnheer, wees niet onbezorgd, ik weet de materialen van uw lezing uit mijn hoofd.” De volgende dag komt Pak Mamat met een das die hij van zijn baas heeft geleend, ook met zijn werktas. Hij kan goed de lezing geven, zelfs met de stijl van zijn baas.
Na de lezing geven de deelnemers Pak Mamat een luid applaus. In zijn hart denkt hij, het is lekker om professor te worden en applaus van vele mensen te ontvangen. Maar niet lang daarna, schrikt Pak Mamat, want de moderator zegt dat er nu tijd is voor vraag en antwoord sessie met de deelnemers van de lezing. Zijn hart begint te bonzen want dit is buiten de scenario. Pak Mamat wordt gespannen en bang als hij de vraag niet kan beantwoorden. Hij wordt gerustgesteld omdat er geen vragen komen. Maar plotseling steekt een man zijn hand en vraagt, “Uw lezing is erg goed, maar wilt u toch aan mij nogmaals uitleggen wat bedoelt u met nucleair?”

Luisteren naar deze vraag wordt hij een beetje zennuwachtig en begint zijn koude zweet te druppelen, omdat hij het antwoord werkelijk niet weet, maar hij probeert toch zichzelf in bedwang te houden. Vervolgens zegt hij, “Uw vraag daarnet, wat wordt met nucleair bedoeld? O, dat is een makkelijke vraag. Mijn chauffeur die achter in de zaal zit kan het antwoord geven. Probeer deze vraag te beantwoorden, chauffeur”. Heel vlot geeft de chauffeur, die eigenlijk zijn baas is, een duidelijke uitleg wat nucleair is. De deelnemers geven applaus vol verwondering, want de chauffeur van de professor blijkt een inteligente persoon te zijn.

Broeders en zusters die door Jezus Christus geliefd zijn, dat verhaal is geen waargebeurd verhaal. In deze tijd is er geen professor die chauffeur wil worden. Onmogelijk! Maar, broeders en zusters, in de bijbel, in het bijzonder uit onze pericoop Johannes 15: 9-17, is er iemand die meer doet dan de professor in dit verhaal en dat is God via Jezus Christus, die Zijn leerlingen en Zijn volgelingen een vriend noemt. In vers 15 wordt gezegd, “Ik noem jullie geen slaven meer; vrienden noem ik jullie...” Dit is buitengewoon. Dit wordt niet door een professor gezegd, maar door God die ons schiep.

We zien hier hoe Jezus paradigma van de relatie tussen Hem en Zijn volgelingen veranderd heeft. Van paradigma top-down (God-volgelingen) wordt het vriendschap. Als een vriend heeft Jezus Christus Zijn grote liefde laten zien jegens ons als Zijn volgelingen. Hij laat niet alleen Zijn troon achter om in deze wereld te komen en het lijden van de mensen te voelen, maar hij heeft zich zijn leven opgeofferd als losgeld voor onze zonden, mensen die niet waardig en verachtelijk zijn.
Nu, wat kunnen we doen nadat we vriend zijn worden van Jezus? Let op vers 17, “Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.” Jezus wil dat wij, als Zijn vrienden, in Zijn liefde leven en deze liefde met onze medemens delen en in de praktijk brengen. Wie de anderen ook mogen zijn, moeten we hen liefhebben, inclusief degenen die ons niet mogen en zelfs onze vijanden.
Een leven vol liefde hoort eigenlijk de karakteristiek te zijn van ons leven als de volgelingen en de vrienden van Christus. Maar in de werkelijkheid, vaak, is Gods liefde, een liefde die eerlijk en zonder consequentie is, die een basis vormt voor een ware vriendschap, juist niet gevoeld wordt onder ons als mede gelovigen.
Veel conflicten en vijandigheid gebeuren, omdat wij paradigma Top-Down praktiseren (baas en ondergeschikte) tussen echtgenoot-echtgenote, werkgever-werknemer, kerkenraad en commissie of gemeente, tussen de gemeenteleden etc. Met paradigma top-down kunnen mensen makkelijk op de teen getrapt worden en voelen ze zich niet eerlijk behandeld worden.
Laten we leren van de paradigma die Jezus Christus ons leert en dat is vriendschap. Zien en behandelen onze medemens als onze vriend. Wij praktiseren Gods liefde om goedheid, waarheid en schoonheid voor onze medemens te bewerkstelligen. Moge Gods boodschap ons allen zegenen.
 
AMEN.