Jongerendienst, GKIN Tilburg, 8 november 2009

Psalm 133:1-3

“We hebben allemaal wat. We zijn allemaal raar,en toch zijn we broertjes en zusjes. We hebben allemaal wat, we zijn allemaal raar,
en toch houden we van elkaar.”’

Dit is een versje uit een kinderlied van Elly en Rikkert. Dat laat ons zien dat ieder van ons uniek is. Ieder heeft een aparte eigenschap. We hebben allemaal wat. We zijn allemaal raar. Wij kunnen zeggen dat er bijna altijd iets is in elk persoon waarin de andere niet zo leuk vindt, vooral als we die persoon door en door kennen. Dat gebeurt vooral zeker in het gezin. Weet je welk kind nooit ruzie heeft met de broer of zus? Het enige kind!

In het dramastuk zien we een verhaal van dagelijks leven. Dat gebeurt bij veel gezinnen. Broer en zus spelen samen voetbal. De een schiet de bal altijd kei hard. Zij wil laten zien dat zij de beste is, het geweldigste. De ander vindt het vervelend. En dan hebben ze ruzie met elkaar.

Vandaag gaan we het hebben over Gods grote gezin. Wie God als Vader heeft door Jezus Zijn Zoon, wordt gebracht naar Gods gezin, Zijn kerk en samen met andere gelovigen zijn ze broeders en zusters. Broeders en zusters kies je niet. Zij worden aan je gegeven. We hebben allemaal wat … Dat geldt ook in de kerk. Je hoort wel eens: “Daar heb je hem. Hij is altijd overal tegen. Zelfs voordat je iets zegt, zegt hij al: Nee!” “En daar heb je haar. Zij vindt dat alles veranderen moet.” Dat versje zegt: en toch zijn we broertjes en zusjes, en toch houden we van elkaar. Weet je wat mooi is van het dramastuk? Dat we van fouten iets kunnen leren. In het dramastuk zeggen de ouders niet alleen dat ze geen ruzie mogen maken (dat is passief), maar dat ze van elkaar moeten houden (dat is actief). Ja, wij zijn kleine mensjes. Samen zijn we kinderen van de grote Vader. Wij horen bij Gods grote gezin (family of God).

Psalm 133 bezingt over de broederlijke gemeenschap. Geen spoor van somberheid maar voluit positief. “Wat mooi … Kijk eens hoe goed…”
Gods grote gezin is: kostbaar, vruchtbaar, leefbaar.

1. Kostbaar.
Kunt je tegen de broeder/zuster naast je zeggen: “Wat mooi, wat goed om jou te zien, wat goed om hier samen te zijn en samen de Here te dienen” “Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!”. Weet je dat het niet alleen goed is voor ons, maar vooral in Gods ogen, als broeders en (natuurlijk ook) zusters bijeen te wonen.

Wonen betekent niet alleen samen in één huis leven. Er zijn gezinnen die in hetzelfde huis leven, maar ze leven zonder band, zonder liefde, zonder werkelijke communicatie. Wonen staat voor een werkelijke leefgemeenschap, waarin de mensen echt met elkaar omgaan. Samen leven, samen zitten, samen praten, samen plezier hebben. Samen delen in vreugde en verdriet. Samen werken, samen rusten, samen vrede hebben. Samen de HERE dienen als één familie. De band onderling als broeders en zusters gaat alle verschillen (bijv. meningen, eigenschappen, enz) te boven.

“Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!” Fantastisch! Mooi! Om God de Vader uitbundig voor te danken. Dat samen wonen als één familie is ontzettend veel waard. Hoe kostbaar het is, maakt de psalm duidelijk met het beeld van de zalfolie op het hoofd van Aäron, de hogepriester.

“Goed als olie (NBG 51: kostelijke olie) op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad”.

Die zalfolie was niet de gewone olie in de keuken om pisang goreng of kerupuk te bakken. Ook geen olie voor massage (geen minyak angin, minyak tawon, minyak gosok). Nee, dit was heilige zalfolie. Van een heel speciaal recept, dat nergens anders voor gebruikt mocht worden. Dat heeft de HERE zelf zo bepaald (Exodus 30:22-33). Heilige zalfolie, de olie van de HERE. Daarmee werd de tabernakel ingewijd (de tent van de samenkomst die de Israëlieten gebruikten voor de eredienst aan God tijdens de woestijnreis). Daarmee werd Aäron gezalfd. Zeer kostbaar is het dus.

De dichter van Psalm 133 ziet voor zijn geestelijke ogen hoe die olie op Aärons hoofd is uitgegoten. En dat wordt ook gebruikt bij het aantreden van een nieuwe hogepriester. Hij ziet de olie van het priesterhoofd afdruipen in de lange baard van Aäron. En die baard golft op zijn beurt weer neer op de boord van de efod, de schitterende priestermantel.
Twee keer die beweging van het neerdalen, neervloeien en neergolven. En in vers 3 straks nog een keer. Die kostelijke olie komt dus van boven. Geestelijk gezien bij God vandaan. Hij vervult de priester met zijn Heilige Geest en maakt dat zichtbaar door de heilige olie, die over het hoofd van de hogepriester wordt uitgegoten. Nu, zo kostbaar als die heilige zalfolie is het eendrachtig samen zitten van broeders en zusters in Gods huis. Kostbaar vanwege de naam van de HERE.
Kostbaar nog meer vanwege de prijs die ervoor betaald is. Geen goud, geen zilver, maar het kostbare bloed van onze Here Jezus Christus. Zijn bloed droop af van zijn lichaam aan het kruis. Om voor ons te betalen en dat wij daardoor kinderen van God mogen zijn. Dat we verder verbonden mogen zijn met elkaar als broeders en zusters. Kostbaar is die broederlijke gemeenschap in de naam van Jezus. Dus: zuinig zijn daarop!

2. Vruchtbaar.
Behalve kostbaar, is Gods grote gezin ook vruchtbaar. Het geeft rijke vrucht in grote variatie.
De psalm maakt in vers 3 nog een vergelijking. “Het is als dauw van de Hermon, die neervalt op de bergen van Sion.”

De Hermon, dat is de hoogste berg in Israël. Helemaal in het noorden van het land. Op de grens met Libanon en Syrië. Op de top van die berg Hermon ligt eeuwige sneeuw, ook in de zomermaanden. Die sneeuw is een beetje de bevroren watervoorraad van Israël en z’n buurlanden. Maar als overdag de zon op de sneeuw van de Hermon schijnt, dan verdampt er ook het een en ander. En ’s nachts, als het koeler wordt, slaat die waterdamp als dauw neer op de berghellingen en op de vlakten. Dat maakt het land vruchtbaar. de boeren in Israël zijn er heel blij mee.
Die Hermon-dauw is heel sterk. Ze geeft veel water met name in Galilea, het vruchtbaarste deel van Israël. Die dauw van de Hermon komt ook van boven. Is dus een geschenk van God. Zo maakt Hij het land vruchtbaar. Zo geeft God leven aan zijn volk. Veel dauw betekent extra vruchtbaar land en grote oogst.
Kijk, zegt de psalm, daarmee kun je het samen wonen van broeders en zusters ook vergelijken. Met Hermon-dauw die neervalt op de bergen van Sion en die daar het leven vruchtbaar maakt voor wie de HERE dienen. Dauw is verfrissend voor het land, voor de mensen en de vruchten. Ze groeien ervan.

Zo werkt de Heilige Geest ook in de gemeente: Hij maakt het leven vruchtbaar, veelkleurig, rijk gevarieerd. Dat geeft Hij die broederlijke gemeenschap van Gods Familie. Daar waar broeders en zusters tezamen wonen als één gezin. Eén van hart en ziel, verbonden in de ene naam van Jezus Christus.

Paulus schrijf in zijn brief I Korintiers (onze aanvangstekst) over vele vruchten en gaven die de Heilige Geest geeft. Tegenover alle verscheidenheid in de gemeente zegt hij: ‘samen zijn jullie een lichaam van Christus’. Met alle verscheidene gaven van de Geest kunnen we samen vrucht dragen tot Gods eer.

3. Leefbaar.
Gods grote gezin is tenslotte leefbaar. De psalm wil ons mee nemen naar Sion. “Kom mee, naar Sion. Kom mee naar het huis van God. Want daar, in Sion, gebiedt de HERE de zegen, leven tot in eeuwigheid.”
Zoals de Hermon-dauw bevruchtend neerdaalt op de bergen van Sion. Zo daalt de zegen van God van boven neer op zijn volk. Daarvoor moet je dus in Gods huis zijn. Daar waar de HERE zelf woont. Waar Hij zijn zegen gebiedt. Gebieden, dat is een machtwoord uit Gods mond. Hij gebiedt en het is er. Ook zijn zegen voor zijn volk voor de mensen, die bij Hem wonen.

In de gemeente van Jezus Christus, daar wordt door de kracht van de Heilige Geest het leven leefbaar. Dat ieder lid zich thuis voelt en ruimte krijg om te kunnen leven in volle groei en bloei. Leefbaarheid vanwege die zegen van God. Die zegen van God houdt niet minder dan eeuwig leven in. Van dat eeuwige leven maakt de Here Jezus al iets zichtbaar, wanneer wij als broeders en zusters bij elkaar wonen als één familie, Gods grote gezin. Wanneer je samen het goede van Gods huis deelt en uitdeelt. Dan is dat een stukje (een proef) eeuwig leven

Wij zijn ontzettend blij dat wij vandaag een jongerendienst mogen houden. Wij zien hoe de jongeren actief betrokken en enthousiast zijn in deze dienst en daarvoor in alle voorbereidingen. Prachtig om dat te zien. Ik ben daar erg trots op. Dit is Gods grote gezin, GKIN: jong en oud! Gods grote gezin, dat kostbaar, vruchtbaar, en leefbaar is. Laten we dat samen blijven koesteren en opbouwen. Laten we met hart en mond zeggen en straks zingen: Ik hou van dit Gods grote gezin/ I love this family of God/ Kucinta keluarga Tuhan” Amen.

I love this family of God
So closely knitted into one
They’ve taken me into their hearts,
and I’m so glad to be a part
Of this great family

Kucinta k’luarga Tuhan
Terjadi mesra sekali
Semua saling mengasihi
Betapa s’nang ku menjadi
K’luarganya Tuhan