Markus 6:31
 
1. Onrustig is ons hart
 
U kent misschien wel die zo bekende woorden van Augustinus uit de eerste alinea van zijn grote werk “Belijdenissen” of “Confessiones”:“Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U”. Onrust, rusteloosheid,we weten allemaal wat dat is. Het is misschien wel het woord dat het best de manier van leven beschrijft die wij ons eigen hebben gemaakt. Onrust, het kenmerk bij uitstek van onze huidige geseculariseerde westerse samenleving. Onrust in ons hart, onrust in ons lichaam en onrust in onze geest.. Een samenleving voortgedreven door een rusteloze niet te lessen levensdorst, altijd maar uit op meer. En omdat wij zelf van die samenleving allemaal deel uitmaken en daarin betrokken zijn, kunnen wij er zelf er ook heel erg aan lijden. Geen tijd, haast, stress, volle agenda’s, werkdruk, prestatiedwang, burn–out, workaholic. Het zijn nog maar enkele van de veel gebruikte kernwoorden in onze overspannen cultuur. Workaholisme is een ernstige cultuurziekte die veel slachtoffers eist. De symptomen van deze ziekte zijn overspannenheid, depressie, hoge bloeddruk, hart en vaatziekten. We weten het allemaal.
 
Ik moest denken aan dat verhaal van die rijke westerse ondernemer die naar Afrika kwam en op een morgen langs het strand loopt. Daar ziet hij een man liggen,een visser, wat schamel gekleed, die daar wat ligt te slapen in de schaduw van zijn boot op het strand getrokken boot. Als hij voorbij komt wordt de man wakker en de zakenman begint een praatje met hem. “Mooi weer”, zegt hij, “er moet hier wel veel vis zijn”. ”Ja inderdaad”, antwoordt de man. “Maar waarom lig je dan hier”, vraagt de zakenman wat geirriteerd, “ waarom ga je niet uit vissen”? De visser antwoordt vriendelijk dat hij voor vandaag genoeg gevangen heeft.
 
Maar daar is de zakenman niet tevreden mee. “Man”er zit hier zoveel vis. Als je nu eens drie of vier keer per dag met je boot ging vissen, dan breng je drie of vier keer zoveel vis naar huis. En weet je wat er dan kan gebeuren”?
 
Wat verward schudt de man met zijn hoofd. “Nou”, zegt de zakenman , die ineens enthousiast begint te worden, “ dan kun je met dat geld een motorboot kopen. En dan na twee of drie jaar nog een. En dan, als je dan zo`doorgaat, misschien na een jaar of wat een grote boot waarmee je nog veel meer kunt vangen. En met dat extra geld kun je dan een koelcel bouwen waarin je de teveel gevangen vis kunt opslaan .En dan kun je vrachtwagens met koeling kopen die de vis naar de grote stad brengen. “En dan……vraagt de visser, “wat dan”?
 
“Wat dan…”zegt de zakenman verbaasd? “Nou”, zegt hij heel triomfantelijk, “nou dan je heerlijk ontspannen aan het strand liggen, je lekker ontspannen, lekker wat doezelen in de zon en kijken naar de prachtige oceaan….”.Dan antwoordt de vissersman”: “Wat denkt u wel, dat doe ik al…”
 
2. Neem wat rust….
 
En nu gaan we naar het verhaal uit de bijbel uit Markus 6. Markus vertelt daar hoe de discipelen een geweldig drukke tijd achter de rug hebben. Voor de eerste keer had Jezus hen uitgezonden om in groepjes van twee zonder Hem het land in te gaan om het werk te gaan doen dat Hij steeds in hun aanwezigheid gedaan had: preken, leren en helen. Het was zogezegd hun allereerste stage periode op de zendingsschool van Jezus. Ze zijn nu zover gevorderd dat Jezus hen er voor ’t eerst alleen op uit stuurt. En hun eerste optreden moet grote indruk gemaakt hebben. Het is voor hen een enorm drukke, maar ook zeer succesvolle tijd. Markus schrijft: “Ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen” (vers 13). Het maakt heel wat onder de mensen los. Het was een geweldig enerverende en inspannende tijd geweest. Ze moeten dan ook zeer vermoeid geweest zijn toen ze weer bij Jezus terugkwamen, om Hem te rapporteren wat ze gedaan hadden. Ze waren hard aan rust toe.
 
Maar eenmaal weer terug op hun thuisbasis is er geen sprake van rust. Ook bij Jezus is het een drukte van belang. Het is een komen en gaan van mensen. Door de drukte van het werk en het aanhoudend aandringen van de mensen is er zelfs geen tijd voor hen om even wat te eten.
 
Als Jezus dat ziet, die oververmoeide discipelen, net terug van hun inspannende reis, niet eens tijd om te eten vanwege die veeleisende mensenmassa om hen heen, dan grijpt hij in. Dan zegt Hij tot hen: “Kom, ga mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten” (vers 31).
 
3. Zorg voor lichamelijk welzijn
 
Het allereerste dat mij in deze woorden van Jezus zo treft, is zijn zorg voor het lichamelijk welzijn van Zijn discipelen. Ze zijn vermoeid, er is zelfs geen tijd voor ze om te eten. Jezus ziet dat. Hij heeft er oog voor. Hij gaat er op in. Hij weet dat dit niet kan, maar doorhollen, slaaf van je eigen werk zijn, geen tijd meer om ook nog even aan jezelf te denken. Dat gaat verkeerd. Daarom grijpt Hij in.
 
De woorden van Jezus in vers 31 kunnen nauwelijks meer nadruk krijgen. Ze klinken in de oorspronkelijke Griekse tekst heel kortaf, staccato-achtig. Letterlijk staat er: “Vooruit, jullie zelf, alleen, naar een eenzame plaats, en neem wat rust”. Nee, dit is geen vriendelijk advies, of vrijblijvende optie, maar een dwingend bevel. Tweemaal een gebiedende wijs:”Kom…rust uit”….Er is geen ontkomen aan. Ze moeten. De discipelen waren op, opgebruikt, opgebrand, opgewonden. Jezus doorzag dat en gaf daar alle aandacht aan.
 
Alleen Markus heeft dit fijne trekje in de terugkeer van de discipelen gezien en het voor ons beschreven. Hij moet Jezus bezorgde blik gezien hebben: die zo vermoeide discipelen en dan al die drommen mensen, zodat er zelfs geen tijd was om te eten….
 
Wat is dat toch mooi, die zorg, die aandacht van Jezus ook voor ons lichamelijk welzijn. De mens is voor Hem een geheel, lichaam, geest en ziel. Zo heeft God ons geschapen. En elk van die drie bestanddelen is waardevol voor Hem en heeft Zijn zorg en aandacht. Niet een ervan mag verwaarloosd worden ten behoeve van een ander. Daarom moeten wij ook aan elk van die aspecten aandacht geven. Niet alleen aan je ziel, ook aan je lichaam en je geest kun je schade lijden. Je mag daarom je gezondheid niet verwaarlozen.
 
Jezus laat ons hier ook zien dat je ook om jezelf moet denken, dat je jezelf ook moet liefhebben. God ons als mensen geplaatst in een drietal verhoudingen: onze verhouding tot God, tot onze naaste en… tot onszelf. Zeker, het is ons geboden om God en de naaste lief te hebben…Maar dan laat Jezus er wel opvolgen, “….en je naaste als jezelf”. Wat kun je voor God, wat kun je voor je naaste betekenen als je het zelf allemaal niet meer aan kunt? Ook in Gods Koninkrijk kun je alleen maar dienstbaar zijn,als je jezelf niet voorbij loopt. Daarom moet je als mens ook aan jezelf denken. Jezus heeft daar oog voor. Ook wat de meest basale behoeften van ons lichaam betreft:eten en drinken, nachtrust, ontspanning. Sommigen denken daar teveel aan en zijn er teveel mee bezig. Dat komt ook voor. Maar je kunt er ook te weinig aan denken. En dat is in onze tijd een groot gevaar. Er zit iets demonisch in ons jachten en jagen, in ons werk, in geld verdienen, in de vele en vele verplichtingen die je hebt in de samenleving, in je gezin, in je familie, in de kerk. Als je daar al te veel op ingaat, loop je een goede kans dat je er zo in opgaat, dat je er tenslotte in ondergaat. Je bereikt dan mogelijk veel in je werk, maar je leidt ook enorme schade: aan jezelf, je gezin, je huwelijk, en zelfs aan je ziel. Want nergens is meer tijd voor. Zelfs voor God niet.
 
Maar rust, hoe en waar vind je dat. Het werk ligt op je te wachten. Morgen moet je rapport af zijn en daar wordt je op afgerekend. Nog stapels werk liggen op je te wachten. En dan nog al die grotere en kleine dingen van elke dag: de kinderen naar school brengen, vader in het ziekenhuis bezoeken, je E-mail chequen, tijd voor je man, je vrouw en vanavond weer kerkenraadsvergadering. Zo gaat dat en zo gaat dat maar door. Je komt laat thuis En ‘s nachts lig je er wakker van . Maar om zes uur gaat e wekker om voor de file uit weer op tijd op je werk te zijn…….Je wordt er soms moe, doodmoe van…
 
En dan is er ook nog dat knagende schuldgevoel: ik doe eigenlijk te weinig, ik schiet tekort. Te weinig tijd voor m’n vrouw, m’n kinderen ,de kerk…En je blijft maar achter de dingen aan hollen, opgejaagd, onrustig is ons hart….tot…..
 
En dan ineens, vandaag, hier en nu, hoor je die stem van Jezus , die je aanspreekt en zegt: “Stop, wacht eens even, draaf niet zo door , maar neem eerst je rust”.
 
Gods werk doen , in maatschappij of kerk, is heel belangrijk .Jezus neemt daar niets van terug. Maar Jezus weet ook dat je dat alleen effectief kunt doen als je van tijd tot tijd rust neemt om lichamelijk en geestelijk weer op adem te komen. Rusten is een goddelijk bevel.
 
God heeft ons lichaam zo geschapen dat er na elke inspanning een ontspanning volgt. Je ademt in en je longen zijn gespannen. Dan adem je uit en je longen ontspannen zich weer. Bij elke hartslag spant zich ons hart, het bloed woredt erin gepompt en dan ontspant het weer. Inspanning en ontspanning… dat is het ritme dat God zelf in ons lichaam gelegd heeft en dat voorwaarde van ons bestaan. Zo heeft God het ook bedoeld dat wij leven zullen: na een tijd van inspanning een tijd van ontspanning.
 
God zelf nam na zijn zes dagen van druk bezig zijn geweest in zijn scheppingswerk een dag van rust.. Ook God rustte van Zijn werk . En ons heeft Hij dat geweldig geschenk van de sabbath gegeven heeft. De dag waarop wij rusten mogen van ons werk. Een dag in de week een dag van rust. Zo goed is God voor ons in Zijn sociale wetgeving. En als God het noodzakelijk vond rust te nemen, kunnen wij het dan doen zonder? Als God het nodig vindt een dag vrij te nemen, kunnen wij het ons dan veroorloven dat niet te doen? Laten we daar zuinig op zijn en die dag “heiligen”,dat is apart zetten. Niet doordraven, maar rusten , dat is Gods bedoeling.
 
4. Met God zijn
 
Maar er is in dit bijbelgedeelte nog meer aan de hand. Het gaat Jezus` niet alleen maar om de zijn zorg voor ons lichamelijk welzijn, Hij heeft ook zorg voor ons geestelijk welzijn, ons leven met God. Want dat kan ook onder druk komen te staan,zoals we maar al te goed weten. Jezus`ziet hoe zijn discipelen helemaal in beslag genomen worden door hun werk in zending en evangelisatie. In dat werk kun je jezelf kennelijk ook te druk maken en jezelf voorbij lopen. Ook werk voor God kan teveel worden. Dan moet je er tussenuit en rust nemen. Dat laat ons verhaal zien. Al die mensen die zo vol verlangen om Jezus heen staan en uitzien naar Zijn prediking en die hopen door Hem genezen of bevrijd te worden, moeten eerst maar eens even wachten. Dat is echt het krasse, het haast schokkende in dit verhaal: De mensen dringen om Jezus en de discipelen heen, maar Jezus`gaat er van `door en zegt tegen zijn discipelen: Kom, we gaan, eerst eens even tot rust komen”. Het lijkt wel of Jezus hier zijn Goddelijke roeping verwaarloost ten koste van zoveel mensen die Hem willen ontmoeten.
 
Nee, het is geen verwaarlozing, geen vlucht uit het ambt, het is pure noodzaak. Het gaat Jezus ook om het geestelijk welzijn van Zijn leerlingen. En daar moeten wij ook oog voor hebben. Je kunt in de kerk duizend andere mensen tot zegen zijn en voor God een heel nuttig instrument in Zijn Koninkrijk. Allemaal waar. Maar vergeet niet je dat jezelf ook steeds opnieuw opgeladen en toegerust moet worden. Ook in het doen van geestelijk werk kun je schade lijden aan je ziel, schade in je verhouding met God. Toen we daar tijdens de laatste kerkenraad met elkaar over spraken zei een van de broeders heel eerlijk: “Ik ben zoveel met de kerk bezig geweest , dat ik nauwelijks aan God ben toegekomen…”
 
 Ik vind het altijd weer geweldig te zien hoeveel mensen zich voor het werk in de gemeente, in het Koninkrijk van God willen inzetten. Zoveel mensen actief als ouderling, diaken, in zending en evangelisatie, in gemeente opbouw, in jeugdwerk, in kindernevendienst. Met veel inzet en enthousiasme willen ze wat voor God doen. Heel fijn. Maar God wil ook wat voor ons doen. Er is een reeel gevaar dat je zo druk bent met wat voor God te doen dat je (onbewust) Hemzelf verdringt.
 
Om God te kunnen dienen moeten we ook zelf door God bediend worden. Jezus wist dat beter dan wie ook. We kunnen ons moeilijk voorstellen hoe veeleisend Jezus drievoudig ambt van preken, leren en helen geweest moet zijn. Maar Markus vertelt ons in hoofdstuk1 hoe Jezus na een heel lange slopende en hectische werkdag de volgende morgen heel vroeg opstond (nee, niet om de file vooruit te zijn!), om naar een eenzame plaats te gaan om met God te zijn. Ook Hij had ZIujn uren met God, Zijn geestelijke en lichamelijke verkwikking nodig. En hoe vaak lees je niet dat Hij de stilte en de rust opzocht om alleen met God te zijn en weer toegerust te worden voor de nieuwe dag. Hij leefde en werkte zeker bij de woorden van Jesaja 40:31:
 
Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht:
 
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar
 
hij loopt maar wordt niet moe
 
Hij rent, maar wordt niet uitgeput
 
Zo zocht Hij vernieuwing in gebed en omgang met God. Toegerust, vernieuwd en verfrist door gebed keerde Hij dan weer terug naar zijn drukke dienst in Gods Koninkrijk. Het was dit ritme, deze balans tussen gebed en dienst, tussen terug-getrokken-zijn met God en be-trokkenheid met de mensen, die Hem in staat stelde de spanningen van Zijn werk vol te houden. En als Hij het nodig had, hoeveel te meer wij!
 
Luther zei eens:”Ik heb het zo druk dat ik het niet zou kunnen volhouden zonder dagelijks drie uur door te brengen in gebed”. Dat vinden we erg veel. Maar aan de andere kant is voor ons het gebed soms niet meer dan een kleine gewoonte die bungelt aan de rand van ons leven?
 
Daarom moeten we in ons leven gehoor geven aan Jezus bevel om te gaan naar een eenzame plaats en rust moeten nemen en God te ontmoeten Dat betekent ruimte in ons leven maken om naar God te luisteren, de bijbel te lezen en in gebed tot Hem te komen. En`als je dat doet dan mag je verwachten dat Hij je leiden zal en bemoedigen en weer nieuwe kracht zal geven. Dat vraagt wel discipline en bereidheid om elke dag een stukje van je tijd aan God te wijden en niet toe te staan dat daar iets anders voor in de plaats komt. Quality-time met Jezus is voor elke discipel de voorwaarde voor duurzame christelijke dienst in de wereld.
 
We moeten ons geloof en onze relatie met God telkens weer vernieuwen. En dat is iets dat we moeten laten doen, door God zelf. Ja zeker, ook aan ons zelf moet gewerkt worden. Vootdurend. Juist om door God gebruikt te worden is het noodzakelijk je van tijd tot tijd van de wereld en de mensen terug te trekken en bij God vernieuwing en verkwikking te zoeken. De kwaliteit van ons christelijk leven en getuigenis is direct afhankelijk van onze relatie met God. Je kunt geen vrucht dragen als je als rank zelf niet verbonden bent en blijft met de wijnstok. Jezus zei:”Als je in mij blijft, dan zul je veel vrucht dragens (Johannes 15).
 
5. Naar een eenzame plaats….
 
Maar zijn ze nog te vinden zulke “eenzame plaatsen”” in ons drukke leven. Hebben we nog tijd om met God te zijn in gebed en bijbellezing. We zijn allemaal zo druk, zo gehaast. Het lijkt wel hoe verder de communicatie techniek vordert, hoe minder tijd we hebben voor elkaar en voor God. We hebben onderhand allemaal onze PC en gisteren las ik in de krant dat de helft van de Nederlanders een mobiele telefoon heeft. Zo’n ding is onmisbaar, vinden we. Maar vandaag wijst Jezus ons erop dat we met als ons communiceren onze communicatie met God niet vergeten moeten. En daar heb je ook een “GSM” voor nodig. Een waar je echt niet buiten kunt, als je met God wilt communiceren. Maar wel een heel andere GSM dan waaraan u of jij misschien denkt. Met GSM, bedoel ik: Geestelijk Stille Momenten.
 
Waar vind je zo’n eenzame plaats, zo’n “Geestelijk Stil Molment”? Jezus en de discipelen moeten er ook naar zoeken. Geen gemakkelijke opgave. Hier in Capernaum met al die mensen om je heen is geen rust te vinden. Daarom trekken ze weg, Capernau uit, met de boot het meer op, zodat ze voor een ogenblik onbereikbaar ziijn voor iedereen. Om rust te vinden moet dus wel wat georganiseerd worden…Een stille plek, een stille tijd om met God alleen te zijn vind je niet zomaar. Die tijd komt je niet aanwaaien. Je moet er wel wat voor doen. Je moet het zoeken. Denk niet: Als ik nog wat tijd over heb,vandaag, zal ik wel bidden en m’n bijbel lezen. Dan komt het er meestal niet van.. Tijd voor omgang met God moet je nemen. In je agenda er plaats voor inruimen.
 
Henri Nouwen heeft gezegd dat het zonder stilte nagenoeg onmogelijk is een geestelijk leven te leiden. En dat is zo. We hebben van alles in onze maatschappij, fitness-centra, ontspanningsruimten, sportzalen, maar nauwelijks plaatsen van stilte en rust, om met God te zijn. Zelfs de meeste kerken, toch ruimten voor gebed, zijn maar enkele uren per week, en dat alleen op zondag, geopend…
 
We kunnen niet maar doordraven met als enige rustpunt een lunch van tien minuten. We moeten onze “stille tijden” en “”eenzame plaatsen” hebben om weer op adem te komen. Tijden van wachten op de Heer. Tijden om onze kracht door Hem te laten vernieuwen. Wie dat doet zal tot rust en tot vrede komen. “Rust”is een geweldig woord. Het betekent dat we eindelijk mogen toegeven aan onze moeheid en rusten in Gods nabijheid.
 
“Rust een weinig…”. Ik hoor in deze woorden die andere woorden van Jezus meeklinken: “Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal U rust geven” Wie komt tot Hem, zal rust vinden. Bij Hem ervaren we de rust van Gods genadige nabijheid. Een rust die niemand en niets je kan afnemen. Alleen bij God kom je tot rust. Met heel je onaf bestaan, met al je beschadigingen, met al je (over)spanningen, met al je pijn, met al je boosheid,met al je zonden, vragen en strijd. Hij neemt het van je schouders. Hij is onze vrede. Kom tot rust bij Hem. Ga naar Hem toe, laat je door Hem roepen en schuil aan Zijn rechterhand. Dat is pas tot rust komen. Waar adem je aan het einde van een drukke werkperiode meer op dan in de nabijheid van de Heer..Wat een zegen.
 
Ons leven komt alleen tot bloei als wij ons openstellen voor het licht van God. Buiten dat licht verdort en verdroogt het leven. Augustinus wist het al: “Ons hart is onrustig tot het rust vindt in U”.