I Petrus 2:5-10

Wie ben ik? Dat is een vraag die heel bepalend is voor ons leven. Velen zullen deze vraag beantwoorden: kijk maar naar mijn naamkaart. Ik ben een arts, bankier, ICT-er. Anderen kunnen beantwoorden: Ik ben de man die in dat groot huis woont. Ik ben de eigenaresse van die auto. Ik ben de eigenaar van de nieuwste I-pad. Mijn identiteit wordt hier bepaald door mijn beroep of mijn bezit. Wie ben ik? Hoe geven we antwoord op deze vraag als christen, volgeling van Christus? Ik ben wie ik ben in Christus. Dat is mijn identiteit. Mijn diepste identiteit ligt niet in wat ik doe of wat ik heb. Mijn identiteit is verankerd in Christus.

Jezus Christus, de Zoon van God, onze Heer heeft een drievoudig ambt zoals wij die kennen vanuit het Oude Testament. Hij is door God de Vader aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. Een profeet verkondigt de waarheid en de boodschap van God over de toekomst. Een priester is een middelaar tussen God en mensen. Een koning regeert met al zijn macht. Zonder Christus als profeet weten we niet wat de waarheid is. Zonder Christus als priester is er geen verzoening tussen God en de mens. Zonder Christus als koning is er niemand die over ons regeert en ons beschermt.

Als we in de Here Jezus Christus zijn, mogen we uit genade onze identiteit ontlenen aan Hem. Kijk bijvoorbeeld wat Petrus zegt in onze lezing. Christus is de Levende steen. In Hem zijn we levende stenen geworden. Het jaarthema van de GKIN in 2011 is “Bewustwording van identiteit als christen”. Om het jaarthema uit te werken wordt een prekenserie van drie preken gehouden. Volgende zondag preekt ds. Pakpahan over ‘Onze identiteit als profeet’. Over twee weken preekt ds. Tjahjadi over ‘Onze identiteit als koning’. Vandaag denken we samen na over ‘Onze identiteit als priester’.

Christus is onze Hogepriester. Hij bemiddelt de mensen en God door een offer te brengen. Maar anders dan andere priesters in het Oude Testament komt Hij naar God zonder offer in Zijn hand, zonder lam of andere dier. Hoe is het mogelijk? Ja, Hijzelf is het offer. Aan het kruis heeft Hij Zijn leven gegeven als offer voor de zonden van de wereld, ook van u en mij. Hij is de Priester en tegelijk het offer.

Nadat Christus, onze Hogepriester Zijn leven heeft geofferd aan het kruis en begraven is, is Hij op de derde dag opgestaan uit de dood. 40 dagen na de opstanding is Hij opgevaren naar de hemel. Dat belijden we elke zondag als we de Apostolische geloofsbelijdenis uitspreken: ‘Ik geloof in Jezus Christus… die opgevaren is naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader’. Wat doet Christus, de Hogepriester aan de rechterhand van God? Laten we dat samen lezen uit Romeinen 8:34 “Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons”.

Wat is dat bijzonder. In de hemel is Christus niet op vakantie. Nee. Christus is onze advocaat. Hij pleit voor ons. In een andere vertaling staat: Hij bidt voor ons.

Hij ziet hoe wij leven. Hij ziet onze worstelingen. En als Hij naar ons kijkt met al onze zwakheden, ziet Hij ons vol bewogenheid. In onze aanvangstekst (Hebreen 4:14-16) hebben we gelezen dat Christus onze Hogepriester onze zwakheden kan meevoelen, omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde. Christus weet wat lijden is. Hij kent honger, dorst, beproevingen, vermoeidheid, eenzaamheid, verlatenheid, verdriet, ook angst, en teleurstellingen. Christus weet dat alles niet uit het verslag van de engelen, maar uit eigen ervaring, uit de eerste hand. Met Zijn bewogenheid pleit Hij voor ons, bidt Hij voor ons.

In onze lezing laat Petrus de gemeente, ons allen, zien wie wij zijn in Christus. Vers 5: Vorm een heilige priesterschap (Heilig betekent: apart gezet, afgezonderd voor God.) om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. Vers 9: Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters (priesters die werken voor de Koning! Koning met hoofdletter!), een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.

Wat is onze identiteit in Christus? Wij zijn priesters: heilige priesters en een koninkrijk van priesters. In het Oude Testament is het priesterschap alleen bestemd voor de stam van Levi. Maar in Christus zijn wij allen priesters. Niemand uitgezonderd. Wij kennen dit als ´de algemene priesterschap van de gelovigen´.

Wat betekent ‘onze identiteit als priester?’ De belangrijkste taak van een priester is om mensen naar God te brengen door:

1. offers te brengen en

2. door onze gebeden.

1. Priester die offers brengen

In onze maatschappij waar ‘eigen geluk’ het doel is van het leven, klinkt het woord ‘offers brengen voor de ander’ heel vreemd. Een grote portie van geluk of winnende loterij wil ik wel, maar een offer? Een offer mag best wel, maar alstublieft niet door mij.

Op een dag in een dierentuin gebeurde er iets ernstigs: een kind is gevallen in een berenkuil. Iedereen keek met angst. Plotseling sprong een man naar beneden. De beer liep naar hem toe. De man vocht tegen de beer. Gelukkig kwam de verzorger van de beer op tijd. De man en dat kind werden gered. Iedereen gaf applaus aan die man. Iedereen was zo onder de indruk van zijn heldhaftige daad. Op het podium van de dierentuin kreeg hij een erelintje van de dierentuin. Hij werd door de directeur toegesproken:‘Wat bent u zo dapper dat u springt en dat kind redt. Wat zijn wij u dankbaar. Is er iets wat u wilt zeggen?’ Die man pakte die microfoon en zei: ‘U hoeft mij niet te bedanken. Maar wat ik echt wil weten is: wie heeft mij net geduwd?’ Wat die man deed bleek een ongeluk te zijn. Het was niet zijn bedoeling dat hij een offer bracht. Hij voelde zich juist meer als een slachtoffer.

Als priester zijn wij opgeroepen om bewust uit dankbaarheid geestelijke offers te brengen aan God. De offer die God vraagt is ons totale leven, zoals staat in Romeinen 12:1 “Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u“.

Om mensen bij God te brengen vraagt God ons offer; niet van anderen maar van onszelf. Ons totale leven toewijden aan God: dat is wat God van ons vraagt.

Een concreet voorbeeld van leven als priester is: uw/jouw leven inzetten voor uw/jouw naasten, uw medemensen, in het bijzonder voor de zwakken en behoeftigen. Het kan zijn in uw vriendenkring. Het kan ook zijn in de vereniging of politiek. Het ruimhartig en blijmoedig de VVB en dankoffer te geven in de kerk is ook een concreet voorbeeld van hoe wij als priesters de geestelijke offer brengen voor het werk van God.

Niet zich gedwongen of geduwd te voelen zoals de man in de dierentuin, maar bewust geven uit dankbaarheid. Uw/jouw steentje bijdragen in de kerk als ouderling, activist is ook een vorm van geestelijke offer. Ja, het is een offer: offer van tijd, talenten, enz. Dat vraagt ook om zelfverloochening, om kruisdragen.

Kortom, als priester mag ik offer brengen; dat ik in alles wat ik doe in mijn leven mag ik doen niet voor mijn roem, maar om mensen dichter bij God te brengen, voor de dienst van het Koninkrijk van God.

2. Priester die voor de mensen bidden

Wij hebben gezien wat Christus aan de rechterhand van de Vader doet: onze zaak pleiten. Zo zijn wij ook door Hem geroepen als priesters. In de omgang met de anderen zijn wij gauw geneigd om te fungeren als rechter. Heel vaak zijn wij snel klaar met ons oordeel. Maar leven als priester betekent anders. De rechter is God. Oordeel behoort aan God toe. Net als de Here Jezus zijn wij geroepen als advocaat, die vol bewogenheid pleit voor de zaak van onze naasten.

Een priester legt de behoeften van het volk voor aan God door voor hen te bidden. Laten wij dus als priester niet alleen bidden voor onszelf. Voor de anderen bidden noemen we voorbede. Voorbede betekent meer dan alleen de naam en problemen van mensen te benoemen voor God. Voorbede doen betekent dat ik mensen die mij lief zijn en mensen voor wie ik verantwoordelijkheid draag in gebed aan de voeten van Jezus breng en naar hen leer kijken met de ogen van de Heer. In de voorbede verbind ik de ander met Christus, en zo met alles wat we in Hem vinden: rust, genezing, kracht, moed, liefde, enz.

De priester in het Oude Testament draagt speciale kleding die God heeft voorgeschreven. Dat kunnen we lezen in Exodus 28.

priester

Wat ik onder uw aandacht wil brengen is wat in de borsttas van de hogepriester staat: twaalf edelstenen. De edelstenen zijn gegraveerd met de namen van de twaalf stammen van Israël. De priester draagt dus de namen van het volk in zijn dienst om de mensen naar God te brengen. Welke namen dragen we in ons leven? Welke namen brengen we aan God in onze gebeden? Maak een lijst van 12 namen, volk, mensen die God aan u toevertrouwt. Wie staan er in uw lijst? Zeker de namen van uw gezin en familie leden. Maar is dat alles? Staan er ook namen van uw vrienden, collega’s? Onze kerk? De predikanten? De ouderlingen? De zieken? De eenzamen? Mensen die in de problemen zitten? Mensen met wie u ruzie hebt? De vervolgde christenen? Het Nederlandse volk en de Nederlandse regering? Het Indonesische volk en regering? Bid dagelijks voor de namen die staan in uw lijst.

Voorbede doen voor de anderen is een dienst die ieder christen op elk moment en in elke plaats kan doen. Zelfs als u/je een keer door omstandigheden, ziekte, of ouderdom niet naar de kerk kunt komen. U kunt nog steeds als priester fungeren. Wat is dat toch een voorrecht dat ik als priester voor de anderen kan bidden, hun zaak pleiten voor de Almachtige God.

Geliefde gemeente. Laten wij passievol leven volgens onze identiteit in Christus: leven als priester, die mensen naar God brengen door offers en gebeden. Amen.

Punten om over na te denken:

1. Wat betekent ‘de algemene priesterschap van de gelovigen’? Waarom is dit belangrijk voor ons als GKIN? Hoe ziet u zichzelf als priester en wat betekent dat concreet in uw leven?

2. Welk offer vraagt God van u op dit moment voor de dienst van Zijn Koninkrijk? Wat zijn volgens u de belemmeringen om onszelf volledig aan de Heer te geven zoals staat in Romeinen 12:1? Hoe kunnen wij die belemmeringen overwinnen?

3. ‘In onze omgang met andere mensen zijn wij geroepen om niet te fungeren als rechter, maar als advocaat’. Wat vindt u van deze stelling?

4. Maak een lijst van twaalf namen (van mensen, kerk, volk, groep, vereniging, institutie, land) zoals de twaalf edelstenen in de borsttas van de hogepriester in Exodus 28. Waarom staan die namen op uw lijst? Breng die twaalf namen dagelijks in uw gebeden!