GKIN Schiedam, 6 februari 2010
Dankdienst ter gelegenheid van de Liefdemaaldienst (5e Lustrum GKIN).
 
Vrijgevig zijn en samendelen
1 Timoteus 6: 18-19

In de stad Meischan in de provincie Szechwan in Centraal China was een bijzonder restaurant. Ik weet niet hoe het eten daar smaakt, en of het even lekker smaakt als in Tai Wu in Rotterdam of Wong Kee in Den Haag, maar dit restaurant werd zeer bekend door een interessant voorval dat in dat restaurant plaatsvond.

Zo ging het verhaal. Op een dag gluurde een tiener naar de bezoekers die aan het eten waren in dit restaurant Szechwan. De restauranthouder sprak hem aan: “He, wil je eten?” “Ja, meneer, maar ik heb geen geld”, zei hij zeer beleefd. “O, het geeft niet, je kan hier werken. Help maar met borden wassen. Maar goed schoon, hoor. Straks mag je hier eten. ”Wat was de tiener blij toen hij de uitnodiging hoorde om in dat restaurant te werken. Verscheidene keren zei hij:”Shi-e Shi-e Ni” dat betekent “Dank u, meneer.” Vanaf die dag, na schooltijd, werkte de tiener, die Wang Li heette, in dat restaurant.

Op een dag zei Wang Li tegen de restauranthouder: “Meneer, ik ben u erg dankbaar dat u mij gedurende drie jaren aan werk hebt geholpen, zodat ik kan sparen om naar de universiteit in Chengdu te gaan. U hebt mij geluk gebracht, daarom wil ik u ook een zegen geven in de vorm van een tekening van een ooievaar. Ik zal op de muur van uw restaurant een ooievaar schilderen. Deze ooievaar is geen gewone ooievaar, maar een wonderbaarlijke ooievaar. Als u drie keer in de handen klapt, zal deze ooievaar dansen. Dit wordt een goede promotie om uw restaurant bekend te maken en dit zal vol met bezoekers zijn. Maar er is één voorwaarde aan verbonden! Niemand mag van deze dans voor zichzelf houden. Deze wonder moet gezamenlijk genoten worden. ”Toen begon Wang Li te schilderen. De restauranthouder was een beetje in de war. Is het waar wat die tiener zei?

De volgende dag, toen er reeds enige bezoekers waren, wou de restauranthouder de woorden van Wang Li testen. Klap, klap, klap! Drie keer klapte de restauranthouder in zijn handen. Wat gebeurde er? Inderdaad. De geschilderde ooievaar begon te bewegen. Hij begon te dansen. Zijn dans was zeer sierlijk. Erg mooi. Werkelijk een wonder! De hele stad raakte in opschudding. De volgende dag kwamen de mensen massaal naar het restaurant. Zo ging het iedere dag. De ooievaar bracht rijke zegen. Op een avond kwam een generaal binnen. “Is dit de restaurant met die wonderbaarlijke ooievaar?”vroeg hij afgemeten. “Jawel, heer”, antwoordde de restauranthouder. “Laat die ooievaar dansen! Ik wil het zien!” “Neem mij niet kwalijk, meneer, het restaurant is al gesloten. Het wonderbaarlijke aan deze ooievaar is dat hij niet alleen voor een persoon aangeroepen mag worden“ antwoordde de restauranthouder. “Maar ik zal je erg veel betalen!” snauwde de generaal terwijl hij een dikke envelop op tafel smeet. De restauranthouder werd bang en zenuwachtig. Maar, dat vele geld trok hem toch wel aan. Uiteindelijk wou hij het toch doen. Hij klapte drie keer in zijn handen. Wat gebeurde er? De kop van de ooievaar bewoog. Zijn ogen keken op. Waar zijn de kinderen, moeders en vaders die gewoonlijk zo hard juichen om deze wonder te bewonderen? Waarom is er alleen een persoon? Was er geen overeenkomst om te delen? De ooievaar zag er zeer treurig uit. Hij boog alleen. Sinds die tijd werd de ooievaar alleen een dode tekening op de muur. De restauranthouder had erg veel berouw. Hij herinnerde zich de woorden van Wang Li: “Het geluk mag men niet voor zich houden. Men moet het willen delen!”

Misschien zijn er onder u broeders en zusters die dit niet geloven. Is het waar dat de ooievaar op de muur kan dansen? Natuurlijk niet. Waar is er een schilderij die uit zichzelf kan bewegen. Het bovenstaande verhaal is een voorbeeld van een verhaal dat fictie en feit bij elkaar brengt om er een reële context aan mee te geven. Wat wij uit het bovenstaande verhaal kunnen leren is de boodschap: “Geluk mag men niet voor zichzelf houden! Als u geluk hebt moet u dit willen delen.“Het is alsof deze boodschap van Wang Li de levensstijl, die door Timoteüs is onderwezen: “Met vreugde geven en delen.”, wil onderstrepen.

In I Timoteüs 6:18 stond: “en draagt hun op om goed te doen, rijk te zijn aan goede daden,vrijgevig, en bereid om te delen.” Broeders en zusters, een van de kenmerken van het christelijke leven is gericht op het belang van het gemeenteleven. Uiteraard, om op Gods uitnodiging voor zijn reddingplan te reageren moeten wij het wel persoonlijk zelf doen en kunnen wij niet op andermans daden meerijden. Maar verder, na ons verenigd te hebben als lid van “Gods grote familie”, geldt, zoals door apostel Paulus herinnert in Filippenzen 2:4: “Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. ”Een treffende analogie voor het gemeenschapsleven is zoals door Paulus geschetst in I Korintiërs 12:12-31: wij zijn “veel leden maar één lichaam“. Wij zijn leden van het lichaam van Christus. Er zijn er die de voeten zijn, anderen de handen, weer anderen de ogen, enzovoort. Wij zijn allen verschillend maar samen in een geheel. Dit is conform de thema van de GKIN voor dit jaar: “Eenheid in Verscheidenheid.” Nou, om blijvend één te zijn en om niet uit elkaar te vallen moeten de leden die allen verschillend zijn, aandacht aan elkaar schenken.

Broeders en zusters, de perikoop I Timotheüs 6 wordt ook vaak verkeerd geïnterpreteerd: als of een christen niet rijk mag zijn. Zoals een Jakartaanse uitdrukking: “altijd arm zijn.” Dit is verkeerd! Rijk worden is geen zonde als de rijkdom maar eerlijk en door hard werken of eigen inspanning is verkregen. Maar voor ons christenen houdt het niet op om alleen rijk te worden, maar onze rijkdom moeten wij verantwoorden voor God. De apostel Paulus heeft ook een waarschuwing gegeven over de rijkdom. Ten eerste, laat rijkom niet als ons primaire levensdoel worden. Zoals gezegd in I Timoteüs 6:10 “Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.” Let wel, geldzucht geldt niet alleen voor mensen met veel geld. Iemand die alleen €500 heeft maar die erover door nadenkt, ’s ochtends, ‘s middag en ’s avond, lijdt ook al aan geldzucht. Aan de andere kant zijn er mensen met veel geld maar zij vallen niet in de valkuil van geldzucht.

Een verdere waarschuwing is, zoals gezegd in vers 17: “Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekerste stellen als rijkdom, maar op God, …..” Er is geen reden voor iemand om zich de meerdere te voelen alleen door zijn rijkdom. Omdat rijkdom voorlopig is en niet eeuwig. Het is verkeerd als wij ons richten op onze rijkdom; wij kunnen teleurgesteld worden omdat rijkdom in een oogwenk verdwijnen kan. Maar als wij ons leven richten op God die de bron van alle rijkdom en zegen is, zullen wij nooit teleurgesteld worden.

Hoe kunnen wij onze rijkdom die wij bezitten, voor God verantwoorden? Het antwoord is te vinden in vers 18, doe goed met de rijkdom die wij bezitten en word rijk in goede daden. Door goede daden te doen verzamelen wij eeuwige rijkdom in de hemel. Laat ons vrijgevig zijn en delen.

Wijlen ds. Budiman verklaarde in zijn overdenkingen die hij geschreven had, het verschil tussen vrijgevig te zijn en te delen. In het delen geeft de gever niet alleen, maar hij staat naast diegene die het nodig heeft, voelt samen met hem en deelt zijn bezit met die persoon. En deze houding doet hij door de liefde van Christus. Ik nodig ons uit te zien wat door iemand gedaan wordt toen hij vrijwillig wou geven en delen…..

Broeders en zusters, ons rijkdom is een gift van God die wij kunnen gebruiken tot eer van God als een zegen voor vele mensen. Het is niet nodig om eerst een rijke man te worden om iemand anders te helpen. Maar het belangrijkste is om een hart te hebben die vrijgevig is en samendeelt. Wij zijn dankbaar dat wij op dit ogenblik als de grote familie van de GKIN samen deze dankdienst mogen houden. Wij zijn dankbaar voor Gods zorg en zegen in ons leven. Laat ons in de praktijk brengen deze levensstijl om vrijgevig te zijn en samen te delen in onze samenleving, niet alleen in de regio als ook landelijk, maar ook met andere mensen die hulp nodig hebben.

God zegene ons.

Amen