Rijswijk, 17 augustus 2008

Schriftlezing: Mattheus 15: 21 - 28

Gemeente van onze Heer Jezus Christus!

In deze lezing komt wel een heel ander beeld van Jezus naar voren. Een beeld dat helemaal niet past in wat wij gewoon van Jezus hebben: Hij is er toch voor iedereen! Waarom lezen wij dan in vers 24: ‘Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen tot het huis van Israel.’ En even verderop lezen wij in, wanneer de Kananese vrouw zich bij Hem blijft aandringen: ‘Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen.’ Wat een diepe belediging voor die vrouw, zij wordt door Jezus vergeleken met een hond. Nee, zo’n beeld van Jezus komt ons zeer vreemd voor!

Wij lezen de tekst: En Jezus ging vandaar en trok zich terug naar de omgeving van Tyrus en Sidon. ‘Tyrus en Sidon’ dat is buiten Israel. Jezus was niet vaak buiten Israel. Wel in onze lezing. En daar in dat buitenlandse was zijn Naam kennelijk ook gevestigd, want een Kananese vrouw liep achter Hem en zijn leerlingen aan en riep: ‘Heb medelijden met mij Here, Zoon van David, mijn dochter is deerlijk bezeten.’ Deze buitenlandse vrouw, deze niet-joodse weet wie Jezus is: Hij is de Here, de Zoon van David, de grote koning van Israel. Hij is de Messias. Dat is nog wat anders dan de schriftgeleerden. Die zien Jezus niet als de Heer, als de Messias. Wat zitten de Bijbelverhalen toch vol met verrassingen met onverwachte dingen, met zaken die tegen onze logica ingaan. Deze vreemde vrouw kwam bij Jezus vanwege haar zieke dochter. Haar liefde voor haar dochter zorgde ervoor dat zij naar Jezus toeging. De liefde was haar drijfveer. Zij weet bij Jezus is genezing. Die liefde bracht haar in beweging. Haar dochter kon zij niet in deze zieke toestand laten. Ieder mens, die een zieke leefheeft, zet zich voor die geliefde in. Dat is normaal als je iemand liefhebt. Dát is de kracht van de liefde.

Maar Jezus gaat niet in op wat de vrouw zei. Zijn leerlingen dringen bij Hem aan, haar weg te zenden. Zij blijft maar na roepen en blijft hen maar volgen. Ze irriteert de leerlingen met haar gezeur en geschreeuw, waar je niks voor koopt: ‘Zend haar toch weg Heer. Dat zijn we van dat gezeur af.’ ‘Ik ben slechts gekomen voor de verloren schapen van het huis van Israel’. Zo die zit. Jezus is niet gekomen voor de Amerikaan, voor de Nederlander, voor de Indonesier. Nee, Hij is gekomen voor de verloren schapen van het huis van Israel.
Maar deze vrouw liet zich niet uit veld slaan. Haar liefde voor haar dochter is daarvoor te groot en te diep: ‘Here, help mij,’ zei ze. Jezus antwoordde: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het de honden voor te werpen.’ Een diepe belediging treft haar. Ze wordt op één lijn gesteld met een hond. Maar ook deze sneer kon niet op tegen de diepe liefde die zij koesterde. Sterker nog, de liefde gaf haar zoveel wijsheid dat zij de Heer onmiddellijk van repliek diende: ‘Zeker Heer, ook de honden eten immers van de kruimels, die van de tafels van hun meesters vallen.’

Wat prachtig waartoe liefde in staat is. Zij geeft je doorzettingsvermogen. Zij geeft je wijsheid. Zij geeft je hoop. Zij geeft je geloof, zij geeft je vertrouwen. Zij geeft je leven. Immers, de liefde tussen man en vrouw laat zich zien in de vruchten, namelijk de kinderen. De liefde brengt mensen tezamen. Ze schept harmonie en gemeenschap. Zij geeft genezing. Zij geeft verzoening. Zij schenkt vergeving. De liefde is in de Bijbel Godzelf. En hoor wat Jezus hierop zegt: ‘O, vrouw groot is uw geloof, u geschiede gelijk gij wenst!’ En haar dochter is genezen van dat ogenblik af.

Zo is deze niet-joodse vrouw toch een kind van het huis van Israel, omdat haar geloof gegrond is op liefde die God is. Kennelijk is dit de norm om te behoren tot de kinderen van het huis van Israel. Moge die liefdevolle Geest over ons allen komen en moge wij uit alle liefde zeggen: geprezen zij de Heer.

Amen!