Landelijke Hemelvaartsdienst GKIN, Tilburg 13 mei 2010

“Kroon Hem met gouden kroon!”
Psalm 47:2-10

Tussen alle Christelijke feestdagen is de Hemelvaartsdag waarschijnlijk de minst bekendste van allemaal. Het lijkt min of meer de vreemde eend in de bijt. Gelukkig hebben we dit jaar een landelijke Hemelvaartsdag, waar wij gezamenlijk als de hele GKIN dit feest vieren. Een feest! Inderdaad, het is een feest. Wat voor feest is het vandaag? Als u/je kijkt naar alle liederen van onze samenzang ziet u de rode draad waar het bij Hemelvaartsdag om gaat. Wij zingen herhaaldelijk over ‘Koning’, ‘troon’, ‘heerschappij’. Ja, het is feest vandaag, want wij vieren de troonbestijging van Christus, onze Heer. Als vervulling van Gods eeuwenlange belofte is de Here Jezus gekomen als een baby op Kerstdag. Hij heeft geleefd op aarde, is gestorven aan het kruis voor de zonden van de wereld op Goede Vrijdag. Op Paasmorgen heeft Hij de macht van de zonde en de dood overwonnen door Zijn opstanding. Zijn missie is volbracht. Nu, met Hemelvaartsdag ontvangt Christus de kroon op Zijn werk.

De leerlingen van Jezus zagen toen Jezus, hun Heer, opgenomen werd in de hemel (Lucas 24:51). Maar we lezen niet dat ze daarna verdrietig of gefrustreerd waren. Nee. Integendeel. “ Ze brachten Hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem”. Wat was de reden van die grote vreugde? Wat is ook de reden dat het vandaag feest is? Met Hemelvaartsdag vieren we niet Christus’ afscheid hier op aarde, maar Zijn aankomst in de hemel. Christus werd opgenomen in de hemel door God Zelf. Christus kwam daar immers ook vandaan. Hij ging terug naar z'n oorspronkelijke woonplaats. Hemelvaartsdag is geen “verdwijndag” van Christus, maar “verschijndag”. Christus verschijnt voor God, de Vader, in de hemel. Hij bestijgt de troon in de hemel. Hij is ingehuldigd als Koning.

Het beeld van troonbestijging zien we in Psalm 47. De achtergrond van deze Psalm vond zeer waarschijnlijk plaats toen David de ark van het verbond liet ophalen uit het huis van Obed-Edom (zie 2 Sam. 6:11-19). Een feestelijke stoet van mensen ging met de ark langs de weg naar Jeruzalem omhoog ‘met gejuich en met geluid der bazuinen’. In de ark kwam God zelf. Door alle tijden heen is deze opgang gelezen door de christenen als profetie van de opgang ten hemel van Gods Zoon. De ark is op een treffende wijze een voorafschaduwing van Christus. De opgang van de ark des Heren is een beeld van de hemelvaart van Christus. De Psalmist zegt: ‘Onder gejuich steeg God omhoog, de HEER steeg op bij hoorngeschal’ (vers 6). In de hemelvaart van Christus wordt deze Psalm op een bijzondere wijze vervuld.

Wat voor soort Koning is Christus als wij zien vanuit deze Psalm? Hij is niet gewoon een Koning. Hij is de Koning, de Allerhoogste. De machtigste Koning van heel de aarde.
Als we denken aan een koning dan moeten we denken aan bepaalde grondgebieden. Van hier tot en met daar. Tot die grens, en verder is er niet meer. Denk aan bijvoorbeeld Monaco (de kleinste monarchie ter wereld), Engeland (de grootste monarchie ter wereld), en het kikkerland Nederland (klein maar toch fijn). Maar het Koningschap van Christus strekt zich uit boven alle koningen en boven alle grondgebieden, want Hij heerst over alle volkeren en over heel de aarde.
Een Koning regeert voor een aantal regeringsjaren. Koning Bhumibol Adulyadej is momenteel de langst zittende monarch ter wereld. 60 jaar geleden werd hij gekroond tot koning van Thailand. Het verschil tussen Christus en de koningen van de wereld is dat het Koningschap van Christus zich niet beperkt tot een aantal jaren, maar Zijn Koningschap omspant van eeuwigheid tot de eeuwigheid.

Christus, de Zoon van God is de Koning van alle koningen op aarde. Daarom worden alle volken van heel de wereld in onze Psalm opgeroepen om Hem toe te juichen met jubelzang. O, dat lezen we veel in de Bijbel. God is Koning, niet alleen over Zijn volk Israël maar ook over andere volken. Lezen we niet over allerlei heidense volken die tot God kwamen in aanbidding? Jetro, de Midjanitische priester, de schoonvader van Mozes. Rachab, een hoer uit Jericho. Ruth, een Moabitische vrouw. Koning van Tyrus. Koningin van Seba. Naäman, de legeroverste van de koning van Aram. De wijzen uit het Oosten in het Kerstverhaal. “Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang: geducht is de HEER, de Allerhoogste, machtige Koning van heel de aarde”.

Stel dat u over een paar jaar op een dag een officiële uitnodiging krijgt van het paleis om aanwezig te mogen zijn tijdens de troonbestijging van de nieuwe koning van Nederland. U zult zeker blij en vereerd zijn. U zult alles zo perfect mogelijk voorbereiden voor die dag. Van nieuw kapsel tot en met nieuw pak. Voor een vrouw betekent dit een nieuw jurk en hoed. Maar weet u wat. Het zal nog geweldiger zijn als u de koning persoonlijk kent. Vandaag is een grote dag, want wij vieren de troonbestijging van Christus, Koning van alle Koningen, Koning van heel de wereld. En die Koning kennen we persoonlijk. In Psalm 47 zien we hoe mooi het is. In vers 2 en 3 lezen we dat God Koning is van heel de aarde. En in vers 7 lezen we dat Zijn volk God mag noemen: ‘onze Koning’.

Als er iets is wat een koning hoort te krijgen is dat lof en prijs. Laatst zag ik een documentaire over de inhuldiging van Koningin Beatrix 30 jaar geleden. Nadat de koningin ingehuldigd was, werd met luide stem geroepen: ‘Leve de Koningin. Hoera! hoera! hoera!’.
De Psalmist was zo vol van passie en enthousiasme. God is onze Koning. Alle eer, lof, prijs behoren Hem toe. Geef Hem glorie! Aanbidt Hem! Hij is meer dan waardig om dat alles te ontvangen. Van Hem is de heerlijkheid en de kracht tot in eeuwigheid. Net als drie keer ‘hoera’ in Nederland, roept de Psalmist op in vers 7 en 8, zelfs niet drie keer maar tot vijf keer toe: “Zing (Psalmzingt) voor God, zing een lied, zing voor onze Koning, zing Hem een lied: God is Koning van heel de aarde. Zing een feestelijk lied”. Een geweldige processie kunnen we ons voorstellen. Heel uitbundig. Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang. Laat het hoorngeschal klinken. En dit gebeurde opnieuw toen Jezus opgenomen werd in de hemel. De leerlingen brachten Hem hulde. Zij vielen voor Hem op de knieën. Ze aanbaden Hem (Lucas 24:52). Niet alleen toen werd Christus aanbeden, maar door de eeuwen heen en tot nog toe gebeurt dit. Dit is de reden waarom de kerken wereldwijd tijdens de erediensten God loven, prijzen en aanbidden met liederen. Zo is het ook in onze Hemelvaartsdienst vandaag. Door de liederen die we zingen en die gezongen worden door koor, zanggroep, solo, en door de muziek die ten gehore gebracht wordt, door angklung, orgel, bewijzen we eer aan Jezus’ naam. Wij prijzen Hem niet zozeer om wie Hij voor ons is, maar om wie Hij is. Christus, de Zoon van God zit op de troon. Hij is Koning van alle Koningen. Geeft Hem alle glorie die Hem toebehoort. Kroont Hem. Hij is onze Koning. Kroont Hem met gouden kroon. Gemeente van Jezus Christus, hoe is ons aanbiddingsleven: in ons leven persoonlijk en in de GKIN? Geven we Christus onze Koning alle eer en prijs die Hem toebehoort?

In de Apostolische geloofsbelijdenis spreken we uit: ‘Ik geloof in Jezus Christus, die opgevaren is naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader’. Wat betekent het dat Christus aan de rechterhand van God, Zijn Vader zit? Dat betekent dat aan Christus alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Hij zetelt en regeert als Koning.
Een koning heeft het voor het zeggen. Lieve gemeente, wie heeft het voor het zeggen in uw leven? Wie zit op de troon van uw leven? Wie zit op de troon van de GKIN? Is het mijn eigen “ik” ; de ene keer met overmoed, de andere keer met bezorgdheid of angst of is het Christus, onze Koning?
In de hemel regeert Christus deze wereld met vrede en gerechtigheid. Hij regeert Zijn kerk door Zijn Woord en Geest. Hij houdt ons vast en draagt ons in dit leven. Er gebeurt niets in ons leven buiten Zijn wetenschap, buiten Zijn oplettendheid, buiten Zijn controle, en buiten Zijn macht. Christus, onze Koning heeft alle macht en bij Hem mogen we ons veilig weten.

Er was eens een man die met een vriend door een museum liep. Een bepaald schilderij viel hem erg op. Hij bleef ervoor staan en zei tegen z'n vriend:”Er klopt iets niet aan dit schilderij. Zoals je weet ben ik een internationaal schaakkampioen.” Hij bestudeerde het schilderij, krabde op z'n hoofd en zei:”Er klopt iets niet aan dit schilderij.” Het schilderij stelde twee mannen aan een tafel voor. Tussen hen in stond een schaakbord. En de titel van het schilderij was:”Schaakmat“. Twee mannen die tegenover elkaar zitten. De één was afgebeeld als de duivel, de ander leek in grote verwarring. De opstelling op het bord suggereerde dat de partij ten einde was omdat er niet meer gezet kon worden. Maar die man zei: “Ik ben internationaal schaakkampioen. Er klopt hier iets niet. We moeten contact opnemen met de kunstenaar en zeggen dat hij of het schilderij of de titel moet veranderen. Want ik ben tot de conclusie gekomen dat de Koning nog een zet kan doen. Deze partij is niet voorbij omdat de Koning nog een zet kan doen”. Lieve gemeente, ook als het leven moeilijk is door allerlei omstandigheden en crisissen, Christus heeft altijd de volgende zet. Ook als uw geloof zwakker wordt door de stormen in uw bestaan: De Koning kan nog een keer zetten.

Dit jaar mogen we met volle dankbaarheid de 25ste verjaardag van onze kerk vieren. Dit is een bewijs van de leiding, bescherming, voorziening, macht, en zegen van onze Koning. Laten we daarom alle eer en glorie aan Hem geven. Laten we alles geven wat Christus, onze Koning toebehoort: ons totale leven voor het werk van Zijn Koninkrijk. Kroon Hem met gouden kroon!

Amen.