Preek bij de bevestiging van Adham K. Satria, S.Th. tot ouderling bijzondere taken voor de GKIN
 
De schriftlezing: Jesaja 6: 1-13
 
1 In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. 2 Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. 3 Zij riepen elkaar toe: 'Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.' 4 Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook. 5 Ik schreeuwde het uit: 'Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.' 6 Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. 7 Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: 'Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.' 8 Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: 'Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?' Ik antwoordde: 'Hier ben ik, stuur mij.' 9 Toen zei hij: 'Ga en profeteer het volgende tegen dit volk: "Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet." 10 Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.' 11 Ik vroeg: 'Hoe lang, Heer?' Hij antwoordde: 'Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij. 12 Totdat de HEER de mensen heeft weggevoerd en er totale verlatenheid heerst in het land. 13 En als er nog een tiende deel achterblijft, dan gaat ook dat in vlammen op, zoals een eik of een terebint wordt geveld voor een vuur. Er blijft slechts een stronk over, en het zaad in die stronk is heilig.'
 
Gemeente, geliefd door de Here Jezus,
 
Karl Barth, een bekende theoloog zei eens: God is in staat vele dingen te doen, maar Hij is niet altijd welwillens het te doen. Terwijl de mens vele dingen wil doen, maar niet in staat is het te doen. God is bij machte Zijn plannen zonder de medewerking van de mens te laten gebeuren in deze wereld, maar dat wil Hij juist niet. Hij wil Zijn wil juist met de mens en hun medewerking bewerkstelligen. Is dit geen bijzondere waardering en eer voor ons? Wij, zondaren, mogen partners, medewerkers zijn van God in Zijn programma om de wereld te redden. Dit laat zien, dat wij niet zo maar toevallig in deze wereld leven. Dat God een plan heeft over ons leven. En dat ons wil laten meedoen in Zijn plannen. En hoe zouden Gods plan voor ons leven kennen?
 
Zusters en broeders, onlangs nam mijn vrouw een nieuw abonnement voor haar mobieltje, veel nieuws en veel functies. Maar mijn vrouw heeft helaas het begeleidboekje nog niet doorgenomen. Dus toen er een voicemail kwam, wist ze niet hoe ze die kon beluisteren. En ze belde die vriendin terug. Die vriendin was op haar werk en kon geen antwoord geven. Toen sprak mijn vrouw in haar voice mail. En wat ook toevallig was, het mobieltje van die vriendin was nieuw, dus kon zij haar voice mail nog niet beluisteren. De telefoon met vele functies is nu zonder functie, omdat de eigenaar nog niet weet die te gebruiken.
 
Hetzelfde geldt voor ons mensen. We zijn het toppunt van de schepping Gods. We zijn zo goed ontworpen. Maar opdat wij goed in deze wereld functioneren, hebben wij het boekje gebruiksaanwijzing nodig, en dat is gericht op God. Zonder weder-oriëntatie op God, onze Schepper, kunnen wij niet goed fungeren. Belangrijk is dat wij beseffen, dat alles van God afkomstig is. Hij is God van het begin en van het einde. Het probleem, ook voor vele Nederlanders is, dat zij niet geloven dat God aanwezig is. Alleen 51 procent van alle Nederlanders geloven dat God bestaat. Mensen die niet geloven dat God bestaat, hebben als beginpunt zichzelf. Het beginpunt van hun denken is niet God. Ze zijn overtuigd dat dit leven hun bezit is. Dus is hij/zij berechtigd om alles te doen wat hij/zij zelf willen. Als wat hij/zij wil of verlangt niet lukt, dan komt teleurstelling en frustratie. De oorzaak van stress is niet krijgen waar je naar verlangt. Als de mens zelf het beginpunt van denken is, zal zijn/haar oordeel dienovereenkomstig zijn. Daar horen ook vragen, waarom het kwaad zo veelvuldig gebeurt? Waarom goede mensen moeten lijden? Waarom armoede en onrecht overal gebeuren?
 
Zusters en broeders, er is verschil als ons beginpunt God is. Hij, de Schepper van hemel en aarde en alles wat erin zit, dus ook van de mens. En dat de gelegenheid hier op aarde te mogen leven een genade Gods is. Te meer als ons gegeven is om Hem te dienen.
 
Zusters en broeders die de Here Jezus liefhebben,
 
Onze lezing vertelt een proces hoe God Jesaja heeft uitverkoren en uitgezonden. Dit proces begint met een persoonlijke ontmoeting tussen Jesaja en God, middels een visioen. In dat visoen, beseft Jesaja wie God is en wie hijzelf is. God, Die Al-Heilig is en vol van glorie (vers 4). Terwijl Jesaja zelf het niet waardig is God te ontmoeten. Vers 5 zegt: 'Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen,..' Een persoonlijke ontmoeting met God maakt, dat wij onze hoedanigheid als zondaar beseffen. En dat wij een Verlosser in ons leven nodig hebben.
 
C.S. Lewis, een bekende christen schrijver, zei eens, dat een christen een belangrijk voordeel heeft ten opzichte van anderen. Niet dat hij/zij beter is, of heiliger of meer geliefd door de Here. Maar dat hij/zij weet en beseft, dat hij een zondaar/es is en leeft in een zondige wereld.
 
De eerste stap, opdat de Here ons kan gebruiken is het besef van onze mogelijkheden en onze tekortkomingen. Eigenlijk is niemand waardig genoeg om Hem te dienen. Jesaja besefte maar al te goed van zijn vuile lippen. Het is niet gemakkelijk om te bekennen dat hij/zij een zondaar is en waarlijk de Here in zijn/haar leven nodig heeft. Vooral mensen die capabel zijn en succes in hun leven hebben, die hebben immers de Here niet nodig? Waarom hebben veel Nederlanders tegenwoordig de Here niet nodig? Sommigen vertellen mij door de welvaart, alles is gegarandeerd, vanaf de geboorte tot aan de dood, gegarandeerd door de overheid.
 
Terug naar Jesaja, toen hij besefte en bekende dat hij een zondaar is met al zijn tekortkomingen, heeft God hem hersteld. Zijn lippen worden door gloeiende kool aangeraakt, zo uit de altaar gehaald. Dat betekent dat God Jesaja al vergeven heeft en zijn zonden heeft weggehaald. Ook zijn mond is schoongemaakt.
 
We weten welk belangrijk functie de mond heeft. Vooral voor een dienaar van de Here. Maar weet, met onze mond kunnen wij de Here prijzen en onze naasten troosten. Maar met dezelfde mond, kunnen wij de Here vervloeken en onze naasten kwetsen. En nu wordt Jesaja voorbereid om de profeet van God te worden, vandaar dan zijn mond en lippen aangeraakt wordt door God opdat hij reinheid waarborgt en modig is om Gods Woord te verkondigen. God weet dat de taak die Jesaja opgelegd krijgt heel zwaar en heel moeilijk te begrijpen is. Vandaar die voorbereidingen van God alvorens hij gebruikt wordt door de Heer voor de bediening.
 
Voorts zien wij dat Jesaja gered en gereinigd is en niet meer angstig is. Hij is zelfs geroepen om het Woord Gods aan zijn volk te verkondigen. En toen God's roeping tot hem komt, kan zijn oor God's stem waarnemen. Iemand die door God is aangeraakt, is gevoelig voor God's stem. Zonder die aanraking Gods, lijkt het hart en het oor van de mens dichtgeklapt voor God's Woord. God's roeping aan Jesaja is interessant. Het is geen 'bevel', maar een 'nodiging'of 'uitdaging' die een persoonlijk respons verlangt. En wat is Jesaja's respons op deze roeping Gods? Een spontaan antwoord: 'Hier ben ik, stuur mij '. Jesaja heeft geen uitleg nodig, over deze roeping. Hij onderhandelt niet, zoals wel gedaan is door Mozes of Jeremia.
 
Als wij een zware taak krijgen, zijn wij geneigd om te onderhandelen. Ikzelf heb ook onderhandeld met de Here, toen ik de kans kreeg theologie te gaan studeren. Ik werkte toen nog als accountant aan een buitenlandse firma in Jakarta. Mijn vraag was: 'Here, als ik nou mijn werk verlaat om theologie te gaan studeren, wat zal dan mijn salaris zijn?' De volgende dag kreeg ik direct antwoord van de Heer middels het boek Saat Teduh (Overdenkingen), waarin staat: Degene die zichzelf overgeeft om dienaar Gods te worden, hoeft niet meer aan salaris te denken! Zusters en broeders, Jesaja's spontane antwoord: 'Hier ben ik, stuur mij'is een totale overgave voor de bediening en dienaarschap aan de Here.
 
In zijn boek 'Who put my life on fast-forward', vertelt Phil Callaway over het wedervaren van zijn vriend Doug Nichols. Na zijn darmkanker operatie in april 1993, zei de dokter droevig aan Doug: 'Sorry Doug, je hebt maar 3 maanden om te leven'. Nichols antwoordde: 'O, wat er ook zal gebeuren, ik heb 100 procent kans om in de hemel te komen.' Drie maanden later was Doug nog niet dood, had alleen veel te lijden van de bestraling en de chemotherapie. Op een avond, toen Doug en zijn vrouw voor de TV zat te kijken naar de broederoorlog in Rwanda, waar meer dan 1 miljoen mensen vermoord werden door buren en dorpsgenoten. En duizenden op de vlucht naar buurland Zaire, waar ze vies wonen en cholera heerste. En in 3 dagen stierven 50 duizend mensen. Doug en zijn vrouw Margareth, waren terneergeslagen. Ze besloten om met een team van artsen en verplegers naar Rwanda te gaan. Daar ontmoette Doug een Rwandeze christen leider. Hij nam 300 vluchtelingen in dienst om zieken te vervoeren of doden te begraven.
 
Op een dag zegt die leider met een betrokken gezicht aan Doug, 'meneer Nichols, wij hebben een probleem. De dragers vragen opslag. Ze dreigen met staking als ze geen geld krijgen. En het geld is op. En als zij staken, zal het dodenaantal zich ophopen. Doug vroeg of hij de dragers direct mocht aanspreken. Lopend naar de oude school, waar zij bij elkaar komen, liep Doug te denken wat hij zou gaan zeggen om de onrust te stillen.
 
Dit waren Doug's woorden aan die 3 honderd dragers: 'Ik kan onmogelijk jullie leed begrijpen, en nu te moeten aanzien hoe vrouw en kinderen dood gaan aan cholera. Ik kan het ook onmogelijk aanvoelen. Misschien hebben jullie behoefte om meer geld om eten, drinken en medicijnen te kopen voor jullie gezinnen, Ik ben ook nooit in die situatie geweest.' In mijn leven was nooit zo'n tragisch geval gebeurd die gelijk staat aan wat jullie mee maken. De enige wat mij ooit overkwam was kanker. Pardon, zei de vertaler, u hebt kanker? Ja. En u komt hier ? Mag u van de dokter om hier te komen? Hij zei, als ik naar Africa ga, dan zal ik in 3 dagen dood gaan. Uw dokter heeft dat gezegd en u bent nog steeds gekomen? Waarvoor? En Hoe dan, als u hier doodgaat? Ik ben hier omdat de Here ons heeft laten komen, om dingen te doen voor deze mensen, in Zijn Naam. Ik ben geen held. En als ik dood ga, begraaf mij maar op het veld, waar de anderen ook begraven worden. De vertaler begint te huilen. Met tranen in de ogen, keek hij naar de dragers en zei: Deze man heeft kanker. Hij is toch hier gekomen en is bereid voor ons volk te sterven. En wij gaan staken over voor dat beetje geld? We moeten ons schamen. Plotseling begon iedereen te knielen en te huilen. Een man kroop nader tot Doug en omhelste hem. Zonder veel woorden ging iedereen terug om weer te gaan werken. En duizenden werden gered en velen kwamen tot Jezus Christus.
 
Zusters en broeders die van de Here Jezus houden,
 
Eigenlijk is de nodiging van de Heer in vers 8: 'Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?' voor iedere christen bestemd. Als u deze vraag te horen krijgt, weet u het antwoord al?
 
Zusters en broeders, vandaag danken wij omdat wij de installatie van broeder Adham Khrisna Satria als ouderling met bijzondere taken zullen zien. Net als de profeet Jesaja, beantwoord broeder Adham God's roeping om de GKIN gemeente te bedienen. Maar, nogmaals, God's roeping om te dienen is niet alleen gericht aam broeder Adham alleen. Wij zijn allemaal geroepen om de bediening van br. Adham te steunen. U bent geen kijker of toeschouwer aqlleen, maar ook geroepen in deze bediening. Wij bidden en dienen, opdat de aanwezigheid van de GKIN in Nederland tot zegen dient.