Overgenomen van Kerk in Den Haag:
 
Door Jesse Budding
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143

INTERVIEW - Wat kan de Indonesische kerk in Nederland doen aan het overzeese geweld? Bidden, antwoordt regiosecretaris Will Swart. ‘Heel erg om je geloofsgenoten te zien lijden.’

De weduwe van Indië kent maar liefst vier Haagse gemeenten uit de gordel van smaragd. Kerk in Den Haag vond een van hen bereid tot een interview: de plaatselijke afdeling van de Gereja Kristen Indonesia Nederland (GKIN).
Het Indonesische karakter van deze kerk hoeft buitenstaanders niet af te schrikken. ‘Wij zijn tweetalig’, legt regiosecretaris Will Swart uit. ‘Er wordt ’s zondags gepreekt in het Indonesisch en de Nederlandse vertaling wordt via een beamer geprojecteerd op het scherm. Of omgekeerd. Bij ons vind je dus geen extra lange diensten.’ Naar zijn zeggen volgen wekelijks 110 tot 120 mensen de diensten. Bijna de helft van het totale ledenaantal. Dat aantal is vrij stabiel.

Vernederlandst
Over naar de inhoud van het, protestantse, geloof. Op de internetsite staat te lezen dat de GKIN een kerk is ‘met het doel het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen en pastorale zorg te bieden, in het bijzonder aan onze broeders en zusters uit Indonesië, die een andere geloofsbeleving hebben dan de Nederlanders’.
‘Dat is een oude versie’, haast Swart zich te zeggen. ‘Dat is het punt: in het begin was het inderdaad zo. Maar wij zijn in de loop der jaren ‘vernederlandst’. Onze kinderen zijn allemaal in Nederland opgegroeid en zij spreken geen vloeiend Indonesisch. Tegenwoordig evangeliseren we dus in Nederland.’
Terwijl zijn geloofsgenoten in het thuisland toch in moeilijke omstandigheden verkeren. ‘De christenen daar hebben het zwaar’, erkent de regiosecretaris. ‘Laatst vertelde een gastpredikant hier dat christenen in Bogor, iets buiten Jakarta, het werken onmogelijk werd gemaakt. In heel Indonesië hebben christenen problemen, behalve in Minahasa op Celebes. Daar zijn de mensen overwegend christen, zelf kom ik er ook vandaan. In Manado bijvoorbeeld staat het grootste Christusbeeld van Azië. Ook is er een Madurodam van kerken en moskeeën.’
Maar hoe is het om zoveel medechristenen daar te zien lijden? ‘Heel erg’, antwoordt Swart. ‘Wij bidden met name voor onze geloofsbroeders daar. We steunen ook het werk van de kerk in Indonesië. Als ze een beroep op ons doen, helpen we ze materieel of financieel.’

Weemoed
Met enige weemoed blijkt hij terug te kijken op Nederlandsch Oost-Indië. ‘Sinds de Nederlanders weg zijn, is het er altijd hommeles. De leiders zeggen vaak zelf “nee” tegen de onlusten, het zijn de radicalen die het vuurtje opstoken tegen de christenen. Het heeft te maken met de politieke situatie.’