Preek Landelijke Jongerendienst GKIN in Tilburg

I Korintiërs 12:18-27

Wat kan mensen samen binden? Toen ik op de middelbare school zat, was de band in onze klas niet sterk. Er was veel groepsvorming. Maar op een dag veranderde dat totaal. Hoe kwam dat? Er was een heftige ruzie tussen een jongen van onze klas en een jongen van een andere klas. De jongen van de andere klas was groter. Toen de jongen van onze klas ging vertellen over de slechte dingen van die andere jongen, stonden we helemaal achter hem. “Ja, je hebt gelijk! Je bent sterker dan hij. Kom op!”, riep iedereen. Je noemt dit: met elkaar verbonden door een gezamenlijke vijand. Maar dit gebeurt niet alleen bij jongeren. Nee. Ook onder volwassenen komt dit niet zelden voor. Kijk maar bijvoorbeeld naar de politiek. Heb je ooit gezien hoe verschillende oppositie partijen, die eigenlijk niet van elkaar willen weten, plotseling elkaar steunen omdat ze een gezamenlijke vijand hebben, namelijk: het kabinet. Als er verbondenheid is, die ontstaan is door een gezamenlijke vijand, zal die meestal niet lang bestaan. Als de vijand er niet meer is, gaan ze weer uit elkaar! Ieder gaat verder op zijn eigen weg.

Vandaag spreken we over verbondenheid! Maar, een heel ander soort dan wat ik eerst genoemd heb. Wij hebben het hier over de verbondenheid van een lichaam. Een lichaam bestaat uit veel delen. Al die delen zijn niet los van elkaar. Al die delen zijn verbonden met elkaar (connected). Met het lichaam bedoelt Paulus hier: het lichaam van Christus, de kerk! Het is belangrijk om te beseffen dat een kerk geen vereniging is. In een vereniging worden mensen samengebonden vanwege gezamenlijke interesses, belangen of hobby. Een kerk is het lichaam van Christus. Dat wil zeggen: wij zijn samengebonden door de Here Jezus! You are connected! Als wij in de Here Jezus geloven en Hem aanvaarden als Heer en Verlosser, woont de Heilige Geest in ons. Wij hebben allemaal dezelfde Geest. Dat is wat ons samenbindt.
Wat hebben wij net een mooi drama gezien van de jongeren (zie de opname in de rubriek Video).

In één hand is er veel verscheidenheid. Kijk maar naar je vingers. Geen één heeft dezelfde maat. Ieder is bijzonder. Ieder heeft zijn eigen plaats. Paulus zegt in vers 18: “God heeft nu eenmaal alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde”. Waar ligt de nadruk van deze tekst? God! Het feit dat ieder lid een eigen plaats heeft in het lichaam, komt niet door toeval, komt ook niet door zijn eigen wil. Nee, God zelf heeft dat bedacht. God heeft die plaats aan ieder deel gegeven.

Wat is het toch heftig om te zien hoe 5 vingers van eenzelfde hand met elkaar vechten. Dat heeft natuurlijk invloed op het hele lichaam. De ruzie tussen 5 vingers in het drama laat ons zien hoe de situatie in de gemeente van Korinthe is. Er waren spanningen in de gemeente, omdat sommige mensen hun gaven belangrijker vonden dan de ander. Ze zagen elkaar als concurrent, en niet als broeders en zusters, een grote familie van Christus. Er heerste superioriteitsgevoel en minderwaardigheidsgevoel. Er was zelfgerichtheid. Het “IK” regeerde! “Ik ben beter, sterker, belangrijker, hoger dan jij. Ik red het wel zonder jou. Ik heb je niet nodig”.

Na de opdracht van de engel zien alle vingers in ons drama pas dat ze elkaar nodig hebben. Ze zijn verbonden met elkaar. “You’re connected! Ze zijn niet onafhankelijk van elkaar. Integendeel: ze zijn als onderdeel van een lichaam onderling afhankelijk. Dat is wat Paulus in vers 20 tegen de gemeente zegt: “Het is juist zo dat er een groot aantal delen is en dat die met elkaar (connected) één lichaam vormt’. In de verbondenheid met elkaar kunnen we pas functioneren.

Één enkele vinger kan zeer weinig doen. Maar, samen met elkaar kunnen ze veel bereiken!
Wat kunnen we met handen doen? Een heleboel. Zal ik wat noemen? Plastiek tas pakken (net als in het drama). Wat nog meer?
Met handen kunnen we dingen doen: werken, typen, bowlen (na de jongerendienst gaan de jongeren samen bowlen), lekkere chocolade cake bakken.
Met handen kunnen we muziek spelen. Ik zie dat handen een goede vergelijking zijn voor jongeren. Weet je waarom? Handen zijn zo vrij. Ze kunnen haast niet stil zijn. Beweeglijk. Enthousiast. Misschien omdat handen veel zon krijgen. Zo zie ik ook jongeren. Actief en enthousiast. Als het gaat om muziek spelen, dan is het zeer begrijpelijk dat de jongeren van een ander soort muziek houden dan ouderen. Bij ons thuis zie ik het ook. De laatste tijd houdt Samuël van rap muziek. David houdt van zo’n muziekje die wij van Happy Meal krijgen. Ik hou meer van rustige muziek. Het liefst klassiek. Hoe zie ik de muziekkeuze van mijn kinderen? Als het gaat om hun muziekkeuze zeg ik niet: mijn kinderen zijn onder invloed van Ali B of K-3. Ik zie mijn kinderen als deel van mijn gezin. Wij zijn één. Hun muziekkeuze hoort bij hun ontwikkeling en belevingswereld. Hun inbreng thuis is welkom. Ik begin nu van hun muziek te genieten. Wij moeten wel goed afspreken met elkaar. Als ik slaap, moeten ze maar niet rappen … Jongeren houden van nieuwe liederen. Dat zien we bijvoorbeeld in de Opwekkingsliederen die wij nu zingen. Voor jongeren is de melodie van een lied erg belangrijk. Met zingen geven jongeren graag hun expressie. Ja, zo zijn handen: enthousiast!

God vraagt de handen niet alleen om samen dingen te doen voor je eigen lichaam: voor de gezelligheid of voor je eigen welzijn. Nee. Wanneer God ons een plekje geeft, wanneer God ons met elkaar bindt, roept Hij ons voor een groter doel: om Hem en onze naaste te dienen.
Met handen kunnen we mensen helpen: mensen vasthouden, mensen tillen die gevallen zijn, eten geven aan de behoeftige, enz.
Met handen kunnen we de anderen aanmoedigen en appreciëren (door handen klappen!). Wij kunnen de anderen stimuleren. Bijvoorbeeld: door iemand op de schouder kloppen. In bepaalde moeilijke momenten in iemands leven, kunnen we soms geen woorden zeggen. Handen kunnen wel mee leven en troost geven (door te aaien, te strijken).

En nog iets belangrijks. In de drukte van het leven (dingen doen), omhelzen de handen elkaar. Wat doen ze? Die gevouwen handen, samen met dichte ogen verbindt ons met een andere connectie: het contact met de levende God. Dat is bidden, communicatie met onze Schepper door Jezus, onze Redder. You’re connected!

Wat is dat toch fijn om te zien hoe jongeren van GKIN van verschillende regio’s met elkaar verbonden zijn. Een band moet steeds bewerkt worden, zodat die kan groeien. Dat is een proces. Ik denk met blijdschap terug aan de jongeren bijbelkamp, in 2004 en 2006, en aan twee Sportdagen. En vandaag houden we voor het eerst een landelijke jongerendienst, een dienst die georganiseerd wordt door jongeren. En wie weet dat er later een andere bijzondere band ontstaat. Ik bedoel: verkering en trouwen… Dat is toch fijn om te bedenken. Niet waar?

Terug naar ons thema: You’re connected. Wat bindt ons samen? Dezelfde Geest, de Heilige Geest. Wat ons samenbindt is groter dan alle verscheidenheid. Zo mogen we weten dat wij als een lichaam, een gemeente met elkaar verbonden zijn: handen, voeten, en alle organen. Jongeren, kinderen, volwassenen, ouderen.
You’re connected. Met welk doel? Niet zozeer voor de gezelligheid, maar voor een groter doel: Gods liefdevolle doel voor deze wereld!

You’re connected. Are you connected? Amen.