Fillipenzen 2:1-11

Het is vandaag een groot feest voor de GKIN: de 5de lustrumviering. 25 jaar is een mijlpaal. Deze mooie leeftijd is een aankondiging dat de fase van volwassenheid aangebroken is. 25 jaar is een leeftijd vol hoop en verwachting. Het is een fase om je droom en ideaal te verwezenlijken. Op deze leeftijd loopt je niet doelloos heen en weer, maar je richt je op naar wat bij je levensdoel hoort. Maar voordat we ons richten naar de toekomst, willen we eerst terug kijken naar het verleden tot en met waar we ons nu bevinden. Dit is een zelfreflectie. De brief van Paulus aan de gemeente in Filippi kan ons daarin helpen; net als een spiegel voor de GKIN.

Paulus denkt terug met grote vreugde aan de gemeente in Filippi. Die gemeente is ontstaan door zijn zendingswerk samen met zijn medewerkers (o.a. Timoteüs). Omdat Paulus zich verbonden weet met de gemeente, zegt hij eerlijk wat er in zijn hart ligt over de gemeente. Hij wil alleen het beste voor hen. Hij weet over de conflicten die verdeeldheid zaaiden bij sommige gemeenteleden (zie Fillipenzen 4:2). Hij doet daarom een oproep. Één ding vraagt Hij: “maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn…  één in liefde, één in streven, één van geest”.

Eensgezindheid is niet vanzelfsprekend. Eensgezindheid moet gezamenlijk nagestreefd worden. Eensgezindheid is ook niet iets dat als het er eenmaal is, voor altijd zal blijven. Nee, wij moeten ons voor die eensgezindheid blijvend inzetten en het koesteren. Dit is herkenbaar. Talloze voorbeelden kunnen we noemen. Zien we niet met veel verdriet hoe gezinnen, kerken, samenlevingen, landen uiteen kunnen vallen door het gebrek aan eensgezindheid. Wat Paulus hier zegt is heel actueel en relevant voor ons. Paulus noemt diverse gedragingen die eenheid kunnen verstoren of belemmeren, zoals handelen uit geldingsdrang (zelfzuchtig), eigenwaan (lege roem, arrogantie), en alleen denken aan eigen belangen. Paulus vermaant de gemeente om niet deel te nemen aan die negatieve gedragingen. Daarin tegen wordt de gemeente opgeroepen om nederig te zijn, om de ander belangrijker te achten dan zichzelf.

Die weg van nederigheid hoeven we niet zelf te creëren. Er is Iemand die de weg voor ons geopend heeft: dat is onze Here Jezus Christus. Paulus citeert vervolgens een oude hymne over Jezus als toonbeeld van nederigheid. De weg van Jezus is de weg van nederigheid: de dalende weg van de hemelse majesteit naar de zondige en gebroken wereld. Hij had de gestalte van God, maar Hij hield zijn gelijkheid aan God niet vast. Hij deed er afstand van. Dit is de eerste stap naar beneden. Hij nam de gestalte aan van een slaaf (die geen enkel recht bezat) en werd gelijk aan een mens. Dit is de tweede stap naar beneden. Jezus heeft zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood. Dit is de derde stap naar beneden. Zijn dood was niet een gewone dood, maar de dood aan het kruis: een vervloekte en vernederende dood. Hij deed dat niet gedwongen, maar uit vrije wil, uit liefde voor de wereld: voor u en mij. Dit is de vierde stap en het dieptepunt van de weg naar beneden. God aanvaarde de weg van nederigheid van Christus. God herstelde Jezus. Van een beweging naar beneden gaan we plotseling over naar een beweging naar boven. God gaf Jezus de naam boven alle namen. Met deze naam wordt bedoeld: Kurios (Heer). Jezus Christus mag nu deze naam dragen, dat betekent dat Hem alle heerschappij en macht is toevertrouwd tot in de eeuwigheid. Die weg is al geopend. De gemeente wordt opgeroepen om Christus na te volgen, om te wandelen in die weg van Christus: de weg van nederigheid.

Bij deze spiegel die de Schrift ons voorhoudt, reflecteren wij de 25 jaren van de GKIN. Wij kunnen hiervoor op eenvoudige wijze gebruik maken van de 4B’s van Maarten Luther: bedenken, bedanken, belijden, bidden.

Bedenken

Wij verwonderen ons hoe Jezus Christus gekomen is op deze aarde via de weg van de vernedering. Wij verwonderen ons in de grootheid en goedheid van God in onze Here Jezus voor de GKIN. Wij bedenken hoe de GKIN 25 jaar geleden begonnen is in Nederland, het land dat het evangelie enkele eeuwen geleden heeft gebracht naar Indonesië. Wij mogen samen met andere kerken in Nederland en in de wereld lichaam van Christus zijn. Wij bedenken hoe de GKIN in de loop van de jaren uitgegroeid is tot 5 regio’s. Wij bedenken hoe God de werkers van de eerste uren geroepen en gebruikt heeft. Wij bedenken hoe God ons altijd voorziet in alles wat we nodig hebben: werkers, gaven, talenten, en middelen.

Bedanken

Wij willen niet alleen bedenken, maar ook God bedanken voor alles wat wij zojuist hebben genoemd. Wij bedanken God voor wie Hij is. Wij bedanken God voor wat Hij voor ons gedaan heeft en nog zal blijven doen. Wij bedanken God voor al Zijn leiding en ontelbare zegeningen voor ons. Wij bedanken God voor de visie, kracht, moed, en doorzettingsvermogen die Hij ons heeft gegeven. Wij bedanken God, dat Hij ondanks onze twijfel, angst, tekortkomingen en zonden, trouw blijft en het goede geeft voor Zijn kerk.

Belijden

Wij belijden dat wij als vijf verschillende regio’s van de GKIN, regelmatig aan onze eigen belangen denken. Wij belijden dat wij als predikanten, ouderlingen, en de hele gemeente van de GKIN niet altijd de nederige weg van Christus gevolgd hebben. Wij belijden dat wij in onze relatie onderling soms nog gebonden zijn door negatieve ervaringen uit het verleden. Wij zien hoe die gedragingen de eenheid van de gemeente belemmeren. Wij belijden dat wij als GKIN te veel bezig zijn met onszelf. Terwijl God ons wil uitzenden om te getuigen van Zijn liefde voor de mensen om ons heen.

Bidden

Wij bidden dat God door de Heilige Geest ons allen steeds opnieuw leidt om te wandelen in de weg van Christus onze Heer. Wij bidden dat wij ons inzetten voor eensgezindheid en dat deze gekoesterd mag worden in de GKIN. Wij bidden dat wij op deze 25ste verjaardag van de GKIN, onszelf opnieuw aan God toewijden. Wij bidden om vernieuwing en nieuwe kracht. Wij bidden voor de groei van de GKIN, in het bijzonder in de komende vijf jaren. Wij bidden dat God GKIN wil gebruiken om Zijn Koninkrijk te verbreiden. Wij bidden dat GKIN tot zegen mag zijn voor de samenleving waarin wij ons bevinden.

Op deze 5de lustrumviering van de GKIN kijken we terug naar het verleden. Wij staan nederig stil voor God. Wij bedenken, bedanken, belijden, en bidden.

Amen.

 
Broeders en zusters, wat roept het beeld van een 25-jarige iemand bij ons op? Velen van ons zullen aan een knappe jongeman of een mooie jongedame denken. Deze jongeman staat stevig in zijn schoenen en kijkt uit naar zijn toekomst vol goede verwachtingen. Als je 25 bent, dan heb je meestal je studie net afgemaakt. Je bent vol met energie en enthousiasme, je hebt veel ideeën in je hoofd en je wilt heel veel bereiken. Een 25-jarige jongeman of jongedame is er klaar voor het leven in de echte wereld, wil graag een bijdrage leveren aan de verbetering van deze wereld en is zelfstandig.

Hoe zit het met de GKIN die dit jaar haar 25-jarige bestaan mag vieren? Voor mensen begint de volwassenheid rond de leeftijd van 25. Geen tieners of jongeren meer, maar je bent al rijp en volwassen. Zien we bij de GKIN een groei die betamelijk is voor een 25-jarige kerk?

Geliefde broeders en zusters in Jezus Christus,

Het thema van de vijfde lustrumviering is "Eenheid en Verscheidenheid". Het is niet alleen een lege slogan, maar het is voortgekomen uit reële behoeften van alle regio's binnen de GKIN. In de afgelopen 25 jaar zijn er regio's die zelfstandig en er klaar voor zijn om een volwassen gemeente te worden, maar er zijn ook regio's die daar nog niet toe aan zijn. Daarom is het heel belangrijk om de eenheid en de eensgezindheid te bewaren te midden van de verscheidenheid, zodat we onze reis samen kunnen voortzetten.

Het bestaan van GKIN is vrij uniek en als kerk is ze zeer kleurrijk. Van de naam alleen al komen de twee culturen—Nederlands en Indonesisch—naar voren die kleur geven aan het gezicht van de GKIN. De verscheidenheid binnen de GKIN zien we ook in de diversiteit van achtergrond, etnische afkomst, opleiding, werk en de financiële situatie van de gemeenteleden.

Daarnaast komen de gemeenteleden uit verschillende kerkgenootschappen. Dit beïnvloedt zeker de manier waarop elk gemeentelid het geloof ervaart en wat iemand onder de kerk en zijn rol daarbinnen verstaat. Zulke verschillen en verscheidenheid kunnen de groei van GKIN belemmeren, maar tegelijkertijd vormen ze een uitdaging voor alle regio's om de eenheid binnen de kerk te kunnen bewaren.

Geliefde broeders en zusters in Jezus Christus,

Een sociaal-psycholoog Erik Erikson merkt een spanning op in de ontwikkeling van een jongeman die op het punt staat om de volwassenheid te betreden. Ze bevinden zich tussen twee uitersten die Erikson "intimiteit" en "isolatie" noemt.

De uitleg is als volgt: iemand die volwassen aan het worden is, zit in een transitieproces van zijn tienertijd naar een volwassene leeftijd. In hun tienertijd zijn mensen meestal egocentrisch—hun focus ligt op henzelf. Tieners zijn heel begaan met vragen zoals wie ze zijn, hoe andere mensen hen zien en wat ze straks willen worden. Ze mogen dan naar vriendschap en saamhorigheid zoeken, maar ze doen dat meestal om hun eigen identiteit te bevestigen. Het eigen ik is het middelpunt van hun leven.

In de transitieperiode hebben ze een taak om deze focus op hun eigen ik langzamerhand te verplaatsen, zodat ze niet alleen aan zichzelf denken, maar ook moeten leren om naar andere mensen te kijken. Dus niet alleen bij elkaar te zijn uit eigen belang, maar dat ze een diepere relatie met andere mensen aangaan.

Tieners zien de aanwezigheid van andere mensen vaak alleen als aanvulling om zichzelf tevreden te houden. Als een volwassene moet iemand niet alleen maar bij andere mensen zijn, maar hij moet ook leren nemen en geven aan andere mensen.

Als ze deze taak om in saamhorigheid met andere mensen te leven kunnen volbrengen, dan bereiken ze het uiterste, welke Erikson "intimiteit" noemt. Maar als ze hierin falen, dan belanden ze in het andere uiterste, namelijk "isolatie". Volwassenen die geïsoleerd leven kunnen niet in saamhorigheid met andere mensen leven. Tot hun oude dag blijven ze voor zichzelf leven en kunnen ze niet delen met andere mensen.

Broeders en zusters, dit is toch precies de uitdaging waarmee de regio's binnen de 25-jarige GKIN zijn geconfronteerd? In het transitieproces naar volwassenheid willen we niet alleen "samen bij elkaar  zijn" maar ook "samen te wandelen en delen", ondanks alle verschillen en verscheidenheid. Wat moeten we dan doen om "eenheid in verscheidenheid" te realiseren?

Broeders en zusters, wat moeten we doen om samen te kunnen wandelen en delen in verscheidenheid of verschillen? Volgens wijlen ds. Eka Darmaputra zijn er minstens 3 dingen die nodig zijn: elkaar erkennen, elkaar aanvaarden, en met elkaar delen. De eerste en de tweede, elkaar erkennen en elkaar aanvaarden zijn gemakkelijker voor ons om in praktijk te brengen. Het is vanzelfsprekend dat wij als regio’s van GKIN elkaar erkennen en aanvaarden. Maar om het derde, namelijk met elkaar delen, is niet gemakkelijk. Sterker nog als het om geld gaat. Het is niet gemakkelijk om met elkaar te delen. Wat meestal gebeurt is “Dit is mijn portemonnee, dat is jouw portemonnee. Niet een gezamenlijke portemonnee.”

Zojuist heeft ds. Linandi ons uitgenodigd om met nederigheid terug te kijken naar het verleden. Nu wil ik ons allen uitnodigen om ook de stap vooruit te zetten in alle nederigheid. Er zijn veel uitdagingen die wij tegenkomen. Tijden veranderen en ontwikkelingen vinden plaats. De problemen in ons leven worden moeilijker en complexer. Dit is de externe uitdaging voor de GKIN. Is de aanwezigheid van GKIN merkbaar en tot zegen voor Nederland.

De interne uitdaging zoals eerder besproken, dat is hoe wij als GKIN samen kunnen wandelen in eenheid ondanks alle verscheidenheid. Door het voorbeeld van de Here Jezus te volgen, worden wij eraan herinnerd dat het sleutelwoord om samen te kunnen wandelen in verscheidenheid “nederigheid” is. Nederigheid manifesteert zich in een houding die niet uit eigen belang en eigenwaan handelt. Een nederig persoon acht de ander belangrijker dan zichzelf.

Broeders en zusters, het Latijnse woord voor nederigheid is "humilis". Dit woord komt oorspronkelijk van het woord "humus". We weten dat humus een laag is van zwarte aarde die heel vruchtbaar is. Alle soorten zaad die op humus worden gestrooid kunnen groeien. Daarom is nederigheid het  voornaamste fundament waarop andere voorname zaken van het leven kunnen groeien.

Wat is het effect van de nederigheid van Jezus Christus? Door Jezus' nederigheid kunnen we een vruchtbaar geestelijk leven leiden. Door Jezus' nederigheid is een levensboom gegroeid die vruchten draagt voor het heil van de mensheid en het heelal. "Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat ... [iedereen] zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader."

In de vijfde lustrumviering van de GKIN, laten we dan een voorbeeld nemen aan de nederigheid van Jezus Christus. Niet alleen om samen te kunnen wandelen in eenheid, maar ook opdat God ons kan gebruiken als "vruchtbare grond" waarop een levensboom kan groeien die goede vruchten draagt ten goede van Nederland en de wereld. Van harte gefeliciteerd met de 25e verjaardag van GKIN. God zegent onze bediening.

AMEN.